| Aantekeningen |
- Adriaen Bastiaensz Vuijren wordt genoemd in de belastingkohieren van Lopik tussen 1643 en 1649.
---
Kopie. Neeltgen Reijersdr, weduwe en boedelhoudster van Jelis Adriaensz, koopt uit haar zes kinderen, verwekt bij voornoemde Jelis Adriaensz, met namen Adriaen en Reijer Jelisz en Meijnsgen, Marichgen, Aeffgen en Grietgen Jelisdr; Marichgen geassisteerd door Hendrick Bastiaensz en Aeffgen door Adriaen Bastiaensz, hun mannen en voogden; de kinderen samen geassisteerd door Adriaen en Engbert Schrevelsz, hun ooms en bloedvoogden, en de schout en burgemeesters van Lopik als oppervoogden. De weduwe houdt alle goederen en zal aan ieder kind betalen 1.100 gulden en een koe.
Marge: Adriaen Bastiaensz, getrouwd met Aeffgen Jelis, heeft 1.100 gulden ontvangen van Neeltgen Reijers, d.d. 23-05-1619. Henrick Bastiaensz, getrouwd met Marichgen Jelisdr, heeft 1.100 gulden ontvangen, d.d. 07-11-1619. Jan Jansz, man en voogd van Meijnsgen Jelisdr, heeft 1.100 gulden ontvangen, d.d. 30-05-1624.
Bron: RHCRL, ORA Lopik (beh.nr. L149), inv.nr. 1339, fol. 47v, d.d. 18-05-1619 (FS scan 53)
---
De kinderen van Jelis Adriaensz en Neeltgen Reijersdr, in hun leven echtelieden, met namen Adriaen en Reijer Jelisz en Meijnsgen, Marichgen en Grietgen Jelisdr, mitsgaders de twee onmondige kinderen van Aeffgen Jelisdr; Meijnsgen Jelisdr geassisteerd door Jan Jansz out-burgemeester van Jaarsveld en Marichgen met Cornelis Jansz, hun mannen en voogden; de twee weeskinderen van Aeffgen, met namen Jelis en Bastiaen, geassisteerd door Adriaen Sebastiaensz Vuren, hun vader, en de schout en burgemeesters van Lopik als oppervoogden. Jan Jansz, Cornelis Jansz en de twee weeskinderen krijgen elk, en de twee weeskinderen samen, voor hun portie 875 gulden. Adriaen en Reijer Jelisz en Grietgen Jelisdr houden alle roerende en onroerende goederen in de boedel.
Bron: RHCRL, ORA Lopik (beh.nr. L149), inv.nr. 1339, fol. 187, d.d. 18-03-1627 (FS scan 191)
|