| Aantekeningen |
- NB. Dat Gerrit Hendricksz Spengen de vader is van Jacob en Cornelis Gerritsz Spengen is gebaseerd op de akte van 24-07-1690. De erfenis van Jan Hendricksz van Spengen de jonge wordt verdeeld over de kinderen van zijn broers en zussen. Jacob en Cornelis vallen onder een andere "staeck" dan de kinderen van Jan Hendricksz van Spengen de oude. Bovendien blijkt de erfenis van Gerrit Hendricksz Spengen verdeeld te zijn in vier staken, wat overeenkomt met de volgende vier kinderen.
Cornelis Jansz van Spengen, Harmen Jansz, Willem Jansz, Gerrit Jansz, Merrighje Jans, weduwe van Hermen Jacobsz van Heusden, allen broers en zussen, voor de eerste staak, Cornelis Gerritsz Spengen en Jacob Gerritsz Spengen, broers, voor de tweede staak, Hendrik Gerritsz van Eijk, Annighje Gerrits van Eijk, weduwe van Claes Zaell, voor de derde staak, en voor de vierde en laatste staak Lambert Jansz Hardevelt, getrouwd met Gerrighje Philips, Pieter van Geell, getrouwd met Weijntje Philips, Folkert Gerritsz Heero, getrouwd met Jannigje Philips, samen erfgenamen van Jan Hendriksz Spengen zaliger, machtigen Jan Claesz Plomp, bode van dit gerecht, om voor het gerecht van Kamerik te transporteren aan Joan van der Pant, schout van Kamerik Mijzijde, een huis en erf in Kamerik Staten Gerechte.
RHCRL, ORA Kamerik en de Houtdijken (beh.nr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 83, d.d. 24-07-1690
Kinderen:
Hendrick Gerritsz Spengen x Neeltgen Jans den Boer
- Gerrit Hendricxse Spengen
- Jan Hendricxse Spengen x Anneken Cornelis
Crijn Gerritsz Spengen
Cornelis Gerritsz Spengen x Grietje Hendricks Zael
- Gerrit Cornelisz Spengen
Jacob Gerritsz Spengen x Aartje Cornelis Griffioen
---
Hendrick Gerritsz j.m. wonende te Kamerik Statengerecht toekomstige bruidegom, geassisteerd met Jannichgen Crijnen weduwe van Gerrit Hendricxsz zijn moeder, Jan Hendricksz den ouden, Jan Hendricksz den jongen en Franck Crijnen zijn ooms, evenals Hans Willemsz van Dobben zijn zwager ter ene, en Neeltgen Jansdr den Boer j.d. wonende te Oud-Kamerik toekomstige bruid, geassisteerd met Jan Jansz den Boer haar vader en Maerten Jansz den Boer haar broer ter andere zijde, hebben besloten tot een toekomstig huwelijk met de navolgende huwelijkse voorwaarden. De bruidegom krijgt van zijn moeder 1000 gulden en een uitzet. De bruid brengt in het huwelijk een hofstee met 9 morgen land gelegen te Oud-Kamerik met het recht op de huur van nog eens 20 morgen. Dat laatste komt de bruid toe door het overlijden van haar moeder uit een testament van 16-03-1656 vastgelegd bij notaris Gerardt van Gorcom, waarbij de vader van de bruid 3500 gulden krijgt.
Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8538, aktenr. 80, d.d. 16-08-1656
---
Jan Heijndricksz Spengen den jongen en Cuijntgen Gerrits, wonende te Kamerik, echtelieden, beiden gezond, maken hun testament op. Jan legateert 100 gulden aan de diaconie van de gereformeerde kerk. Hij legateert aan Cornelis Gerritsz, zoon van zijn broer Gerrit Heijndricksz 500 gulden en zijn kleding. Jan institueert zijn broer Jan Heijndricksz den ouden tot een vierde deel, de kinderen van Gerrit Heijndricksz een vierde deel, de kinderen van Merrichgen Heijndricks ook een vierde deel en de kinderen van Neeltgen Heijndricks een vierde deel. Cuijntgen legateert aan de H. Geest te Kamerik 100 gulden, aan Susanna Jans de dochter van haar overleden broer haar kleding. Cuijntgen institueert tot haar erfgenamen Gerrit Jansz en Susanna Jans de kinderen van haar broer. Mochten deze twee overlijden zonder kinderen na te laten, dan gaat de erfenis naar de wettige erfgenamen aan haar moederskant. In die erfenis mogen niet Willemtgen Eersten, Anna Eersten de jonge, Claes en Gijsbert Elbertsz en Jan Jansz Hoogerbo
Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8506-I, aktenr. 19, d.d. 15-05-1657
---
Jacob Gerritsz Spengen en Dirck Cornelisz Gravesteijn getrouwd met Grietje Henricx [Zaal] laatst weduwe van Cornelis Gerritsz Spengen ten ene zijde, Huijbert Krijnen getrouwd met Anneken Cornelis te voren weduwe en boedelhoudster van Jan Hendricks Spengen en voogdesse van haar onmondige kinderen ter andere zijde. Tussen de partijen was er een proces ontstaan bij het Hof van Utrecht over de nalatenschap van hun oudoom Jan Heijndricks Spengen de jongen. Er was een inventaris opgemaakt op 22-07-1690 van de boedel van Jan Heijndricks Spengen de jongen. Er was ook nog de staak van Gerrit Hendricksz Spengen waar de kinderen van de vrouw van de derde comparant [Anneken Cornelis] voor een vierde recht op hadden.
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 928, aktenr. 367, d.d. 03-08-1695
|