| Aantekeningen |
- NH dopen Lopik:
11-02-1622 Adriaentien; o. Arien Claesz; g. Barber Bastiaens en Reijer Jacobsz
16-02-1625 Aeltien; o. Arien Claesz Maet; g. Cornelis Claesz Maet en Barber Bastiaens
---
Adriaen Claesz Maet neemt aan van Cornelis Jacopsz als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van Adriaentgen Jacops, verwekt bij voornoemde Adriaen Claesz, met consent van de schout als oppervoogd en in het bijzijn van de schepenen, de vier jongste weeskinderen met namen Aert Adriaensz, Geertgen Adriaensdr, Adriaen Adriaensz en Jacopgen Adriaensdr, om deze voor de duur van vijf jaar op te voeden en te onderhouden, waarvoor hij het jaarlijkse profijt krijgt van de goederen die de kinderen zijn aangekomen door het overlijden van hun moeder, te weten hun moeders gedeelte van een huis en hofstede, gelegen te Langerak, de inschulden en het geld van de verkoop van de roerende goederen. Aert Adriaensz, de oudste van de vier kinderen, mag op zijn 19e kiezen om zijn deel mee te krijgen.
Bron: RA Dordrecht, WK Langerak (toegangsnr. 809), inv.nr. 2, fol. 15, d.d. 20-08-1619 (FS scan 124)
---
Meijnsgen Sebastiaensdr, weduwe en boedelhoudster van Adriaen Claesz Maet, geassisteerd door Jacob Sebastiaensz, haar broer, Cornelis Michielsz, haar oom, en Jelis Henricxsz, getrouwd met haar grootmoeder, aan de ene, en Cornelis Claesz Maet met Claes Adriaensz Maet als voogden van de onmondige kinderen van voornoemde Adriaen Claesz Maet, met namen Adriaentgen en Aentgen Adriaensdr, die hij bij voornoemde Meijsgen, zijn tweede en laatste huisvrouw, heeft verwekt, aan de andere zijde. Akkoord over de boedelscheiding. Meijnsgen Sebastiaensdr zal haar twee kinderen opvoeden en onderhouden tot hun 18e, waarbij ze elk 300 gulden ontvangen. De weduwe houdt alle goederen in de boedel. In de marge: Adriaentgen Adriaensdr is betaald door Gerrit Bastiaensz Straver, haar stiefvader. 15-05-1642.
Bron: RHCRL, ORA Lopik (L149), inv.nr. 1339, fol. 168v, d.d. 01-04-1627 (FS scan 173)
---
Claes Adriaensz, Cornelis Adriaensz, Geertgen Adriaensdr, Cornelis Claesz Maet als voogd van Jacobgen Adriaensdr, Cornelis Jansz als man en voogd van Beertgen Adriaensdr, samen voorkinderen van Adriaen Claesz Maet zaliger, hebben hun vaderlijke erfenis ontvangen van Meijnsgen Sebastiaensdr, hun stiefmoeder. Aanvulling: Aangezien een kind van voornoemde Adriaen Claesz en Meijnsgen Sebastiaensdr is overleden, is de erfenis van 250 gulden onder de andere kinderen verdeeld door Gerrit Sebastiaensz Straver en Meijnsgen Sebastiaensdr, tegenwoordig echtelieden.
Bron: RHCRL, ORA Lopik (L149), inv.nr. 1339, fol. 170, d.d. 01-04-1627 (FS scan 174)
|