| Aantekeningen |
- Interogatoria den e. schout ende gerechte van Benscop geexhibeert van wegen Adriaen Pouwelsz op ende versus Coen Jansz ende Elbert Martensz ged[aagd]e om kennis der wairheijt te dragen van tgundt hun ged[aagd]e int naevolgende gevraecht sal worden of bij weijgeringe van desz elx hondert gul. dair voor.
[Aan Elbert Martensz, ca. 31 jaar oud, gedaagde, wordt gevraagd of hij bovenop zijn erfenis van zijn overleden moeder Sophia uit de boedel van zijn vader Marten Jansz heeft gehad 600 schilden, enkele dieren en drie jaar lang gebruik van de helft van 10 morgen land. "Dese voorsz veerse heeft hij ged[aagd]e van Peter Jansz Verhouff zijn oem gehadt ende heeftse hem gegeven doent een kalff was ende Jan Peter Coenensz hem ged[aagd]es oem Jannichgen Peters zijn mue ende Steven sijn oem hebbense hem hem ged[aagd]e ter lieften geweijt ende gevoert ter tijt toe datse geslagen is." Elbert Martensz en Coen Jansz waren eens te Schoonhoven tijdens de paardemarkt met Marten Jansz, Peter Jansz Verhoeff, Cornelis Gerritsz e.a. Marten Jansz en Cornelis Gerritsz waren daar tot een akkoord gekomen. "Soe zijn veraccordeert Merten Jansz ende Cornelis Gherritsz sinen swager bij tuschen sprecken van Peter Jansz Verhoeff ende Coen Jansz sinen broeder. (...) Tuijcht Elbert gedaechde dat hij blijft bij dat scrift dat Coen Jans
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 210, d.d. 20-06-1561 (Scan 165)
|