| Aantekeningen |
- 11-5-1605: Alia. Compareerden Gielis Ariaensz woenende in Lopick als man ende voocht van Neeltgen Annichgen Aertsdr, Willem Heijndricxsz wonende binnen Utrecht als man ende voocht van Neeltgen sijn huijsfrouwe ende Schrevel Heijndricxsz woenende in Lopick als gehadt hebbende tot een huijsfrouwe Aeffgen Aert Wouterszdr ende constitueerden de Leeuwe in ombinus ad lites cum potestate sustituendi in communi forma, actum t Utrecht den 11en maij 1605.
Bron: HUA, Hof van Utrecht 233-2 (bestand 68/607).
13-3-1615: Swaentgen Anthonisdr, voormalig weduwe van Gerrit Jacobsz, geassisteerd door Jan Jansz, haer tegenwoordige man, aan de ene, en Jacob Gerritsz en Claes Bartsz als man en voogd van IJchgen Gerritsdr, Evert Gerritsz, en Peter Jacobsz en Jelis Adriaensz als voogden van de onmondige voorkinderen van voornoemde Gerrit Jacobsz, verwekt bij Lijsbeth W[illems]dochter, betreffende het onderhoud van voornoemde onmondige kinderen, met namen W[illem] en Gerrit Gerritsz. Swaentgen Tonisdr zal haar twee kinderen opvoeden en onderhouden. Zij krijgt daarentegen de vruchten en jaarlijkse inkomsten van de vaderlijke erfenis krijgen.
Bron: RHCRL, ora Lopik 1340, fol. 9 (FS scan 12/471).
31-7-1615: Adriaen Jansz smid, voor zichzelf en met het recht van de erfgenamen van Gijsbertgen Jansdr, zijn overleden huisvrouwe, d.d. 23-10-1614, transporteert aan Jelis Adriaensz de helft van 10 morgen land, waarvan de comparant vandaag de andere helft heeft getransporteerd aan Dirck Tomasz, gelegen te Lopik bij de driesprong, strekkende van de landscheiding van Benschop tot St. Sebastiaens werf, belend boven Willem Tonisz en beneden de erfgenamen van Laurens Dircxsz en Jan Jacobsz in Benschop.
Bron: RHCRL, ora Lopik 1340, fol. 11 (FS scan 14/471).
7-5-1619: Neeltgen Reijersdr, weduwe van Jelis Adriaensz, wonende te Lopik, gezond, maakt haar testament op (octrooi d.d. 27-4-1619). Ze heeft met Jelis Adriaensz, haar overleden man, verwekt zes kinderen met namen Adriaen, Reijer, Meijnsgen, Marichgen, Aeffgen en Grietgen. Marichgen is getrouwd met Hendrick Bastiaensz. Haar kinderen hebben voor hun vaderlijke erfenis elk 1.100 gulden ontvangen. Als erfgenamen worden benoemd de kinderen, Marichgen uitgezonderd.
Bron: HUA, ona Utrecht 129, aktenr. 43.
18-5-1619: Kopie. Neeltgen Reijersdr, weduwe en boedelhoudster van Jelis Adriaensz, koopt uit haar zes kinderen, verwekt bij voornoemde Jelis Adriaensz, met namen Adriaen en Reijer Jelisz en Meijnsgen, Marichgen, Aeffgen en Grietgen Jelisdr; Marichgen geassisteerd door Hendrick Bastiaensz en Aeffgen door Adriaen Bastiaensz, hun mannen en voogden; de kinderen samen geassisteerd door Adriaen en Engbert Schrevelsz, hun ooms en bloedvoogden, en de schout en burgemeesters van Lopik als oppervoogden. De weduwe houdt alle goederen en zal aan ieder kind betalen 1.100 gulden en een koe.
23-5-1619: Adriaen Bastiaensz, getrouwd met Aeffgen Jelis, heeft 1.100 gulden ontvangen van Neeltgen Reijers.
7-11-1619: Henrick Bastiaensz, getrouwd met Marichgen Jelisdr, heeft 1.100 gulden ontvangen.
30-5-1624: Jan Jansz als man en voogd van Meijnsgen Jelisdr heeft 1.100 gulden ontvangen.
Bron: RHCRL, ora Lopik 1339, fol. 47v (FS scan 53).
18-3-1627: De kinderen van Jelis Adriaensz en Neeltgen Reijersdr, in hun leven echtelieden, met namen Adriaen en Reijer Jelisz en Meijnsgen, Marichgen en Grietgen Jelisdr, mitsgaders de twee onmondige kinderen van Aeffgen Jelisdr; Meijnsgen Jelisdr geassisteerd door Jan Jansz oud-burgemeester van Jaarsveld en Marichgen met Cornelis Jansz, hun mannen en voogden; de twee weeskinderen van Aeffgen, met namen Jelis en Bastiaen, geassisteerd door Adriaen Sebastiaensz Vuren, hun vader, en de schout en burgemeesters van Lopik als oppervoogden. Jan Jansz, Cornelis Jansz en de twee weeskinderen krijgen elk, en de twee weeskinderen samen, voor hun portie 875 gulden. Adriaen en Reijer Jelisz en Grietgen Jelisdr houden alle roerende en onroerende goederen in de boedel.
Bron: RHCRL, ora Lopik 1339, fol. 187 (FS scan 191). [Kopie en verdere verdeling op fol. 202 (FS scan 206)]
---
Lopik
[Fol. 255] Juffr. van Rijneveldt t’Utrecht twaelff mergen lands, bruijct Jacob Meeusz tsjaars de mergen ij g. guldens facit xvj oud schilt
Nu eijgenaarse juffr. van Rijneveldt ende bruijct Gillis Adriaensz
[256v] Noch bruijct Marten voorsz sesthien mergen lands, hem selven toebehoorende bij eede de mergen tsjaars om iij5 schildt facit xviij oud schilt xxviij st.
Nu eijgenaars ende bruijckers Gillis Adriaenz van tien mergen, ende Heijman Jansz t’IJssel-steijn van ses mergen
Bron: Oudschildgeld 1600
|