| Aantekeningen |
- Cornelis Jansz (met land) en Aeffen Cornelis,
Marritge (20), Dieuwertgen (18), Cornelis (15), Wytten (13), Pieter (9), Arien (6)
Bron: Hoofdgeld Moordrecht 1622 (Ons Voorgeslacht)
---
28-6-1613: Neeltgin Jansdr, weduwe van Cornelis Pietersz, met Willem IJsbrantsz, haar wettige man, Cornelis Jansz als man en voogd van Aeffgin Cornelisdr, Willem Cornelisz, Dirck Jansz als man en voogd van Aerjaentgin Cornelisdr en Leendert Fransz als man en voogd van Lijsbetgen Cornelisdr, kinderen en erfgenamen van Cornelis Pietersz, hun vader. Ze hebben samen met Margen Cornelis en haar voogd Willem Cornelisz op 27-01-1612 gegrondkaveld de landen die Cornelis Pietersz nagelaten had, waarbij Margen Cornelisdr en Arien Claesz [Ruijchaver], haar wettige man, ten deel is gevallen ca. 4 morgen water of land met een keet erop, gelegen in het Middelland, strekkende van het weeskind van Jan Willemsz Thoen (nu eigendom van Cornelis Dirckxsz Thoen) en de weduwe en Willem IJsbrantsz tot Arien Jansz Schipper en Neelemans weduwe, belend ten oosten Cornelis Dirckxsz Thoen en de voornoemde weduwe met Willem IJsbrantsz en ten westen Krijn Ariensz. Ze hebben tot last genomen een obligatie op naam van Margen Joppen.
Bron: SMH, ora Moordrecht 35 (FS scan 74)
1-2-1620: Goosz Maertsz, onze buurman, verkoopt aan Cornelis Jan Schoud 1 morgen land, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de comparant tot Cornelis Ghijsz, belend ten oosten Cornelis Arien Maertsz en ten westen Claes Louwen. Betaald met een schuldbrief. Schuldbief van 1.000 gulden volgt. Daarin gaat het over nog 10 morgen land met huis, berg en schuur, gelegen in het Achterland, strekkende van de Veenwege tot de watersloot, belend ten oosten Melte Leendertsz en ten westen Sent Willemsz en Maerten Willemsz weduwe.
Bron: SMH, ora Moordrecht 36, fol. 216 (FS scan 467)
13-5-1622: Cornelis Jansz, onze inwoner, transporteert aan Jan Cornelis Ellertsz, zijn zwager, een stuk hooiland ca. 2 morgen groot, gelegen in het Middelland, strekkende van Wouter Pietersz nazaten tot Nanne Claesz, belend ten oosten de koper zelf en ten westen Cornelis Cornelisz Cleijn Neel. Als onderpand voor vrijwaring stelt de comparant zijn hofstede en landen gelegen in het Achterland, ca. 10 morgen groot, strekkende van de Veenweg tot de watersloot, belend ten oosten Melte Leendertsz en ten westen Sent Willemsz en de weduwe van Maerten Willemsz Bloet.
Bron: SMH, ora Moordrecht 37, fol. 67 (FS scan 599)
9-2-1623: Cornelis Jansz Schouden, onze mede buurman, verkoopt aan Jan Cornelis Ellertsz een stuk land van ca. 2 morgen groot, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de erfgenamen van Wouter Pietersz tot Varme(?) Claesz en Pieter Pietersz Knecht, belend ten oosten Jan Cornelis Ellertsz zelf en ten westen Cornelis Cornelisz Cleijneel. Het land is afkomstig van Jan Cornelisz Schoudt, zijn vader.
Bron: SMH, ora Moordrecht 37, fol. 118 (FS scan 648)
16-9-1623: Cornelis Jansz Schoudten, onze mede buurman, heeft op 15-03-1619 van Goosz Maertsz, biertapper te Moordrecht, gekocht een stuk veenland, dat hij nu aan Claes Huijgen, wonende in de Broek, overgeeft. Het betreft een stuk veenland, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, ca. 1 morgen groot, strekkende van Goossen Maertsz tot Cornelis Ghijsz, belend ten oosten Huijbert Leendertsz Vet en ten westen Claes Louwen. Voldaan met een custingbrief en een obligatie van 140 gulden.
Bron: SMH, ora Moordrecht 37, fol. 174 (FS scan 706)
5-1-1625: Cornelis Jansen Schoudten, onze mede inwoner, is schuldig aan Dirck Claessen, wonende te Gouda, een losrente van 12 gld. 10 st. per jaar met een hoofdsom van 200 gulden. Als onderpand geldt zijn hofstede en landen met huis, berg en schuur, gelegen in het Achterland onder Moordrecht, ca. 10 morgen groot, strekkende van de Veenweg tot de watersloot, belend ten oosten Melte Leendertsz en ten westen de erfgenamen van Sent Willemsz en de weduwe van Maerten Willemsz. In de marge: Cornelis Ariensz Schoutten meldt dat de rentebrief is afgelost aan Dieuwertge Wouters, weduwe van Jan Bastiaensz Waeghals, die een mede erfgenaam was van Niesge Claes, zus en vorige erfgenaam van Dirck Claesz, d.d. 29-03-1686.
Bron: SMH, ora Moordrecht 38, fol. 76
18-3-1627: Dirck Cornelis Huijsz, onze mede inwoner, verkoopt aan Cornelis Jansz Schoudten een kerfte veenland, gelegen in het Achterland onder Moordrecht, strekkende van de watersloot tot Maerten Pietersz Bruijn, belend ten oosten Sijmon Pietersz en ten westen de erfgenamen van Sent Willemsz. Betaald met een custingbrief op naam van Ariaentgen Aelbrechts, weduwe van Dirck Heijndircksz Leetmaet, wonende te Gouda. Schuldbrief van 675 gulden volgt. Als onderpand geldt het gekochte land en een hofstede met ca. 10 morgen land in het Achterland onder Moordrecht.
Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 12
9-5-1627: Cornelis Jansz Schoudten, onze mede inwoner, is schuldig aan het weeskind van Claes Nannen en Grietgen Jacobsdr, beiden overleden, een losrente van 12 gld. 10 st. per jaar met een hoofdsom van 200 gulden. Als onderpand geldt 2,5 morgen land in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van Daem Jansz Schoudt tot Arien Jansz en Marritgen Cornelis kinderen, belend ten oosten de Buurkerklaan en ten westen voornoemde Daem Jansz Schoudt.
Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 26v
5-7-1628: Cornelis Jansz Schouten, Heijndrick Jan Ockersz en Willem Ellertsz zijn voogden van de nagelaten weeskinderen van Arijen Jansz en Marritgen Cornelisdr, beiden overleden, willen een huis en erf verkopen aan Thonis Claesz van de Houff, gelegen in het Dijkland onder Moordrecht. Het moet een openbare verkoop zijn na vier zondagse gerechtsdagse geboden. [Het is me niet duidelijk wat het doel is van de akte.]
Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 170
21-11-1628: Neeltgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelis Ellertsz, met Cornelis Jansz Schoudten, haar gekozen voogd, verkoopt aan Jan Adriaensz, biertapper te Moordrecht, ca. 4 hond land in het Middelland onder Moordrecht.
Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 184
9-4-1629: Neeltgen Jansdr, weduwe van Jan Cornelis Ellertsz, wonende te Moordseveen, met Cornelis Jansz Schout, haar broer en gekozen voogd, verkoopt aan Goossen Maertensz ca. 2,5 morgen land in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de kinderen van Adriaen Jansz en Marritgen Cornelis tot Pieter Biersteecker en Ghijsbert Jacobsz, belend ten oosten de Buurkerklaan en ten westen Daem Jansz Schoudt en Ellert Cornelisz. Schuldbrief van 1.460 gulden volgt. Borgen zijn Isbrant Jansz schoolmeester en Jan Pietersz Peetoom.
Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 204v (FS scan 492)
9-4-1629: Neeltgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelis Ellertsz, met Cornelis Jansz Schouten, haar gecoren voogd, verkoopt aan Goossen Maertensz, biertapper te Moordrecht, een leeg erf aan het Buurpad, waar Goossen Maertensz nu opgetimmerd heeft, strekkende van het Buurpad noordwaarts tot de schout, belend ten oosten het Buurdpad en ten westen Heijndrick Jansz Backer; nog een erf naast Heijndrick Jansz' erf, strekkende van Heijndrick Jansz tot de dijkwetering, belend ten oosten Pieter Knecht en de schout en ten westen Oliphier Jansz.
Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 210 (FS scan 497)
1638: Adriaen Claesz Ruijchaver, onze buurman, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Aeriaentge Cornelisdr, weduwe van Isbrant Hendericxsz [wonende te Rotterdam] voor twee vijfde delen, Cornelis Jansz Schouten, getrouwde met Aeffge Cornelisdr, wonende te Moordrecht, mede voor een vijfde deel, Cornelis Willemsz en Cornelis Jan Corsz, getrouwd met Grijetge Willemsdr, beiden wonende te Linschoten, voor hen zelf en zich sterkmakende voor de twee weeskinderen van Willem Cornelisz van Lindtschoten, voor een gelijke vijfde deel, dragen over aan Pieter Cornelisz Levelangh een stuk land in de Catgespolder, strekkende van de Vaart westwaarts tot de Rottekade, belend ten zuiden Galeijn Dircxsz en ten noorden Michiel Leijnen c.s. Koopsom is 1.000 gulden.
Bron: SMH, ora Zevenhuizen 54, fol. 182v (FS scan 191)
14-5-1645: Cornelis Jansz Schoutten, wonende in het Moordseveen, machtigt Cornelis Cornelisz Schoutten, zijn zoon, om in zijn naam te ontvangen van Cornelis Willemsz int Hout 300 gulden vanwege een obligatie d.d. 06-10-1644.
Bron: SMH, ona Moordrecht 6102 (FS scan 143)
17-3-1647: Cornelis Jansz Schouten en Aeffgen Cornelisdr, echtelieden wonende in Moordseveen, beiden ziek, testeren. Ze benoemen tot hun erfgenamen hun kinderen, behalve dat de weeskinderen van Maritgen Cornelis, verwekt bij Pieter Arijensz Bennis, zullen genieten de helft van een kamp land gelegen in het Achterland onder Moordrecht, ca. 1 morgen groot, strekkende van het weiland van de hofstede van de testateurs tot het veenland, belend ten oosten Arijen Cornelisz Schouten en ten westen de testateurs zelf. De voogden van de weeskinderen, die wonen in Gouda, mogen zich niet met de erfenis bemoeien. De weeskamer wordt uitgesloten van bemoeienis.
Bron: SMH, ona Gouda 227, fol. 99
28-2-1651: Loting en grondverkaveling door Cornelis Cornelisse Schoutten, voor zichzelf en als oom en bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van Maritgen Cornelisdr zaliger, Arij Cornelisse de Wit, Pieter Cornelisse Schoutten, Arij Cornelisse Schoutten en Huijbert Ariensse Block, getrouwd met Dieuwertgen Cornelisdr, samen kinderen en erfgenamen van Cornelis Jansz Schoutten en Aeffgen Cornelisdr, beiden overleden, van de volgende huis en landen door Cornelis Jansse en Aeffgen Cornelis door hun dood nagelaten. Cornelis Cornelisse Schoutten: een stuk weiland in het Achterland, strekkende van de Achtervaart tot Arien Cornelisse Schoutens deel of de halve dwarssloot, belend ten oosten Arijen Cornelisse en ten westen Dirck Damen, 1 morgen groot. Arien Cornelisse Schoutten en Pieter Cornelisse Schoutten (wordt geheel eigendom van Arien): een kamp wei- en hooiland in het Achterland, strekkende van het voorgaande perceel tot het deel van de weeskinderen, belend ten oosten Arij Cornelisse zelf en ten westen D
Bron: SMH, wk Moordrecht 3, fol. 31
|