| Aantekeningen |
- Inventaris gemaakt door Aelbert Claesz van de goederen nagelaten door Marichgen Cornelisdr. Het betreft een huis, berg en hennepwerf, ca. 1/2 morgen groot, gelegen in 6 morgen, een derde deel wordt verpacht, gebruikt door de rentmeerster van IJsselstein, wezende kapelland, wat nog niet is overgezet op Andries Jacobsz, gelegen aan de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend ten westen de volgende 7 morgen; nog 7 morgen eigen land, gelegen aldaar, belend boven Adriaen Vermeer met 7,5 morgen en beneden het voorgaande huis e.d.; Aelbert Claesz heeft zijn twee onmondige kinderen uit zijn huwelijk met Marichgen Cornelisdr uitgekocht. Hij zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun 22e. Jan Govertsz, wonende te Montfoort, en Bartholomeus Bartolomeesz, wonende te Nieuwkoop, zijn bloedvoogden van de kinderen.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 47, d.d. 21-06-1587 (Hofoda scan 100)
---
Inventaris gemaakt door Wijven Ottensdr, weduwe van Aelbert Claesz, van de goederen die haar man heeft nagelaten. Het gaat om dezelfde twee stukken land als boven. Wijven Ottensdr, weduwe van Aelbert Claesz, in het bijzijn van de voogden en vrienden van de voor- en nakinderen van voornoemde Aelbert, doet uitkoop. De weduwe houdt alle goederen en zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun 18e en de voorkinderen tot hun 22e. Gepasseerd voor de drost van IJsselstein en burgemeesters van Benschop als oppervoogden, de weduwe geassisteerd door Ot Ottensz, haar broer, Cornelis en Fransz Claesz, ooms van de weeskinderen van vaderskant, Jan Govertsz van Roijen bloedvoogd van de voorkinderen van moederskant, Joest en Neeltgen Cornelisdr, tantes van de voorkinderen, Andries Jacobsz en Dirck Jansz Lange burgermeesters en Bart Gerritsz gezworene i.p.v. Heijnrick Adriaensz de andere burgermeester. [De twee voorkinderen heten Cornelis en Frans Claesz.]
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 49, d.d. 21-06-1589 (Hofoda scan 103)
---
Erfhuis van Wijven Ottendr, eerst van de twee voorkinderen van Aelbert Claesz zaliger voor hen zelf als mede erfgenamen van Ot Aelbertsz, hun broer, elk een derde deel, 211 gulden volgens de afrekening d.d. 17-01-1602. Voornoemde Marichgen [aanhef: Adriaen Jacobsz totten weeskijnt ende Aelbert Claesz jongste dochter Marichgen Arijaendr geprocreert bij Wijven Ottendr] krijgt 294 gld. 2 st. vanwege een rentebrief van 400 schilden (voor een deel voldaan door Gerrit Adriaensz en Claesgen, zijn huisvrouw). [Er wordt gesproken over de vier kinderen van Aelbert Claesz. Frans Claesz is voogd van de twee voorkinderen. Als laatste wordt genoemd Neeltgen Aelbertsdr. Ook Ot Ottensz uit Polsbroek wordt weer genoemd.]
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 188v, d.d. 07-03-1605 (Hofoda scan 391)
---
Cornelis Balthazarsz verwillecoort Marrichgen Aelbert Claesz dochter, verwekt bij Wijven Ottendr, en Ot Adriaensz, haar broer, 250 gulden. In de marge: Gerrit Bartensz, geassisteerd door Aert Willem Aertsz, zijn zwager, heeft 250 gulden ontvangen, 09-11-1606.
Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 05-07-1605 (FS film 569996, scan 91)
|