| Aantekeningen |
- Marritgen Maertens
kinderen: Maerten en Marritgen
Bron: Hoofdgeld Zuid-Waddinxveen 1622 (Ons Voorgeslacht)
---
9-3-1626: Cornelis Claesz Crous, onze inwonende buurman, is schuldig aan Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch een losrente van 18 gld. 15 st. per jaar met een hoofdsom van 300 gulden. Als onderpand geldt zijn hofstede, huis, berg en schuur met ca. 1,5 morgen land, gelegen in het Zuideinde Bovenweg te Waddinxveen, strekkende van de Zuideinder Heerweg westwaarts tot de Toegang, belend ten noorden Jan Claesz Crous en ten zuiden Adriaen Claesz Crous.
Bron: SMH, ora Waddinxveen 7
8-3-1627: Aert Dircksz Bos, wonende te Waddinxveen, is schuldig aan Cornelis Claesz Haeckx, wonende te Moordrecht, 400 gulden vanwege de ruil van een karveelschip. Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bos, wonende te Waddinxveen, met Gerridt Damen secretaris, haar gecoren voogd, is borg.
Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 6v
15-11-1627: Cornelis Claesz Crous verkoopt aan Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch, een huis en erf met een stuk land of water, te verongelden voor 1,5 morgen, gelegen in het Zuideinde Bovenweg, strekkende van de Zuideinder Heerweg westwaarts tot de Toegang, belend ten noorden Jan Claesz Crous en ten zuiden Arien Claesz Crous, met verschillende lasten. Koopsom is 325 gulden.
Bron: SMH, ora Waddinxveen 7
22-7-1629: Aert Dircksz Bosch schipper verkoopt aan Frans Jansz Keijser een derde deel van ca. 2 morgen 5,5 hond land, waarvan de andere twee delen eigendom zijn van Maerten Dircksz, zijn broer, en Marritgen Dircxdr, zijn zus, gelegen te Zuideinde Buitenweg, strekkende in het geheel van de Zuideinder Heerweg oostwaarts tot Arien Claesz Crous, belend ten noorden Claes Jan Tijsz en Cornelis Maertensz opt Ende en ten zuiden Arien Jan Schippersz en ... Claesz weduwe. De comparant is het land ten deel gevallen bij de loting van 16 en 17 december 1621 en van 6 januari 1622. Betaald met een obligatie van 3.500 tonnen turf met 100 gulden rente.
Bron: SMH, ora Waddinxveen 8 (FS scan 212)
15-3-1630: Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch, geassisteerd door Maerten Dircksz Bosch, haar zoon en gecoren voogd, verkoopt aan Willem Aertsz een woning met huis en erf met een stuk land, te verongelden voor 1,5 morgen, gelegen in het Zuideinde Bovenweg, strekkende van de Zuideinder Heerweg westwaarts tot de Toegang, belend ten noorden Jan Claesz Crous en ten zuiden Adriaen Claesz Crous, met verschillende lasten.
Bron: SMH, ora Waddinxveen 8
14-2-1642: Maerten Dircksz Bosch is vanwege de koop van een hofstede met ca. 6 morgen land schuldig aan Marritgen Maertensdr, zijn moeder, 7.200 gulden.
Bron: SMH, ora Waddinxveen 12
10-3-1644: Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch, geassisteerd door Maerten Dircksz Bosch, haar zoon en gecoren voogd, verkoopt aan Govert Ghijsbertsz Sloth een stuk hooi- en veenland, te verongelden voor 4 morgen, gelegen in het Zuideinde Bovenweg. Betaald met een custingbrief van 2.050 gulden.
Bron: SMH, ora Waddinxveen 13
28-3-1652: Maerten Dircxsz Bosch, Arien Claesz als man en voogd van Ida Dircx Bosch, Dirck Aertsz, voor zichzelf en vervangende Heijman Jansz, getrouwd met Ingetgen Aerts, zijn zus, Maerten Dircxsz Bosch als voogd van Neeltgen en Annetgen Aertsdr, minderjarige kinderen van Aert Dircxsz Bosch, Cornelis Jacobsz Verduijn en Aert Kersz, kinderen van Annitgen Dircx Boschdr, Jan Kersz, voor zichzelf en vervangende Jan Jansz Croes, zijn zwager, kinderen van Lysbet Dircx Boschdr, mitsgaders Cornelis Cornelisz Schouten als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Marritgen Dircx Bosch, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van za. Maritgen Maertensdr, machtigen Abraham de Bock, bode van Bloemendaal, om uit hun naam voor het gerecht van Bloemendaal te transporteren aan Johan Balbiaen, secretaris van deze polder, een custingbrief met de rest van 2.200 gulden, door Maerten Dircxsz ten behoeve van Marritgen Maertensdr op 14-2-1640 gepasseerd voor het gerecht van Zuid-Waddinxveen. Heijman Ja
Bron: SMH, ona Gouda 319, aktenr. 14
|