| Aantekeningen |
- Dat Annetje en Marrigje Maartens zussen zijn, is een hypothese aan de hand van twee transportakten (RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 1, aktenr. 286, fol. 191v, d.d. 09-02-1677 en RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 2, aktenr. 50, fol. 28v, d.d. 12-03-1678). In de eerste akte verkopen de kinderen van Mathijs Jansz Bos en Marrijtjen Maertensdr een stuk land van 7m 2h 25r aan Adriaen Loeff te Gouda. De schans wordt in de akte genoemd. In de tweede akte verkopen de kinderen van Annitgen Maertens (weduwe van Jan Pieters Butterboer) een stuk land van 7m 5h 25r aan dezelfde Adriaen Loeff. De schans ligt voor een deel op dit land. Dit lijkt geen toeval te zijn.
---
Ick ondergesz. landt meter hebbe gemeten het landt van de erfgenamen van Jan Pietersz Butterboer salr. daer de groote schans op leijt, daer gaet of voorde schans, ofte het water, te samen een morgen een hondert en vier en tnegentigh roede Rhijn-landtse maet, actum den 15 febrewaris 1675. Bij mijn geadtm. landtmr. Floris Damen van Outshoorn 1675
Bron: Morgenboek 1676 Bodegraven Zuidzijderpolder
|