| Aantekeningen |
- NH dopen Delft:
20-05-1652 Aeltgen; o. Jan Thomasz en Neeltgen Heijndricx; g. Willem Breevelt, Aeltgen Corstiaens en Grietgen Heijndricxdr
10-01-1655 Hendrick; o. Jan Thomasz en Neeltje Hendricx; g. Beuckel Jansz, Maertje Jans en Neeltje Hendrickx
07-03-1658 Maria; o. Jan Thomasz en Neeltje Hend.; g. Willem Ketel, Annetje en Sara Hendricx
09-10-1661 Willem; o. Jan Tomasz van Sprot en Neeltje Hendricx; g. Willem Ketel, Aeltje Corstiaens en Annetje Hendricx
---
Willem Ketel tabakspijpmaker, weduwnaar van Aeltgen Corstiaens, wonende te Delft, aan de ene, en Jan Thomasz Sprot, voorzoon van voornoemde Aeltgen Corstiaens, wonende te Gouda, aan de andere zijde. Boedelscheiding van de goederen die Aeltgen Corstiaens op 23-06-1664 door haar dood heeft nagelaten. Willem Ketel houdt alle goederen, inclusief de schulden. Jan Thomasz krijgt alle kleding, de helft van het linnen en een huis en erf in het zuideinde, bij het slop van den Ham.
Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 2119, fol. 159, d.d. 03-09-1664
---
Jan Thomasz Sprot, getrouwd geweest met Neeltje Henricx zaliger, aan de ene, Jelmert Claesz Eelsma en Pieter Cornelisz van Houwaerden als voogden van Aeltje, 12 jaar, Henrick, 9 jaar, Maria 6 jaar, en Willem, 3 jaar oud, nagelaten weeskinderen van Neeltje Henricx en Jan Thomasz, aan de andere zijde. De moederlijke erfenis is 3 gulden. De vader zal de kinderen opvoeden en onderhouden.
Bron: SAMH, WK Gouda (toegangsnr. 3), inv.nr. 9, fol. 161v, d.d. 27-10-1664 (FS scan 174)
|