| Aantekeningen |
- Bodegraven:
3½ morgen land aan de Mye in een weer van 16 morgen, strekkend van de Mye tot de landscheiding, west: Geertruida, weduwe Mees Dirksz., (1609: Jan Dirk Pietersz., Gijsbert Jacobsz. en mr. Williger van Moerendaal, deken van St. Pieter te Utrecht), oost: Laurens Gerardsz. (1603: Arnout Dirksz.; 1609: Arnout Dirk Arnoutsz. en Hubert Meinaartsz.).
19-10-1609: Gijsbert Jacobsz. te Bodegraven bij overdracht door Cornelis Jacobsz. te Almkerk in het land van Altena, gehuwd met Meinsje Hendriksdr., 7 fol. 22.
13-2-1611: Leendert Geerlofsz. voor Marietje Geerlofsdr., zijn zuster, bij dode van Gijsbert Jacobsz., haar man, met de helft en Willem Jansz. voor Wauwereth Pietersdr., diens vrouw, bij dode van Gijsbert Jacobsz., haar (half)broer, met de andere helft, 7 fol. 26v-27v.
17-1-1622: Cornelis Willemsz. te Bodegraven bij dode van Wauwereth Pietersdr., zijn moeder, bevestigd door Pieter Willemsz., haar oudste zoon, 7 fol. 69.
25-1-1622: Geerlof Leendertsz. te Barwoutswaarder voor Marietje Geerlofsdr., weduwe Gijsbert Jacobsz., te Woerden bij overdracht door Cornelis Willemsz., 7 fol. 69v-70v.
30-10-1629: Jan Leendertsz. ook voor Anneke Leendertsdr., zijn zuster, Gerard Jansz. Glimmer te Woerden en Neeltje Jansdr., diens zuster, te Leiden, kinderen van Anneke Leendertsdr. en Jan Stoffelsz. Glimmer, ook voor Adriaan Jansz. Eeltges en Dirk Gerardsz. Baers, beiden te Woerden, voor Jan, Leendert en Stoffel Jansz. Glimmer en Geertje, Woutje, Aagje en Baartje, dochters van Jan Glimmer, bij dode van Marietje Geerlofsdr., hun tante en oudtante, waarna overdracht aan Hugo Jansz., 7 fol. 94v-97.
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede De Ham, 1351-1662 door J.C. Kort
---
Nr. 268 folio 218 d.d. 01-03-1612.
Sijmon Cornelisz. Bouman oud burgemeester deze stad constitueert Jacob Cornelisz. Bouman zijn broeder, wonende te Bodegraven, om te verhuren en grondkavelen aan Willem Jan Roeloffsz. 5 morgen leenland, met dezelve Willem gemeen in de vrijheid van Bodegraven, tot nog toe in huur gebruikt.
Bron: ORA Schiedam, inv.nr. 606 door Anthonius van der Tuijn [Hogenda]
---
Maritgen Pietersdr, weduwe van Pieter Florisz, timmerman, met Mathijs van der Tol, secretaris van Bodegraven als voogd voor een helft en Heijndrick Davitsz, wonend te Haarlem, als oom en bloedvoogd van vaderszijde van de kinderen van Pieter Florisz en Heijndrick Cornelisz, kleermaker, voogd van moederszijde, mede Gijsbrecht Corstiaensz, schout van Bodegraven, Willem Jansz Cramer, Willem Jan Roeloffsz en Claes Dirckxz Jonge Dirck, weesmeesters van Bodegraven, verkopen aan Isaack Duquesne, schoolmeester te Bodegraven, verscheidene huizen, naast elkaar staand, met erf en boomgaard in Zwammerdam, strekkend van de Lage Rijndijk tot in de Rijn, belend ten oosten Meijndert Ottensz, timmerman en ten westen Isaack Cornelisz, wever.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 45v, d.d. 03-06-1619
---
Willem Jansz, weduwnaar en boedelhouder van Wouichgen Pietersdr, zijn overleden huisvrouw, wonende in het Weiland onder Bodegraven, aan de ene, en Pieter, Cornelis, Jan en Luijdt Willems zoonen, Meijnsgen en Fijchgen Willems dochters, de voornoemde Luijdt Willemsz met Claes Roeloffsz, wonende op de Bree onder Woerden, zijn neef(?), en Fijchgen Willemsdr met Jan Verheij, notaris en procureur te Woerden, als hun respectievelijke gecoren en verzochte voogden, samen kinderen en erfgenamen van voornoemde Wouichgen Pietersdr, hun overleden moeder, verwekt bij voornoemde Willem Jansz, hun vader, en dus broers, zussen en mede erfgenamen van Neeltgen Willemsdr, mitsgaders directe testamentaire erfgenamen van Gisbert Jacopsz, hun respectivelijke zus en oom, beiden overleden, aan de andere zijde. Boedelscheiding. Jan Willemsz, Meijnsgen en Fijchgen Willemsdr krijgen de hofstede en bruijkland, 23,5 morgen groot, gelegen in het Weiland onder Bodegraven, met huis, hof, berg en schuur, waar voornoemde Gisbert Jacops
14-01-1622 [Zie Repertorium door J.C. Kort, blz. 1-2]
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8501, aktenr, 12, d.d. 14-01-1622
---
Op den 25en april 1620 bij Jacop Davitsz van Schilperoort, schout, Willem Jansz van der Neut cramer, Willem Jan Roeloffsz Ramp ende Claes Dircxsz van der Neut, weesmren. tot Bodegraven aen Jan Willemsz backer als getrout hebbende Neeltgen Meesendr, een dochter van Mees Aertsz, kaescooper, ..ergelevert behandicht een doos mitte vertichtbrieff van selven Mees Aertsz bij hem gedaen van sijne kinderen die hij heeft geprocreert bij za. Marijtgen Jaspersdr.
Bron: RHC RL, WK Bodegraven (beh.nr. B068), inv.nr. 2, fol. 278
---
Adriaen Quierijnsz Paddenxiel, Frans Jansz van Borstten, Willem Adrianesz van Immerseel en Cornelis Dircxsz van Achthoven, aalmoezeniers van de gemene huisarmen van Leiden, dragen op aan Willem Pietersz Verhoeff, wonend in de Weipoort van Bodegraven, een woning met 17 morgen, 5 hond 60 roeden land. Hiervan zijn 11 morgen 3 hond 20 roeden gelegen in de Weipoort en 6 morgen 2 hond 40 roeden hooiland in Zwammerdam. De 11 morgen 3 hond 20 roeden land, strekkende uit de Rijn tot aan de Langeweidsekade, belend ten oosten de erfgenamen van de heer van Lisse en ten westen Willem Jan Roeloffsz Ramp's kinderen. De 6 morgen 2 hond 40 roeden land, strekkende van de Oud Bodegraafsedijk tot het land van de kinderen van Huijbert Stevensz, belend enerzijds Dirck Jan Willem Aertsz c.s. en anderzijds de kinderen van Huijch Pietersz Hoeck. Koopsom 9900 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 19, p. 61v, d.d. 27-02-1632
|