| Aantekeningen |
- Huych Gerritsz Vrooman, woont in "de woning van de vroonmeester", Valkenburg ZH 1555 [Zijl van-1989, p 488].
Maritje Jans Vromans, begr. Rijnsburg 1646; dochter van Jan Cornelisz Vromans; zoon van Cornelis Pietersz Vroman, ambachtsbewaarder van Valkenburg 1625, huw. aldaar 1604 ; zoon van Pieter Huijgensz Vroman, landbouwer te Valkenburg, ovl. ca. 1600; zoon van Huijg Gerritsz Vroman, landbouwer te Valkenburg, won. aldaar 1555 'de woning van de vroonmeester'; zoon van Gerrit Jan Kerstantsz Vrooman, landbouwer te Valkenburg, won. aldaar vanaf 1490, ovl. na 1557; zoon van Jan Kerstantsz, mogelijk identiek met Jan Vos die op het veer woonde in Valkenburg, ovl. voor 1470 [Slootweg-1997, p 144].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
---
S28 I.559 Huygh Gherritsz. Vrooman verkoopt aan het Convent aan de Hogelandse kerkgracht een rente op 3,5M wei, niets daarop staand dan de heer zijn recht gelijk gemeen buyrenlandt in Valkenburg [M12]. O Brouckweg, Z erven Dirck Florisz. [M11], W Cornelis Woutersz, N Jan Wigghersz. te Leiden [M13]. 2-1560
S34 I.387, f60 Huych Gerrytsz. Vrooman te Valkenburg is schuldig aan Cornelis Willemsz. draepenier een rente verzekerd op 1M in Valkenburg [M102]. O Buyerwech of buyerpadt, Z Ouwe Jacop Pietersz. [M103], W Vrouwe van Rijnsburg [M79], N land genoemd de placket die vroeger Willem Claesz. gebruikte en nu zijn erven [M99], ..N Vrouw van Valkenburg voorschreven 27-3-1547
Bron: Historische Atlas van Katwijk en Valkenburg 1544 door D. Parlevliet
S104 f150v Huych Geryt Kerstentz. te Valkenburg. 8H wei in Valkenburg aan kerkelant van Valkenburg. 1536
---
Nr. 2681. Huych Gherritsz. Vroman, buurman in Valckenburch, erkent voor schout en gezworenen in de ambachten der gerechten van Valckenburch en de beide Catwijcken verkocht te hebben aan het convent aan de Hoghelandtsche kerckgraft te Leyden een rente van 12 Carolusgulden, verzekerd op 3½ morgen land aan de Brouckwech in Valckenburch. 1560 februari 29, upten lesten dach van february, nae 't ghemeen schrijven.
ELO, Inventarissen van kloosterarchieven (toegangsnr. 503), inv.nr. 559.
---
Huijch Gerrijtsz Vroonman, wonende te Valkenburg, is schuldig aan Jacob Willemsz Scoemaecker, wonende te Rijnsburg, zijn zwager, een jaarlijkse rente van 12 gulden per jaar met een hoofdsom van 200 gulden. De comparante belooft een brief te laten opstellen met een geschikt onderpand.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1, aktenr. E5, d.d. 10-01-1568 (scan 179)
---
Marijtgen Jansdr, weduwe van Huijch Gerijtsz Vroomen, wonende te Valkenburg, en Dirck Jansz, mede wonende te Valkenburg, haar broer en gecoren voogd, heeft overgedragen aan Zacharias Mathijsz, Jan Heijmansz, Aelbert Jeroensz Molenaer en Grietgen Mathijsdr, allen wonende te Warmond, een losrentebrief op naam van Dirck Andriesz, buurman te Katwijk aan den Rijn met Cornelis Foeijensz en Mathijs Foeijensz als borgen, met een losrente van 12 gulden per jaar met een hoofdsom van 192 gulden. [In de marge gaat het over een losrente op naam van Huijch Gerijtsz Vrooman toekomende het Kapittel van Hoogland te Leiden.]
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 10, aktenr. 279, d.d. 27-10-1582 (scan 369)
---
Katharijn Adriaensdr, poorteresse te Leiden, geassisteerd door Claes Adriaensz Brouwer, haar zwager, draagt over op Marijtgen Jansdr, weduwe van Huijch Geritsz Vrooman te Valkenburg een schouten bezegelde losrentebrief d.d. 07-06-1548, opgesteld te Valkenburg en beide Katwijken, afgesloten door Cornelis Meesz en Frans Fransz, buurluiden te Valkenburg, ten behoeve van Claes Cornelisz de Wilde te Leiden, de comparant aangekomen via De Wilde, haar oom. Als onderpand geldt een woning met huis, schuur en berg met 5 hond land, behorende bij voornoemde Cornelis Meesz, gelegen te Valkenburg, nog een boomgaard van 4 hond groot, ook eigendom van Cornelis, mede te Valkenburg. In de marge gaat het over een obligatie waarmee betaald is door
Jacop Willemsz, de zwager, en Dirc Jansz, de broer van voornoemde Marijtgen, te betalen in twee termijnen.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 50, fol. 186v, d.d. 07-10-1585 (scan 199)
|