| Aantekeningen |
- Vermoedelijk is Neeltie Franken Vuijck geboren in ca. 1635. Franck Claes Vuijck is ca. 1630 getrouwd met Maertge Pouwels, dus hij zal ca. 1605 zijn geboren. Hij is de zoon van Claes Claes Vuijck, maar niet de oudste zoon, dus Claes zal ca. 1595 met een onbekende vrouw getrouwd zijn. Zijn geboortedatum zal ca. 1580 zijn. Waarschijnlijk gaat de akte uit 1653 niet om deze Claes, maar mogelijk zijn zoon.
---
Barent Michielsz, man en voogd van Sophia Pieters de Gruiter Breda, machtigt Willem Cornelisz de Lange, over te dragen aan Joost Cornelisz Cralingen, een vierdepart van elf morgen land gemeen met Gillis van Flory procureur generaal, en Jan Simonsz,en Joost Cornelisz, gelegen in het Ambacht van Cralinghen strekkende van de Sgravenwech noordwaarts tot aan Claes Claesz Vuyck. Het part is belast met f 322,- hoofdgeld verdeeld over: Antonius Groeneweghen, advocaet te Amsterdam en Assuerus Londerzeel alsmede Joris Paulusz.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 48, aktenr. 159, d.d. 13-12-1612
---
Op verzoek van Cornelis Janssen Nachtegael te Cralingen verklaren Schiltmans Jacobsz, 50 jr out schepen van Schielant , Pieter Leendertsz, 52 jr en Daniël Adryaensz, 44 jr allen wonende te Cralingen dat zij op verzoek van Daniël Gerritsen van Wourden steenhouwer aanwezig zijn geweest bij de secretaris van Cralingen om landerijen te taxeren ingevolge een proces van Van Wourden tegen Pietertgen Leendersdr weduwe van Jan Cornelisz Nachtegael en haar zoon Cornelis Janssen Nachtegael. De taxatie kon niet doorgaan omdat Claes Claessen Fuyck die ook gevraagd was aanwezig te zijn, niet kwam opdagen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 92, aktenr. 71, d.d. 16-04-1624
---
Maerte Maertensz Quack te Cralingen is 288 gld schuldig aan Christiaen Prins over landpacht. Op de goederen van Quack wordt beslag gelegd, waarvan een inventaris wordt gemaakt. De schuld wordt geïnd door Cornelis Pietersz van der Licht, gerechtsbode te Cralingen, ten overstaan van Cornelis Jansz Nachtigael die Claes Claesz Vuyck vervangt. N.B. Christiaen Prins wordt verderop in de akte genoemd mr. Christiaen Cornelisz Prins, advocaet.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 143, aktenr. 267, d.d. 23-03-1628
---
Ghijs Janssen en Claes Claesz Fluyck, beiden wonende in Cralingen, bekennen ieder 125 gld. schuldig te zijn aan Adriaen Woutersz Roos, pachter van het Gemaal Schielant, met wie zij tot overeenstemming kwamen over de betaling na de uitspraak van de heren Gecommitteerde Raden van Hollant en met Pieter Garrebrantsz, collecteur van de pacht van het gemaal te Cralingen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 241, aktenr. 17, d.d. 02-05-1630
---
Pieter Adriaens de Wit, schout van Cralingen, en Claes Claesz Vuyck, schepen aldaar, leggen een verklaring af op verzoek van Cornelis Jans Nachtegael aldaar. Jan Cornelisz Lodder te Hillegontsberch op de Rotte is niet in staat de kosten van schoolgeld e.d. voor zijn dochter Aryaentge Jans te betalen, en had daarom verzocht dat er een bedrag opgenomen mocht worden uit het geld dat zijn dochter had geërfd, hetgeen hem was toegestaan.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 303, aktenr. 119, d.d. 15-07-1631
---
"Pieter Adriaansz de With, schout, Claas Claasz Vuijk, Cornelis Jansz Nagtegaal en Jan Cornelisz de Vrijer, schepenen in de ambacht van Cralingen"
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 637, aktenr. 20, d.d. 09-04-1653
|