| Aantekeningen |
- Compareerden Dirck Jansz van der Beeck en Claes Cornelisz van Noorden, inwoners van Leiden, met procuratie van jonkheer Johan Persijn, vanwege de landen, die hij in erfpacht heeft van het Kapittel van Sint Pieter te Utrecht, de procuratie gepasseerd op 07-03-1592 voor Salomon Lenaertsz van der Wuert. Verder compareerden Frederick Dircxsz Boomgaert en Dirck Claesz Boomgaert, zijn vader en borg. Dirck Jansz van der Beeck en Claes Cornelisz van Noorden hebben verkocht aan Frederick Dircxsz 3 morgen land te Vlooswijk in de heerlijkheid van Barthout Gerritsz van Vlooswijck, gelegen in 16 morgen, strekkende van Linschoten tot de Diemerbroeker landscheiding, belend ten zuiden Jan Willemsz en de heer van Montfoort en ten noorden voornoemde Bartholt van Vlooswijck, zoals het nu in gebruik is bij Dirck Boomgaert, belast met 3 gulden erfpacht aan het kapittel van Sint Pieter. De koopsom is 420 gulden, te betalen in vier termijnen.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8496, aktenr. 291, d.d. 08-04-1592
[Zie ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 20B, aktenr. 57, d.d. 07-03-1592 (scan 62) voor de procuratie]
---
Aeltgen Dircksdr Blom, weduwe van Fredrick Dircksz Boogaert, mij notaris goed bekend, ondanks haar ouderdom nog kloek en gezond. Als eerste heeft ze vertoond brieven van octrooi en consent, die aan haar en haar man Fredrick Dircksz zaliger door het Hof van Utrecht zijn verleend op 15-03-1617 , waarmee zij voorgaande testamenten die zij en haar man hebben gemaakt, ongeldig verklaart. Als tweede wil ze dat de notariƫle akte d.d. 14-03-1646 voor notaris Willem Verheij, waarin 3 morgen erfpachtland wordt besproken, wordt gevolgd. Als derde wil ze dat de vaderlijke erfenis van haar overleden zoon Abraham Fredricksz na haar overlijden zal worden verdeeld onder de kinderen en erfgenamen. Ten vierden moet het legaat aan Fredrick Aertsz, haar dochters zoon, afgesloten voor notaris Wouter Geestdorp op 23-02-1645, ook in stand blijven. Ten vijfde wil ze haar schulden en doodschulden goed hebben geregeld. Ze legateert aan haar drie kinderen, Dirck Fredricksz, Merrichgen en Belichgen Fredricksdr, elk een bedrag v
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8505, fol. 119v, d.d. 06-10-1648
---
Jan Fredericksz, wonende te Kromwijk onder de heerlijkheid van Vlooswijk, aan de ene, Aert Roelen van Swanenburch, getrouwd met Marrichgen Fredericxdr, wonende op de Bree, Hendrick Jansz, getrouwd met Belichgen Fredericxdr, wonende te Bodegraven, voor zichzelf, naast Geertgen Jansdr, huisvrouw van Dirck Fredricksz, zich sterkmakende voor voornoemde Dirck Fredricksz, aan de andere zijde, allen kinderen en erfgenamen van Aeltgen Dircxdr, die weduwe was van Frederick Dircksz Boogaert, hun overleden vader en moeder. Er was onenigheid ontstaan over de boedelscheiding. Jan Fredericksz is van mening dat de testamentaire dispositie door Aeltgen Dircxdr op 06-10-1649 voor notaris Costerus ongeldig moet worden verklaard. Het is een lange akte waarin iedereen aangeeft wat ze aan de boedel schuldig zijn. Er wordt de hulp van arbiters ingeschakeld om de boedelscheiding te regelen.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8532, aktenr. 46, d.d. 21-06-1650
---
Staat en inventaris van de boedel en goederen die Aeltgen Dircxdr zaliger, weduwe van Dirck Fredericxsz Bogaert, in haar leven gewoond hebbende op Kromwijk onder Vlooswijk, door haar dood heeft nagelaten. Opgesteld door Frans Lourisz van Loenderslooth en Claes Jansz Wijngerden, executeurs, in het bijzijn van Jan Fredericksz, Dirck Fredericxsz, Aert Roelen Swanenburch als getrouwd met Marrichgen Fredericxdr en Hendrick Jansz als man en voogd van Belichgen Fredericx. Onroerende goederen: 3/4e deel van ca. 5 morgen 5 hond patrimoniaal eigen land, gelegen op Kromwijk in de heerlijkheid van Vlooswijk, gemeen met een hofstede van 29 morgen 4 hond, waarvan de rest (behalve 5 morgen 4 hond) toekomt aan Johan Vlooswijck, heer van Vlooswijk, 1/4e deel is van Jan Fredericxsz; nog ca. 3 morgen erfpacht land gemeen met voornoemde 5 morgen 4 hond.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8533, aktenr. 83, d.d. 20-05-1651
|