| Aantekeningen |
- Neeltgin Jansdr, weduwe van Cornelis Pietersz, met Willem IJsbrantsz, haar wettige man, Cornelis Jansz als man en voogd van Aeffgin Cornelisdr, Willem Cornelisz, Dirck Jansz als man en voogd van Aerjaentgin Cornelisdr en Leendert Fransz als man en voogd van Lijsbetgen Cornelisdr, kinderen en erfgenamen van Cornelis Pietersz, hun vader. Ze hebben samen met Margen Cornelis en haar voogd Willem Cornelisz op 27-01-1612 gegrondkaveld de landen die Cornelis Pietersz nagelaten had, waarbij Margen Cornelisdr en Arien Claesz [Ruijchaver], haar wettige man, ten deel is gevallen ca. 4 morgen water of land met een keet erop, gelegen in het Middelland, strekkende van het weeskind van Jan Willemsz Thoen (nu eigendom van Cornelis Dirckxsz Thoen) en de weduwe en Willem IJsbrantsz tot Arien Jansz Schipper en Neelemans weduwe, belend ten oosten Cornelis Dirckxsz Thoen en de voornoemde weduwe met Willem IJsbrantsz en ten westen Krijn Ariensz. Ze hebben tot last genomen een obligatie op naam van Margen Joppen. [
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 35, d.d. 28-06-1613 [FS scan 74]
---
Adriaen Claesz Ruijchaver als man en voogd van Maritgen Cornelis, wonende te Zevenhuizen, heeft met consent van Cornelis Vermeer de jonge, wonende te Rotterdam, met procuratie d.d. 27-04-1617 gepasseerd bij notaris Jan Andriesz van Aller te Oudewater van Willem Cornelisz, wonende aan de Lange Linschoten, het nagenoemde land verkocht aan Pieter Woutersz, onze inwoner. Het betreft 4 morgen land en water met een keet, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van Cornelis Dircksz Soeteman en Willem IJsbrantsz zuidwaarts tot Adriaen Jansz Schipper c.s., belend ten oosten Cornelis Dircksz Soeteman en ten westen Willem IJsbrantsz en de weduwe van Crijn Adriaensz. Dit volgens de cavelcedul d.d. 28-06-1613 tussen de huisvrouw van de comparant en haar broers en zussen, mitsgaders de huisvrouw van voornoemde Willem IJsbrantsz. Betaald met een custingbrief. [Schuldbrief van 1.362 gulden volgt.]
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 23-04-1617 [FS scan 328]
---
Pieter Cornelisz, Cornelis Willemsz Levelangh de jonge, Jacob Jansz Sevenhuijsen als oom en voogd van Neeltge Willemsdr, Cornelis Willemsz ende Cornelis Jan Corsz, getrouwd met Grijetge Willemsdr, beiden wonende te Linschoten, voor hen zelf en zich sterkmakende als voogden voor de twee nagelaten weeskinderen van Willem Cornelisz van Linschoten, Adrien Claesz Ruijchaver, nomine uxoris, Cornelis Jansz Schouten, getrouwd met Aeffgen Cornelisdr, de weduwe van Brant Hendericxsz, geassisteerd door voornoemde Adrien Claesz Ruijchaver, haar voogd, allen erfgenamen van het nagelaten kind van Diewertge Cornelisdr, verwekt bij Cornelis Willemsz Levelangh de oude. Verdeling van de landen die het kind door overlijden van Neeltge Jansdr, huisvrouw van Willem Isbrantsz, zijn grootmoeder, aanbestorven zijn. Pieter Cornelisz, Cornelis Willemsz Levelangh de jonge en Neeltge Willemsdr met z'n drieën een stuk land, strekkende van de Vaart westwaarts tot de erfgenamen van Jan Cornelisz Kooten, belend ten noorde de erfgen
Bron: SAMH, WK Zevenhuizen (toegangsnr. 13), inv.nr. 5, fol. 3, d.d. 18-06-1638
|