| Aantekeningen |
- NH dopen Rijnsaterwoude:
16-08-1722 Jan; o. Wouter Janse van der Zwan en Ingetje Meltens de Lange; g. Martje Janz van der Zwan
03-10-1723 Melte; o. Wouter Janz van der Zwan en Ingetje Meltens de Lange; g. Lena Meltens de Lange
19-12-1728 Jacob; o. Wouter Jansz van der Swan en Ingetje Meltens de Lange; g. Jannetje Jansdr van der Swan
---
14-4-1749: Maartje van der Vis, weduwe van Hendrik Breekland, Cornelis van der Hart en Isaak Havenaar als testamentaire voogden over de minderjarige kinderen van Hendrik Breekland, droegen over op Wouter van der Zwan het op 28-01-1749 onder voorwaardenverkochte huis en erf in de Ridderbuurt in de Grote polder, te verongelden voor een huis en 50 roeden, belend ten noorden de Oudshoornse dijk of Noordwetering, ten zuiden en westen Arij Sijmonsz Buurman en ten oosten de weduwe van Jan Outshoorn. Koopsom 324 gulden.
Bron: GAAR, ora Oudshoorn 20, fol. 20, d.d. 14-04-1749
9-6-1757: Wouter van der Zwan verkoopt aan Melte Woutersz van der Zwan een huis en erf aan de zuidzijde van de Ridderbuurt in de Grote polder, strekkende uit de Noordwetering tot Arij Sijmonsz Buurman, belend ten oosten de weduwe van Jan Jansz Outshoorn en ten westen voornoemde Buurman. Koopsom 210 gulden.
Bron: GAAR, ora Oudshoorn 21, fol. 225.
28-12-1764: Testament van Wouter van der Swan en Maartje Cornelisse Wassenaar, echtelieden wonende in de Ridderbuurt te Oudshoorn, gegoed beneden 2.000 gulden. Wouter stelde tot erfgenamen zijn 2 voorkinderen Jacob en Jan, de vier nagelaten kinderen van zijn zoon Melten, alsmede zijn tegenwoordige vrouw. Maartje benoemde tot erfgenamen haar voorzoon Leendert van Berkel en haar tegenwoordige man. Voogden over Meltens kleinkinderen: de voorzonen Jacob en Jan. Getuigen: Willem van de Werken en Dirk Doornbos.
Bron: GAAR, ona Oudshoorn 40.
---
"Ook wordt in andere akten, met name testamenten, soms de vermelding van naam en woonplaats van de testateur aangevuld met het beroep. De in de Oudshoornse Buurt wonende Wouter van der Zwan en Ingetje Meltensdr de Lange werden in 1741 als werkliedenin turf aangeduid."
"Wouter van der Zwan en Ingetje de Lange wisten zich in 1741 nog te herinneren, dat zij in het najaar van 1737 en het voorjaar van 1738 vanuit de akkers van de overleden Jan van der Wilster 479 roeden turf hadden gevaren. Ze werden daarvoor "bij deroede de quantiteijt" betaald. Waarschijnlijk hebben zij de turf vervoerd naar de turfschuren."
Bron: Riet, A.J.J. (2005). Meeten, boren en besien: Turfwinning in de buitenrijnse ambachten van het Hoogheemraadschap van Rijnland 1680-1800 [Proefschrift]. Hilversum: Uitgeverij Verloren.
|