| Aantekeningen |
- Pietertge Cornelisdr, weduwe van Aryen Cornelisz Boutesteyn, machtigt Jan Willemsz Vermeulen, bouman te Hillegonsberch, om uit haar naam enige stukken land en een gedeelte van een huis, die haar aanbestorven zijn door het overlijden van haarmoeder Maritgen Pietersdr, over te dragen aan Jan Cornelisz Kuyn, die dit heeft gekocht.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 3837, aktenr. 57, d.d. 29-02-1640
---
(1641, OAS, toeg.nr. 111, inv.nr. 2872-02, scan 62)
Jan Willemsz Vermole vier margen streckende vande Ouwe Watering af tot Vranck Eeuwoutsz sijn lant toe belent aende oostsijde hij selffs ende de weduwe van Cornelisz Claesz van Driel ende aende westsijde Willem Pietersz Cleij.
(1650, OAS, toeg.nr. 111, inv.nr. 2873-05, scan 83)
Jan Willemsz Vermole vier margen streckende vande Oude Watering aff tot Vranck Eeuwoutsz landt toe belent ten oosten selffs ende de weduwe van d'heer Burgemeester van Driel ende ten westen Willem Pietersz Cleij. Borge t selve landt.
Bron: Slagturven in Ommoorden 1591-1650 door P. Hooerbrugge [Hogenda]
---
Jannetgen Jansdr, wed. van burgemeester, raet en vroetschap Cornelis Claesz van Dryel, koopt van Cornelis Franquen Cats, won. te Cralingen, een stuk land van 3 hont en 75 roeden in de Ommoortse polder voor 110 gld. Als verpachter wordt nog genoemd Willem Schoonder. Belendingen land: kinderen van Cornelis Michielsz, Cornelis Willems Vermolen, Willem Cornelis Michielsz en Jan Willems Vermolen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 133, aktenr. 231, d.d. 30-04-1651
---
Op verzoek van Gerard Cachiopijn te Den Haag, legt Jan Willemsz Vermeulen, oud 47 jaar wonend in het ambacht van Berch, een verklaring af. Hij verklaart dat hij al 19 jaar drie en en halve morgen land huurt dat naast zijn woning ligt. De pacht of huur betaalde hij aan de weduwe van Nuliers of haar zoon. Hij heeft zijn moeder meerdere malen horen vertellen dat zijn vader Willen Jansz de huur betaalde aan Pieter Jansz Cochiopijn of diens broeder Maerten Jansz waarvan uit verschillende kwitanties bleek.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 684, aktenr. 51, d.d. 03-09-1655
---
Jannetge Crijne, weduwe van Jan Willemse Vermolen, wonende aan de Rotte in de Ommoordtse polder onder Hillegontsberch bekent 700 gulden schuldig te zijn aan Maertge Cornelis, weduwe van Pieter Ariense van der Bruijn. Zij belooft met 4% renteterug te betalen. Een obligatie van 100 gulden d.d. 21-9-1642 en een obligatie van 500 gulden d.d. 18-5-1644 die door Jan Willemse Vermolen ten behoeve van Pieter Ariense van der Bruyn zijn gepasseerd worden hierbij vernietigd.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 315, aktenr. 306, d.d. 24-03-1656
---
Jannetje Crijnen, weduwe van Jan Willemssen Vermeulen, wonend aan de zuidzijde van de Rotte in de polder van Ommoorden, vallend onder Hillegontsberg, ongeveer 53 jaar, heeft op verzoek van Jacob Muliers en Gerrit van de Meulen, gehuwd met MagdanelaMuliers, en Pieter van der Monde, gehuwd met Elisabeth Muliers, kinderen van Jacob Muliers, hun vader en schoonvader zaliger, ook waarnemend voor Pieter Muliers, hun uitlandige broer, verklaart dat zij, attestant, 20 jaar met Jan Willemsen, haar overleden man, gehuwd is geweest en gedurende deze jaren twee en halve morgen land heeft gehuurd in de polder van Ommoorden, zijnde het partijtje vicariland Catharina Cachiopijnsdr, weduwe van Jan van de Leemput...
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 487, aktenr. 144, d.d. 28-08-1657
---
ORA Hillegersberg, inv.nr. 1824, fol. 206v. 12-04-1660
Is gekomen Jannetje Crijnen, weduwe van Jan Willemsz Vermolen, geassisteerd met Pieter Jansz Zeeuw, haar gekozen voogd in deze, en heeft
uitkoop gedaan tegen Leentje Jans, meerderjarige ongehuwde persoon, en Willem Jansz Vermolen, beiden voor zichzelf, Jan Cornelisz gehuwd met
Maritge Jans, Arien Joppen van Overschie gehuwd met Willempje Jans, mitsgaders Lenert Willems Vermolen als oom en voogd over Neeltje Jans,
oud 21 jaar, Jacob Jansz, oud 20 jaar, Trijntje Jans, oud 19 jaar, Jan Jansz Vermolen, oud 16 jaar, en Ingetje Jans, oud 9 1/2 jaar, allen
kinderen en erfgenamen van de voornoemde Jan Willemsz Vermolen. (in de marge: compareerde Arie Jansz Vermeij gehuwd met Ingetje Jans,
heeft uit handen van Jannetje Crijnen, zijn huisvrouws moeder, betaald gekregen d.d. 31-01-1680.)
Bron: Archieven van het ambacht en de gemeente Hillegersberg door H.N. Berghuis [Hogenda]
---
Jannetge Crijnen, weduwe van Jan Willems Vermeulen, wonend onder Hillegontsberch, bekent een schuld van 700 gulden te hebben aan Cornelis Jans Vermeulen, mede daar wonend, ter zake van een lening. Willem Jans Vermeulen, haar zoon, stelt zichborg.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 277, aktenr. 169, d.d. 03-05-1661
---
Gerrit van der Meulen, drogist en koopman, gemachtigd, op 02-01-1663, door Jan Franciscus Adrijaens, koopman te Antwerpen, machtigt in zijn plaats Jacob Mierboom, procureur, om te procederen tegen Gerridt de Cashiophijn te den Haag, Gerrit Jans te Capelle en Jannetje Crijnen, weduwe van Jan Willems Vermeulen, wonend aan de zuidzijde van de Rotte onder Hillegersberg.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 719, aktenr. 77, d.d. 23-04-1663
---
Gerrit Jansz, wonende aan de s' Gravenwech, Jannetge Crijnen, weduwe van Jan Willems Vermolen, machtigen Maerten Deijm, procureur, om in hun naam, alle zaken waar te nemen tegen Franchois Adriaensz, coopman tot Antwerpen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 807, aktenr. 49, d.d. 07-06-1663
---
Gerrit Jansz, wonende aan de s' Gravenwech, geeft te kennen dat hij had gehoord dat hij van Gerard den Cachiopijn als procuratie hebbende van Martinis Sneesens, als vader en voogd van Philips Sneesens, een vicarieland gehuurt heeft van 7 margen en 450 roeden houtsslachlant en nog 2½ mergen land.
Jannitge Crijnen, wonend aan de Rotte onder Hellegersberch, weduwe van Jan Willemsz Vermolen huurde 2½ margen land, volgens de huurcedulle die op 15-11-1661 is gepasseerd voor notaris Adriaen van Aller. Nu de vicarielanden zijn overgegaan op Den Cachiopijn, die aldus vicaris is, volgens de confirmatiebrief van de Staten van Hollant en Westvrieslant d.d. 23-4-1663, beloven Gerrit Jansz en Jannetge Crijnen de huur aan Den Cachiopijn te betalen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 807, aktenr. 50, d.d. 07-06-1663
|