| Aantekeningen |
- Vanaf 1677 laten Jacob, Bastiaan, Jan en Ingen Ariens van Vuijren/Vuuren kinderen OK dopen te Polsbroek. In 1679 wordt in het OK doopboek Bastiaen Arij Jacobs Vuijren genoemd. Lijsbeth Arij Jacobs is doopgetuige in 1683 en 1685. In 1685 wordt Jacob Arij Jacobz Vuijren in het doopboek genoemd. Jan hertrouwt in 1686 te Benschop.
Joost Andries van Vuren/Vueren/Vuyren/Vuuren woont in De Bilt tussen 1705 en 1726.
---
Jannetgen Jacobs, weduwe en boedelhoudster van Arien Jacobsz, wonende op Noordpolsbroek, geassisteerd door Willem en Andries Arien Jacobsz, haar zonen, draagt over aan Bastiaen Arien Jacobsz, haar zoon, 5 morgen land, liggende in een weer van 8 morgen, waarvan de andere 3 morgen leengoed is van de heer van Vliet, gelegen in Zuidpolsbroek, strekkende van de halve Benschopperwetering tot halve Lopikse landscheiding.
Bron: RHC RL, ORA Noord-Polsbroek (beh.nr. L150), inv.nr. 1700, fol. 5, d.d. 06-05-1664
[Zie voor het leengoed hieronder.]
---
1-4-1671: Willem Cornelisz Stolwijck, weduwnaar van Neeltje Ariens van Vuijren, te Hoenkoop enerzijds en Andries Ariensz van Vuijren aan de Noordzijde te Polsbroek, geassisteerd door schout en weesmeesters van Hoenkoop, als oom en voogd over de minderjarige Adriaantje, Maria en Lijsbeth Willems Stolwijck, minderjarige kinderen van Willem Cornelisz Stolwijck en Neeltje Ariens van Vuijren, sluiten een overeenkomst van uitkoop of vertichting. Willem Cornelisz Stolwijck verwerft alle roerende en onroerende goederen in de nalatenschap van zijn echtgenote, waartegenover hij aan zijn dochters 1400 gulden en elk twee gouden ringen zal geven. Ook zal hij zorgen voor een goede opvoeding en een uitzet bij hun huwelijk of meerderjarigheid. Tot de nalatenschap behoort de opstal van een boerderij te Hoenkoop op erfpachtgrond van Sint Catharijne te Utrecht.
1-5-1693: Elisabeth Cornelis de Jongh, weduwe van Willem Cornelisz Stolwijck, enerzijds en Adriaantje Willems Stolwijck, gehuwd met Jan Franken, Elisabeth Willems Stolwijck, gehuwd met Eewout Gijsbertsz, en Maria Willem Stolwijck, ongehuwd, anderzijds, laten voor notaris Kersseboom te Oudewater vastleggen, dat zij hun uitkering als voornoemd ontvangen hebben.
Bron: RHCRL, ra Hoenkoop 749, fol. 106.
10-10-1676: Huwelijkse voorwaarden tussen Bastiaen Ariensz van Vuren jongman woonende op de Noortsijde van Polsbroeck, geassisteert met Jannichien Willems zijne moeder, Willem Ariensz ende Andries van Vuren zijnen broeders, ende Ingen Willems zijnen oom ter eenre, ende Marrichien Cornelis Stolwijck jongedochter geassisteert met Cornelis Willemsz Stolwijck ende Judith Cornelis haren vader ende moeder woonende in Hoincop, Willem Cornelisz Stolwijck haren broeder ende Pieter Hendricksz Bosweerder haren schoonbroeder, ter andere sijde. Elk brengt eenduysent vierhondert gulden in. Is wijders bedongen dat den toecomende bruydegom in huere volgen ende bij sijne moeder voor den tijt van vijff eerstcomende jaren in huere gelaten sullen werden voor twee ende twintich gulden vrij gelt de mergen, acht mergen die zijn moeder bezit op de Zuytzijde van Polsbroeck, belent ten oosten zijn moeder met seven mergen eygen ende twee mergen bruycklant toebehoorende den heere van Polsbroeck, ende ten westen den voornoemde In
Bron: RHCRL, na Oudewater 1894, aktenr. 30 (Coen van Wijngaarden).
19-11-1690: Acte van uitkoop Gerrit Jacobsz van de Wey. Gecompareerde Jacob Clever, Gerrit Jacobs Clever, Gijsbert Jacobs Clever voor hun zelven en zich sterk makende voor Willem Jacobs Clever, Aarjaanttie Jacobs Clever en Cornelia Jacobs Clever, broeders en zusters, Eldert Jans Wieren en Willem Arens Wieren, Andries Ariens van Vueren, Jacob Ariens van Vueren, Cornelis Ariens van Vueren, Bastiaen Ariens van Vueren, Ingen Ariens van Vueren en Jan Ariens van Vueren voor haar zelven hem sterk makende ende mede de rato caserende voor Lijsbet Ariens van Vueren ter eenre ende Gerrit Jacobs van de Wey schepenen alhier ter andere zijde te samen erfgenamen van Jan Bastiaen Clever te Willige Langerak overleden. Als volgt verdeeld; Voornoemde Gerrit Jacobs van der Wey zal hebben alle goederen bij voornoemde Jan Bastiaens nagelaten waarbij hij alle lasten en schulden op zich moet nemen, waarbij hij aan de eerste comperant zal moeten uitreiken f 400,-
Bron: RHCRL, ra Willige Langerak 2308, fol. 176v (bewerking RHCRL).
---
38. 3 morgen land in Polsbroek (1580: aan de zuidzijde) aan de zijde van de jonkheer van Montfoort (1580: in de heerlijkheid van de heer van Barbançon, graaf van Aremberg; 1589: van de gravin van Aremberg), (1657: gemeen in 8 morgen), boven: de jonkheer van Montfoort en de erven van Frank die zeepzieder (1580: de heer van Barbançon en Cornelis Koenenz.; 1589: de gravin van Aremberg en Adriaan Nikolaasz. tezamen met 4 morgen; oost: 1657: Jannetje Willems; 1707: de heer van Polsbroek), beneden: Willem Buitendijk (1580: erven Dirk Gerardsz. met 4 morgen; 1589: de gravin van Aremberg met 7 morgen; 1657: de heer van Polsbroek), (1657: strekkend van de halve wetering van Benschop tot de halve landscheiding van Lopik).
25-5-1657: Cornelis Pietersz. ook voor zijn broers en zusters bij dode van Maartje Jansdr., hun moeder, waarna overdracht aan Andries Adriaansz. voor Jannetje Willems, weduwe van Adriaan Varen Jacobsz., diens moeder, I fol. 180-182.
14-6-1670: Bastiaan Adriaansz. bij overdracht door Andries Adriaansz. voor Jannetje Willemsdr., hun moeder, bij zijn huwelijk, I fol. 199-200.
1-7-1707: Nikolaas Vuuren Bastiaansz. bij dode van Bastiaan Vuuren Adriaansz., zijn vader, I fol. 242v-243.
21-10-1719: Jan Sluis Cornelisz. bij overdracht door Nikolaas Vuuren, I fol. 249.
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Vliet, 1353-1753 door J.C. Kort
|