| Aantekeningen |
- Willem Willemsz den Houter (E)
kinderen: Arien (19) en Meijnsgen (15)
Bron: Hoofdgeld Moordrecht 1622 [Hogenda/P.J. den Hoed]
---
Cornelis Jansz Cleijn, getrouwd met Aeltgen Jochems, weduwe van Jan Willemsz Solbol, keurt goed de uitkoop die zijn voornoemde huisvrouw gedaan heeft van haar twee weeskinderen, met namen Jochem Jansz, mei 1608 10 jaar, en Cornelis Jansz, mei 1608 4 jaar, tegenover Willem Willemsz int Houdt, wonende te Moordrecht, als oom van vaderskant en Arijen Jochemsz, oom en voogd van moederskant. De comparant belooft de twee kinderen te onderhouden en op te voeden tot hun 18e.
Bron: SAMH, WK Moordrecht (toegangsnr. 20), inv.nr. 2, fol. 10, d.d. 28-07-1608 (FS scan 154)
---
Willem Willemsz int Hout, voor de ene helft, Willem en Maerten Willemsz voor hen zelf, elk voor een veertiende deel, mitsgaders Willem Maertsz als voogd van de vijf jonge weeskinderen, nagelaten door Margen Willems, voor de andere helft, ten overstaan van de schout, schepenen en weesmannen, dragen over aan Margen Damen, weduwe van Arien Claesz, een perceel land gelegen te Moordrecht, een viertel breed water of land, ca. 100 roeden lang, met een schuur erop en achter de schuur drie akkers twee viertel breed, met de halve scheijpetten, ca. 80 roeden land, samen 2,5 morgen 1,5 hond groot, strekkende van de Veenweg en de weduwe van Maerten Willemsz tot voornoemde Willem Willemsz' gekochte land, belend ten oosten voornoemde weduwe van Maerten Willemsz en Arien Ariensz en ten westen Jan Aelbertsz. [Er volgen nog koopvoorwaarden.] Schuldbrief volgt.
Schuldbrief: Margen Damen, met haar gekozen voogd, is schuldig aan de weeskinderen en erfgenamen van Margen Willems 1.405 gulden vanwege de koop van land voor de ene helft van de weeskinderen en erfgenamen en de andere helft van Willem Willemsz, hun vader, in jaarlijkse termijnen van 100 gulden. Als onderpand geldt het gekochte land. Borg zijn Jan Pietersz Jonge Jan en Jan Jacobsz. Afgelost door Marritgen Daems op 11-08-1640.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 09-05-1617 (FS scan 332)
---
Willem Willemsz int Hout, voor de ene helft, Willem en Maerten Willemsz voor hen zelf, elk voor een veertiende deel, mitsgaders Willem Maertsz als voogd van de vijf jonge weeskinderen, nagelaten door Margen Willems, voor de andere helft, ten overstaan van de schout, schepenen en weesmannen, dragen over aan Aentonis Aelbertsz een huis, erf en schuur, strekkende van de Veenweg tot de halve dwarssloot van Maerten Willemsz weduwe, belend ten oosten Arien Ariensz en ten westen Mergen Damens gekochte land. [Er volgen nog koopvoorwaarden.] Schuldbrief volgt.
Schuldbrief: Aentonis Aelbertsz, onze buurman, is schuldig aan Willem Willemsz int Hout 620 gulden vanwege de koop van een huis en erf van Willem Willemsz voor de ene helft en de kinderen en erfgenamen van Margen Willems voor de andere helft, te betalen in termijnen van 50 gulden. Als onderpand geldt het gekochte huis. Borg zijn Frans en Jan Aelbertsz. Frans Aelbertsz stelt als onderpand zijn woning met huis, berg en schuur, strekkende van de Veenweg tot Claes Claesz Haeck en van zijn land tot de Tiendeweg, belend ten oosten Margen Tomen en Claes Claesz en ten westen Maerten Hubertsz c.s.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 09-05-1617 (FS scan 334)
---
Willem en Maerten Willemsz voor hen zelf, mitsgaders Willem Maertsz als voogd van de vijf jonge weeskinderen, nagelaten door Margen Willems, ten overstaan van de schout, schepenen en weesmannen, dragen over aan Willem Willemsz int Hout, hun vader, een stuk land ca. 2 morgen 1 hond groot met water of land met drie akkers en een schuur, strekkende van Margen Damen tot Arien Ariensz, belend ten oosten voornoemde Arien Ariensz en ten westen Jan Aelbertsz.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 09-05-1617 (FS scan 336)
---
Willem Willemsz int Hout, voor de ene helft, Willem en Maerten Willemsz voor hen zelf, elk voor een veertiende deel, mitsgaders Willem Maertsz als voogd van de vijf jonge weeskinderen, nagelaten door Margen Willems, voor de andere helft, ten overstaan van de schout, schepenen en weesmannen, dragen over aan Jan Aelbertsz een hofstede met huis, berg en schuur, samen 8 morgen water of land, strekkende van de Veenweg tot Willem Cornelisz Paeu, belend ten oosten Margen Damen en Arien Ariensz met zijn ruwen en ten westen Segrom Gijsbertsz weduwe. [Er volgen nog koopvoorwaarden.] Schuldbrief volgt.
Schuldbrief: Jan Aelbertsz, onze buurman, is schuldig aan Willem Willemsz den Houter voor de ene helft, Willem en Maerten Willemsz, voor hen zelf, mitsgaders Willem Maertsz als voogd van de vijf jonge weeskinderen door Margen Willems, huisvrouw van voornoemde Willem int Houdt, nagelaten, samen voor de andere helft, 4.950 gulden. Zij hebben het recht op dit bedrag getransporteerd aan Aert Ghijsbartsz Hoogenberch, voor twee delen, en zijn zoon Govert Aertsz Hoogenberch, voor het derde deel, burgers van Gouda. Als onderpand geldt het gekochte land. Frans Aelbertsz, broer, en Saers Krijnen, neef van de comparant, stellen zich borg. Als onderpand geldt voor Frans Aelbertsz zijn hofstede in het Middelland.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 09-05-1617 (FS scan 337)
---
Willem Willemsz Houter, onze inwoner, verkoopt aan Dirck Ariensz Goer, ca. 2 morgen water en land met drie akkers en een schuur, strekkende van Marrichgen Damen tot Arien Ariensz, belend ten oosten Arien Ariensz de jonge en ten westen Jan Aelbertsz. Betaald met de ruil met een kerste veenland.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 37, d.d. 02-04-1622 (FS scan 582)
---
Willem Leendertsz den Haserwoude, met consent van Dirck Ariensz Goer en Willem Willemsz Houter, die mede compareerden, is schuldig aan Cornelis Aertsz timmerman, wonende te Nieuwerkerk, en Pieter Jaspersz, wonende te Zevenhuizen, 900 gulden vanwege de koop van land. Borg is Willem Willemsz Houter, schoonvader van de comparant. Als onderpand geldt een hofstede van ca. 5 morgen.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 37, d.d. 02-04-1622 (FS scan 582)
---
Willem en Maerten Willemsz int Houdt, Willem Leendertsz als man en voogd van Margen Willemsdr, Cornelis Pieter Kersz als man en voogd van Lijsbet Willemsdr, Pouwelis en Arien Willemsz int Houdt en Willem Willemsz int Houdt den ouden als vader en voogd van Meijnsgien Willems, allen kinderen en erfgenamen van Margen Willems, hun overleden moeder en schoonmoeder, moet toestemming van schout, schepenen en weesmeesters, verkopen aan Willem Jansz Ham een custingbrief op naam van Margen Damen te Moordrecht, waarop nog 805 gulden openstaat. Willem Willemsz de jonge stelt als onderpand zijn hofstede met huis, berg en schuur en 7 morgen land in het Middelland.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 37, d.d. 27-03-1623 (FS scan 667)
---
Pieter Pietersz, biersteker te Moordrecht, en Sijmon Geenen Peereboom, poorter van Gouda, verkopen aan Willem Willemsz int Houdt den ouden, Willem Leendertsz Haserwoude en Cornelis Pieter Kersz landen gelegen in het Middelland, als eerste aan Willem int Houdt den ouden een stuk van 115 roeden land gebroken land, strekkende van Arien Segeromsz tot Willem Leendertsz, belend ten oosten Thonis Pietersz en ten westen Arien Segeromsz.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 175v, d.d. 30-10-1628 (FS scan 462)
---
Ariensz Segeromsz, onze mede inwoner, met consent van Willem Willemsz int Hout den ouden, mede comparerende, is schuldig aan Willem Andriesz Raetsburch, poorter van Gouda, 400 gulden vanwege de koop van land van voornoemde Willem int Hout. Als onderpand geldt een het gekochte stuk gebroken land, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, 115 roeden land, strekkende van de eerste comparant tot Willem Leendertsz, belend ten oosten Thonis Pietersz en ten westen de eerste comparant; nog ca. 1,5 morgen land in het Middelland.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 190v, d.d. 05-02-1629 (FS scan 478)
---
Willem Willemsz int Houdt den ouden bevrijdt Claes Jansz, korenkoper te Gouda, van alle lasten van de brief door de comparant op 18-05-1629 aan Jan Claesz getransporteerd. Als onderpand geldt zijn erf met huis en getimmerte, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van Willem Leendertsz en Cornelis Pieter Kersz tot Claes Maertsz, belend ten oosten Claes Maertsz en ten westen Thonis Ariensz Goor; nog de helft van een kerste veenland gemeen met Cornelis Pieter Kersz, strekkende in het geheel van Claes Maertsz zuidwaarts tot Thonis Ariensz Goor, belend ten oosten Cornelis Pieter Kersz en ten westen Frans Aelbertsz.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 226v, d.d. 04-07-1629 (FS scan 514)
---
Cornelis Pietersz van Leeu, ca. 53 jaar oud, en Willem Willemsz den ouden Houter, ca. 69 jaar oud, beiden wonende te Moordrecht, verklaren op verzoek van Arien Claesz Haeck dat hij naast de comparanten heeft gewoond sinds 1607 en daarvoor van jongs af aan tot het jaar 1622, en dat hij gedurende die tijd zich als een goed man heeft gedragen en zijn kinderen goed heeft opgevoed. Cornelis Dircxsz huistimmerman, ca. 53 jaar oud, en Huijbert Jansz, ca. 51 jaar oud, beiden wonende aan de Gouwkade, verklaren mede op zijn verzoek dat Arien Claesz Haeck sinds 1622 bij hen in de buurt heeft gewoond en zich heeft gedragen als een vroom man, zoals ook de eerste comparanten verklaarden.
Bron: SAMH, ONA Moordrecht (toegangsnr. 48), inv.nr. 6102, fol. 15, d.d. 07-12-1629 (FS scan 31)
|