| Aantekeningen |
- "Pieter Willemsz Verhoeff woonende inde Weijpoort onder Bodegraven toecomende bruijdegom, geassisteert met Grietgen Leendertsdr sijne moeder, Teunis Pietersz Verhoeff en Jan Leendertsz Hoochmolevelt sijne oomen ter eenre ende Neeltgen Jacobsdr van Staveren, woonende aende Meije onder Bodegraven voornt. toecomende bruijt, geassisteert met Jacob Huijbertsz van Staveren haeren vader, ende Marichgen Gerritsdr haere moeder, midtsgaders Jan, ende Claes Huijbertsz van Staveren haere oomen ter andere zijden"
Naam: Neeltgen Jacobsdr van Staveren
Woonplaats: Bodegraven
Hoedanigheid: huwelijkspartner
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8535, aktenr. 15, d.d. 16-05-1653
---
"Grietgen Leendertsdr weduwe wijlen Willem Pietersz Verhoeff, overleden op de Weijpoort onder Bodegraven, geassisteert en versterckt met Jan Leendertsz Hoochmolenvelt haren broeder en gecooren voocht in desen ter eenre zijde, en Pieter Willemsz Verhoeff voor hem selven, Arien Jansz Ploij getrouwt hebbende Aeffgen Willems Verhoeff en Merrichgen Willemsdr Verhoeff geassisteert met Tonis Pietersz Verhoeff haer bloetoom van bestorven zijde en Pieter Willemsz Ramp hare gesamentlijcke voochden indesen te samen kinderen en erffgenamen vanden meergemelten Willem Pietersz Verhoeff ter anderen zijde"
Naam: Willem Pietersz Verhoeff
Woonplaats: Bodegraven
Hoedanigheid: erflater, huwelijkspartner, bloedverwant
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8513, aktenr. 77, d.d. 12-08-1653
---
Cornelis Dircksz Achterof en Jan Jansz van der Neut voor zichzelf en met procuratie van de collaterale erfgenamen van Jan Huijbersz van Staveren en Gooltje Jansdr van der Neut, volgens akte van d.d. 11-05-1675 voor schout c.s. te Bodegraven, verkopen aan de regenten van het Leprozenhuis te Gouda 6 morgen 2 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot in de Wonnewetering, belend ten noorden de erfgenamen van Arien Jillisdr en ten zuiden de weduwe van Cornelis Pietersz van Nes; nog 3 morgen 8 roeden in de Wonne, strekkend uit de Wonnewetering tot het land van de kinderen van Arien Gerritsz Twaalfhoven, belend ten noorden de voornoemde kinderen en ten zuiden de erfgenamen van Aert Pietersz in de Wonne. Koopsom 1800 gulden.
Kopie. Claes Huijbersz van Staveren, voor zichzelf. Mede Gerrit Jacobsz van der Horst, vervangend Leendert Pietersz Ramp, als voogden van de weeskinderen van Pieter Willemsz Verhoef en Neeltje Jacobsdr van Staveren, Cornelis Dircksz Achteroff, als oom en voogd van de kinderen van Neeltje Dircksdr Achteroff, als neef en voogd van de kinderen van Gijsbert Hendricksz Stedehouder, die een zoon was van Jannetje Huijbersdr van Staveren, benevens Dirck Willemsz van der Neut als medevoogd, mede Gerrit Gijsbertsz Achteroff voor zichzelf en handelend voor Jannetjen en Griechjen Gijsbertsdr Achteroff, kindskinderen van Ariaentje Huijbersdr van Staveren, nog oude Jan Cornelisz Block, getrouwd met Geertje Cornelisdr Beunen, voor zichzelf en handelend voor Cornelis Pancken Groenendijck, zoon van Aechje Cornelisdr Beunen, Marritje Beuckelsdr Verijssel, weduwe van Dirck Cornelisz van Lelien, nog Stijntjen Jansdr van der Neut, meerderjarige dochter en Jan Jansz van der Neut opkomend voor Gerrit Gerritsz van Staveren,
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 23, p. 111, d.d. 14-05-1675
---
Op heden 21-11-1676 is door Leendert Pietersz Ramp, naaste bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van de overleden Pieter Willemsz Verhoeff en Neeltjen Jacobse van Staveren rekening gegeven van de administratie, inkomsten en uitgaven, ten overstaan van Gerrit Jacobse van der Horst, toeziende voogd, en de schout en weesmeesters. De kwitantie wordt in de weeskamer bewaard.
Ook is er geld opgenomen uit de weeskamer voor Cornelis Hoogenbergh koopman te Amsterdam, een bedrag van 400 hondert ducatons, wat neerkomt op 1260-0-0. Akte 21-11-1676.
Op 01-12-1676 is door de vervangende secretaris de originele rekening van de weeskinderen naar de weeskamer gebracht.
Op heden 06-12-1676 is door de voogd Leendert Pietersz Ramp uit de weeskist gelicht 630 gulden "om op intreste voor de kinderen te stellen" [te zorgen dat er rente over het geld wordt ontvangen?].
Op heden 18-12-1676 is door Gerrit Jacopsz van der Horst, toeziende voogd van de kinderen van Pieter Willemsz Verhoeff, uit de weekist gelicht een bedrag van 630 gulden om te verantwoorden.
Op de 06-02-1678 is door Leendert Pietersz Ramp, naaste bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van de overleden Pieter Willemsz Verhoeff en Neeltje Jacobs van Staveren, rekening gedaan van de administratie, inkomsten en uitgaven, ten overstaan van Gerrit Jacobsz van der Horst, toeziende voogd, en de schout en weesmeesters. De kwitantie wordt in de weeskamer bewaard. De secretaris maakt een kopie voor voornoemde Ramp, het origineel wordt in de weeskist gelegd. Deze rekening is op 01-04-1678 in de kist gelegd.
Op heden ondergenoemde datum compareerden voor de schout en weesmannen Leendert Pietersz Ramp als administrerende voogd van de weeskinderen van de overleden Pieter Willemsz Verhoeff. Hij geeft te kennen dat hij voor, en met toestemming van, de weeskinderen heeft ontvangen en geleend, uit handen van Gerrit Jacobsz Verhorst mede-voogd over de voornoemde kinderen, een bedrag van 389 gulden met 11 gulden, dus samen 400 gulden, met 5 gulden rente per 100 gulden. Gerrit Jacobsz van der Horst mag het bedrag niet binnen vier jaar opeisen. Getekend 06-02-1678.
Op den 04-06-1681 door Leendert Pietersz Ramp en Gerrit Jacobsz van der Horst voogden over de minderjarige weeskinderen van Pieter Willemsz Verhoeff.
Op heden 02-02-1688 is door Grietje, Aeltje, Willem en Huijbert Pietersz Verhoeff en vervangende en de rato caverende voor hun zwager Jan Leendertsz Groenevelt, nu meerderjarig, uit de weeskist gelicht een doos met hun rekeningen en documenten, bedankende Gerrit Jacobsz van der Horst, de schout en weesmeesters voor hun goede zorg en administratie. Ondertekend: A. Verhoef, A. Verhoef, W. Verhoeff, H. Verhoeff
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 194, d.d. 21-11-1676
---
Compareren Leendert Pietersz Ramp, als administraterende naaste bloedvoogd, en Gerrit Jacobsz van der Horst, door de schout en het gerecht van Bodegraven aangestelde mede-voogd, over de onmondige kinderen van Pieter Willemsz Verhoeff en Marrijtjen Jacobsdr van Staveren, beiden overleden, mitsgaders de schout en weesmeesters van Bodegraven als oppervoogden van alle onmondige wezen. Ze geven aan schuldig te wezen aan Cornelis Hoogenbergh koopman te Amsterdam een bedrag van 2.500 gulden geleend geld met 105 gulden rente per jaar. De hoofdsom mag niet in de eerste drie jaar worden afgelost. De comparanten verbinden als onderpand een voormalige hofstede, waar o.a. een huis op heeft gestaan, dat door de vijand in de brand is gestoken, met ca. 20 morgen 4 hond land, gelegen in de Weijpoortsche polder onder Bodegraven, strekkende uit de Rijn van het jaagpad af tot achter over de kade toe, belend ten oosten Ghijsbert Griffioen en ten westen het weeshuis te Leiden.
Op heden 18-04-1684 is aan de secretaris, in het bijzijn van schout Arij van Ameijde en Gerrit Verwoert schepen te Bodegraven, gebleken dat deze rentebrief, zowel in geld als rente, is voldaan en betaald.
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 1, fol. 190, aktenr. 283, d.d. 14-11-1676
---
Compareren Leendert Pietersz Ramp, als administrerende naaste bloedvoogd, en Gerrit Jacobsz van der Horst, mede gestelde voogd over de nagelaten kinderen van Pieter Willemsz Verhoeff en Neeltje Jacobsdr van Staveren. Zij hebben verkocht aan Marrijtjen Willemse Verhoeff weduwe van Maerten Barsingen, wonende te Woerden, een hofstede, waar o.a. een huis op stond dat door de vijand is verwoest en verbrand en waar begonnen is met enig getimmerte te bouwen, met ca. 20 morgen wei-, hooi- en teelland, gelegen in de Weijpoort onder Bodegraven, strekkende uit de Rijn of het jaagpad tot achter de Langeweidse landscheiding toe, belend ten oosten Ghijsbertus Griffioen en ten westen het weeshuis te Leiden. Het goed is belast met een rentebrief van 2.500 gulden op naam van Cornelis Hoogenbergh koopman te Amsterdam, die de koopster, die mede compareerde, tot haar last neemt. De koopcedul is opgemaakt op 16-12-1676. De comparanten geven aan volledig betaald te zijn met een bedrag van 8.000 gulden contant geld, waarbij
|