| Aantekeningen |
- Gerrit Heijndericxsz Verbeeck is schuldig aan mr. Dirck de Cocq, advocaat bij het Hof van Holland, een bedrag van 1.025 gulden vanwege de koop van de helft van ca. 11 morgen land die voornoemde comparant met Dirck Barentsz in erfpacht gebruikt van voornoemde De Cocq, genaamd "Cranenburch", gelegen in de Catgespolder onder Zevenhuizen, verdeeld in twee percelen, waarvan het ene perceel is strekkende van de dwarssloot tot de Middelwetering, belend ten noorden Cornelis Cornelisz Tas en ten zuiden Adriaen Jacobsz Maetroos, het andere perceel is strekkende van de Middelwetering tot het Nieuwe Diep, belend ten noorden de weduwe en erfgenamen van Dirck Barentsz en ten zuiden Pieter Hillebrantsz Snijer. De comparant mag het land niet verder steken of ontgronden. [De koopakte staat op fol. 17v]
Bron: SAMH, ORA Zevenhuizen (toegangsnr. 12), inv.nr. 45, fol. 2, d.d. 20-12-1603
---
Adrijaen Jansz, onze buurman, is schuldig aan Jan Jansz van Vlassenburch, mede onze inwonende buurman, 275 gulden vanwege de koop van land. Borgen zijn Jan Adrijaensz Bosch en Gerrit Heijndericxsz Verbeeck.
Bron: SAMH, ORA Zevenhuizen (toegangsnr. 12), inv.nr. 45, fol. 35, d.d. 25-01-1604
---
Jaepgen Gerritsdr, weduwe van Adriaen Jansz Bosch, geassisteerd door Gerrit Heijndericxsz Verbeeck, haar vader en voogd, is schuldig aan Jan Arijensz Bosch, onze buurman, als enige erfgenaam van voornoemde Arijen Jansz, zijn overleden zoon, 126 gulden als gevolg van de boedelscheiding
Bron: SAMH, ORA Zevenhuizen (toegangsnr. 12), inv.nr. 46, fol. 53v, d.d. 11-04-1605
---
Diert Bastiaensz, onze buurman, getrouwd met Maertentgen Thonendr, weduwe van Claes Cornelisz Tasch, haar tweede man, heeft overgedragen aan Gerrit Heijnricxsz Verbeeck een perceel land wat de comparant heeft ontvangen uit de boedelscheiding na het overlijden van zijn schoonouders, ca. 3,5 morgen groot, gelegen in het Noordeinde van Zevenhuizen bij de Catgesmolen en de woning van Aelwijn Roelen en de kinderen van Claes Jacobsz van Haserswoude, strekkende van de tweede vaart oostwaarts tot de weg van Ellert Tuijnebreijer, belend ten noorden Lenert Michielsz Evenblij c.s. en ten zuiden de voornoemde kinderen van Claes Jacobsz van der Soude. Betaald met een schuldbrief. [Schuldbrief op fol. 85, het betreft 1.500 gulden. Extra onderpand: ca. 3 morgen, belend ten oosten de schouwbare vaart, ten westen de Rottekade, ten noorden Arijen Jacobsz Maetroos en ten zuiden Willem Huijbrechtsz.]
Bron: SAMH, ORA Zevenhuizen (toegangsnr. 12), inv.nr. 46, fol. 86, d.d. 15-09-1605
---
Marritge Gerritsdr, weduwe van Willem Crijnensz, haar laatste man, geassisteerd door Maerten Jacobsz en Claes Jansz te Bleiswijk, en Poulus Pietersz, wonende te Zevenhuizen, haar voogd, aan de ene, en Pieter Willemsz jongezel, voor zichzelf en geassiteerd door Gerrit Heijnricxsz Verbeeck, zijn oudoom, en Jasper Crijnensz [int Hout, oom], mede-voogd van Neeltgen Willemsdr, onmondig weeskind van dezelfde Willem Crijnen, bij welke Jasper Crijnen zich nog gevoegd heeft Crijn Michielsz [int Hout], zijn vader, aan de andere zijde. Scheiding van de woning en landen die Willem Crijnen door zijn dood heeft achtergelaten.
Bron: SAMH, WK Zevenhuizen (toegangsnr. 13), inv.nr. 2, fol. 24, d.d. 03-03-1610 [Ook fol. 27, 36 en 37v]
---
Pleuntgen Gerritsdr, weduwe van Jan Ockersz Jan, geassisteerd door Gerrit Henricxsz Verbeeck, haar vader, heeft uitgekocht haar nagelaten weeskind, in huwelijk verwekt met Jan Ockersz Jan, met naam Pietertgen Jansdr, aanstaande Vrouwendag (2 februari) 2 jaar oud. Jan Ockersz is grootvader en voogd van het weeskind. Alle goederen uit de boedel blijven van de weduwe, inclusief de schulden. Ze zal haar kind opvoeden en onderhouden tot haar 18e jaar Dan krijgt het kind 50 gulden mee.
Bron: SAMH, WK Zevenhuizen (toegangsnr. 13), inv.nr. 2, fol. 142v, d.d. 25-09-1619
---
Maritgen Willemsdr, weduwe van Pouwels Gerritsz Verbeeck, geassisteerd door Willem Isbrantsz Levelangh, haar vader, aan de ene, en Gerrit Henricxsz Verbeeck, grootvader en voogd van het nagelaten weeskind van voornoemde Pouwels Gerritsz Verbeeck, verwekt bij voornoemde Maritgen Willemsdr, aan de andere zijde. Met toestemming van de schout als oppervoogd van alle weeskinderen is er een akkoord bereikt, namelijk dat Maritgen Willemsdr alle goederen uit de boedel behoudt, inclusief de schulden. Ze zal haar onmondige kind, met naam Hendrick Pouwelsz, ca. 2 jaar oud, opvoeden en onderhouden tot zijn 18e jaar, wanneer hij 600 gulden krijgt uitgekeerd. Borg is Willem Isbrantsz Levelangh.
Bron: SAMH, WK Zevenhuizen (toegangsnr. 13), inv.nr. 3, fol. 21, d.d. 16-09-1620
---
Maritgen Willemsdr, weduwe van Pouwels Gerritsz Verbeeck, geassisteerd door Willem Isbrantsz Levelangh, aan de ene, en Gerrit Hendricxsz Verbeeck, grootvader en voogd van het nagelaten weeskind van voornoemde Pouwels Gerritsz Verbeeck, aan de andere zijde. De weduwe neemt tot last alle schulden in de boedel en zal het kind opvoeden en onderhouden tot zijn 18e jaar, wanneer het kind 600 gulden uitgekeerd krijgt. Borg is Willem Isbrantsz Levelangh.
Bron: SAMH, WK Zevenhuizen (toegangsnr. 13), inv.nr. 3, fol. 45v, d.d. 23-04-1620
|