| Aantekeningen |
- Jan Gorisz Boef, ged. Benschop 1664; zoon van Goris Claasz Boef, huw. Benschop 1662; zoon van Claes Gorisz Boef, ovl. na 1632; zoon van Goris Cornelisz Boef, ovl. 1623-32; zoon van Cornelis Dircksz die Boeve & Anna Goris [Slootweg-1997, p 44].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
---
4-11-1632 (o.s.): Jan en Cornelis Gorisz, elk voor hen zelf, Jacob Adriaensz Amersfoorder en Cornelis Jansz van Swoll, beiden nomine uxoris, mede voor zichzelf, mitsgaders Leendert Cornelisz als vader en voornoemde Jan Gorisz als oudste oom en dus gerechte bloedvoogden van het nagelaten weeskind van Aentgen Jorisdr, samen voor vijf zesde delen wettelijke erfgenamen van Jannichgen Cornelisdr, weduwe van Goris Cornelisz, hun moeder en grootmoeder, transporteren aan Claes Jorisz, hun broer, zwager en oom, eigenaar van het resterende zesde deel, vijf zesde delen van 1 morgen land, gelegen in een weer van 6 morgen, in de zuidzijde van Benschop beneden de kerk, met huis, berg, schuur en getimmerte, strekkende het weer van de voorwetering tot de Lopiker landscheiding, belend boven Gijsbrecht Maertensz kinderen en beneden Dammas Cornelisz c.s., elk met 6 morgen.
Bron: RHCRL, ora Benschop 257 (FS scan 98).
---
no. 1126-pak 56. d.8-6-1638
Jacob Adriaensz. Amersfoorder, ais principael, Frederick Adriaensz. Amersfoorder, en Claes Goris zun broeder en swager respective als borgen en mede ais principaal elcq van hen ais eijgen propre schuldt voor f.1000, aan en t.b.v. Adriaen Jacobsz. en zijn erven.
Bron: http://www.den-uijl.nl ontleend aan RA Benschop, H. de Bruin
|