| Aantekeningen |
- Inventaris van de boedel, gemaakt door Bart Gerritsz, van alle goederen in de boedel achtergelaten door Cornelia Adriaensdr, zijn overleden huisvrouw. Onroerende goederen: Een huis, twee bergen en schuur met 12,5 morgen eigen land, gelegen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend beneden Gerrit Heijnricksz met zijn hofstede en boven Gijsbert Joestensz weeskind met 12,5 morgen; nog 5 morgen 4 hond eigen land, gelegen in 7 morgen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend boven Gerrit Jansz met 7 morgen en benden Willem Jan Willem Harmansz c.s. met zijn hofstede; na de inventaris heeft voornoemde Bart nog 2 hond land in deze 7 morgen gekocht; nog 4,5 morgen eigen land, gelegen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend boven Jan Stevensz met 4,5 morgen en beneden Willem Arisz Lange met 6 morgen. Genoemd worden o.a. Jan Jansz, zoon van zijn zus; Reijer Cornelisz, zijn knecht; Bastiaen Adriaensz, zijn zwager. Bart Gerritsz heeft zijn vier onmondige kinderen, met
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 37v, d.d. 14-07-1588 (Hofoda scan 81)
---
Cornelis Balthazarsz verwillecoort Marrichgen Aelbert Claesz dochter, verwekt bij Wijven Ottendr, en Ot Adriaensz, haar broer, 250 gulden. In de marge: Gerrit Bartensz, geassisteerd door Aert Willem Aertsz, zijn zwager, heeft 250 gulden ontvangen, 09-11-1606.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 05-07-1605 (FS film 569996, scan 91)
---
Gerrit Bartensz verwillecoort Jan Gerritsz en Bastiaen Adriaensz als oudomen en voogden van de weeskinderen van Adriaen Jansz, verwekt bij Barbara Bart Gerritszdr, de comparantes zus, met namen Joest Adriaensz en Commertgen Adriaensdr, 1.050 gld. 12 st. afkomstig uit de erfenis van de oudevader en oudemoeder van de weeskinderen, volgens de uitkoop gedaan voor de drost van IJsselstein en burgemeester van Benschop.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 09-10-1605 (FS film 569996, scan 104)
---
Gerrit Bartensz verwillecoort Sophia Bart Gerritszdr, zijn zus, 1.300 gulden met 6% rente, afkomstig van haar ouders. Als onderpand geldt 12 morgen 3 hond eigen land, zijn ouders hofstede met huis en hof, gelegen in het noordeinde van Benschop beneden de kerk, belend boven Gerrit Heijnricksz met 13 morgen, beneden Anna Jan Screvelsz weduwe met 7,5 morgen, waarvan hij vandaag het eigendom heeft ontvangen van de erfgenamen van Bart Gerritsz, zijn vader zaliger. In de marge: Jan Jansz als man en voogd van Sophia Berten Gerritszdr, met wie hij kinderen heeft, bekend in vermindering van de willecoor ontvangen de hebben 800 gulden, 27-01-1611; Jan Jansz als man en voogd van Sophia Berten Gerritszdr heeft van Gerrit Bartsz 500 gulden ontvangen, waarmee de willecoor is voldaan, 02-05-1615.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 22-10-1605 (FS film 569996, scan 104)
---
Gerrit Bartsz, wonende in dit gerecht, verwillecoort ten behoeve van Adriaen Jansz' twee weeskinderen, verwekt bij Barbara Berth Gerritszdr 280 gld. 16 st. vanwege een afrekening, met een losrente van 5%. In de marge: Gerrit Bartsz maakt een nieuwe willecoor op, 09-07-1615.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 246, d.d. 04-05-1612 (FS film 569997, scan 117)
---
Gerrit Bartsz en Merrichgen Aelbertsdr, wonende beiden in dit gerecht, verklaarden dat ze enige tijd geleden met het consent van hun vrienden en na drie zondagse geboden, gedaan in de kerk van Benschop, als man en vrouw zijn gaan samenwonen, zonder het huwelijk gesolempniseert [officieel bevestigd] te hebben. De schout en gezworen heemraden hebben hen als echtlieden bevestigd.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 246, d.d. 31-07-1612 (FS film 569997, scan 123)
---
Gerrit Barten verwillecoort Willem Aertsz Lange 500 gulden geleend geld met 5% rente. Als onderpand geldt 12,5 morgen eigen land met een huis, getimmerte en boomgaard, gelegen in het noordeinde van Benschop beneden de kerk, belend boven Gerrit Henricksz en beneden Franck Coenen.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 248, d.d. 07-05-1615 (FS film 569997, scan 260)
---
Frans Claesz van Ruwen, wonende te Montfoort, deels hardhorend, verder tamelijk gezond. Hij herroept zijn oude testamenten, met name het testament d.d. 28-06-1623 gepasseerd voor Niclaes Verduijn, notaris voor bij het Hof van Utrecht, en stelt een nieuw testament op. Hij legateert aan Adriaen Gerritsz en Marrichgen Gerritsz, zijn zus, wonende te Delft, neef en nicht van de comparant, een obligatie van 300 gulden op naam van Jan Thonisz Sneewius, wonende te Rotterdam, met nog 100 gulden aan geld. Hij legateert aan Bart, Aelbert en Adriaen, alle drie zonen en kinderen van Gerrit Barten, wonende te Benschop, verwekt bij Marichgen Aelberts, zijn overleden vrouw, samen 1.200 gulden en de helft van een huis en getimmerte staande op grond van het Domkapittel te Utrecht, gelegen te Achthoven onder Montfoort. De comparant benoemt tot zijn erfgenamen Aelbert Heijndricksz en Jannichgen Heijndricxdr, beiden kinderen van Heijndrick Gerritsz van Hees, verwekt bij Neeltgen Aelberts, zijn huisvrouw, de nicht van de t
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 63, aktenr. 110, d.d. 29-04-1625
[Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort 1362-1649 door J.C. Kort: 13-2-1627: Hendrik van Hees Gerardsz. voor Albert, zijn zoon, bij dode van Frans Ruwen, diens oudoom, 290 fol. 26.]
---
Uit krachte van de testamentaire dispositie van Frans Claesz Ruwen d.d. 29-04-1625 zo hebben Cornelis Dircksz en Oth Adriaensz als bloedvoogden van de onmondige weeskinderen van Gerrit Bartsz, wonende te Benschop, verwekt bij Merrichgen Aelbertsdr, zijn overleden vrouw, met namen Bart en Adriaen Gerritsz de voogdij aangenomen. De kinderen krijgen 1.200 gulden.
Bron: RHCRL, WK Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 112, fol. 157, d.d. 23-06-1628
---
De twee weeskinderen van Gerrit Barten, verwekt bij Merrichgen Aelberts, met namen Bert en Arijen Gerritsz. Tunijs Hendricksz, buurman in Cattenbroek, als principaal, en Tuentgen Hendricks, weduwe van Peter Roes, geassisteerd door voornoemde Tunijs Hendricksz, haar gecoren voogd, als borg en mede principaal, hebben aangenomen op rente van Cornelis Dircksz en Oth Arijensz als ooms en bloedvoogden van de voornoemde twee weeskinderen de hoofdsom van 1.200 gulden met een jaarlijkse rente van 105 gulden. [Bart Gerritsz heeft van Tunijs Hendricksz en Tuentgen Hendricksdr de hoofdsom van 643 gld. 10 st. ontvangen, waarin ook de rente is meegerekend, in het bijzijn van Cornelis Dircksz en Oth Arijensz, 31-03-1635.
Bron: RHCRL, WK Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 112, fol. 161, d.d. 14-11-1628
---
Gerridt Barthen, weduwnaar van Marichgen Dircxdr, voor hem zelf voor de ene helft, Jacob Gerritsz Barthen, 18 jaar oud, en Cornelis en Dirck Cornelisz als wettig gestelde voogden van Neeltgen Gerridt Barthen, onmondige dochter, mede voor voornoemde Jacob Gerritsz, voor de andere helft, dragen over aan Gerridt Petersz Leckerkercker 8,5 morgen land met huis, hof, berg, schuur en getimmerte, gelegen aan de noordzijde van Benschop beneden de kerk, strekkende van de voorwetering tot de halve landscheiding tussen Benschop en Blokland, belend ten oosten Jacob Gerritsz Maijen en Roeloff Gerritsz d'Hondt samen met 4 morgen, en ten westen Pieter Gerritsz Rietveldt schout van Noord-Polsbroek met 7,5 morgen.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 01-06-1648 (FS scan 226)
---
Gerridt Pietersz Leckerkercker, wonende in dit gerecht, verklaarde dat Gerridt Barthen en zijn nakinderen, of hun voogden, zijn betaald vanwege de overname van een huis, hof, berg en schuur met 8,5 morgen eigen land, gelegen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk. De koopsom was 4.675 gulden, waarvan 1.675 is betaald en de resterende 3.000 gulden wordt betaald in vijf termijnen. In de marge: Bard Gerritse Rietvelt en Jacob Gerritse Rietvelt, beiden zonen van Gerrit Bartten zaliger, hebben van Gerrit Pieterse Leckerkercker de totale hoofdsom ontvangen, 12-06-1660.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 01-06-1648 (FS scan 227)
|