| Aantekeningen |
- Dirck Claesz Bruijn, wonende te Nootdorp, en Wollebrant Jacobsz, wonende aan de Wadding, machtigen Cornelis Bosu, Henrick Boom en Jan de Jong, procureurs aan het Hof van Holland, vanwege een zaak tegen Cornelis Cornelisz van Borsselen, pachter van de bieren over Leiderdorp. Getuigen: Adriaen van der Berch en Pieter Sanguijn, deurwaarder.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 178, fol. 315, d.d. 16-07-1617
---
"Jacob Adriaensz van der Marck ende Adriaen Adriaensz van der Marck gebroeders, zo voor hem selven mitsgaders als testamentare voochden over oude Jacob ende jonge Jacob Wollebrantsz van der Hagen, beijde naergelaeten kinderen van Marijtgen Adriaensdr van der Marck, gewonnen bij Wollebrant Jacobsz van der Hage wijders noch de voorn. Adriaen Adriaensz van der Marck als gemachtich van Adriaen Dircxsz van der Marck, Leendert Maertensz als getrout hebbende Marijtgen Dircxdr van der Mark t'samen naergelaten kinderen van Dirck Adriaensz van der Marck, vermogens der selver procuratie gepasseert voor schepenen der stadt Leijden, in date den iijen april anno xvjc achtendertich, ende noch de selve Adriaen Adriaensz als procuratie hebbende van Lucas van Baten getrout sijnde met Magdaleentgen Ghijsbrechtsdr van der Marck ende Maerten Crijnen als man ende voocht van Aecgen Ghijsbrechtsdr van der Marck, beijde naergelaeten dochteren van Ghijsbrecht Adriaensz van der Marck, vermogens procuratie verleden voor burgemrn
Bron: ELO, ORA Zoeterwoude (toegangsnr. 0500D), inv.nr. 66, fol. 26, d.d. 24-04-1638
|