| Aantekeningen |
- 3-2-1650: Huijden den iije feb. ao. 1650 is in de weeskist gebracht een vertichtbrieff aengaende t’weeskint nagelaten bij sa. Jan Claesz van Lelijesteijn geprocreert bij Geertgien Aertsdr ende noch twee obligatien een op Pieter Dircxsz van Lelije. van 1000 gl. ende d’ander op Aert Woutersz te Damme ende sijne borgen van 400 gl. tpt verseeckering vant bewijs. Actum uts. present Thomas van Blijdesteijn schout ende alle de weesmrn.
4-12-1650 of 1651: Huijden sijn ter weeskiste gebracht inde versz. doos een obligatie bij Claes Claesz Plemper verleden, van drie hondert drie ende veertich gl. xv st., ende noch een obligatie ofte hanteijcken verleden bij Dirck Claesz Lelijesteijn van een duijsen een ende dartich gl. Alles spruijtende wt de boedelscheijdinge van des versz. kints grootvader sa. genaemt Claes Dircxsz op Nieucoop overleden, conform copie auctentijcq aldaer tot Nieucoop voor schout, weesmrn. ende gerecht gepasseert in de doos van den weeskinderen van sa. Pieter Claesz geleijt. Actum desen iiije decemb. present Blijdesteijn schout ende alle de weesmrn., in kennisse bij mij voocht desen get. Dirck Claessen Lelijsten
6-5-1652: Huijden inde kist gebracht een obligatie verleden bij Dirck Claesz van Lelijesteijn, ten behoeve t’voorsz weeskint verleden, van 343-15-0. Actum den sesten meije ao. 1652. Present schout Blijdesteijn, Sijmon Dircxsz ende Hendrick Claesz weesmrn.
8-3-1654: Op huijden den viije martij 1654 heeft Dirck Claesz van Lelijesteijn den obligatie van een duijsent gl. ende noch een obligatie van 343-15-0 bij hem verleden wt de weeskist gelicht, ende voorts daer in gebracht te hebben een rentebrieff off een verlijdbrieff bij inventaris blijckende t’samen van 2000 gl. Actum ende present schout Blijdesteijn, van der Neut ende Sijmon P. schoenmaker, weesmrn. van Bodegraven.
2-3-1665: Huijden is seecker acte gepasseert bij Geertgen Aerts wede. te vooren van Jan Claesz van Lelijesteijn, item bij Claes Claesz Plemper ende bij Dirck Claesz van Lelijesteijn, als voocht ende oom van Aert Jansz van Lelijesteijn, noch minderjarich sijnde, met den verclaringe van ja denut…, voor schout ende weesmrn. tot haere dechargie, in dato den ije martij 1665. Sijnde de acte onder de secretaris berustende.
13-5-1669: Op huijden den xiije meije 1669 soo verclaerden Aert Jansz van Lelijesteijn jegenwoordige meerderjarige soon van zal. Jan Claesz van Lelijesteijn, geteelt bij Geertjen Aertsdr wederom getrout sijnde, met Claes Claesz Plemper, als dat Dirck Claesz van Lelijesteijn, sijn oom ende bloetvoocht, ende Claes Claesz voornt. sijn schoonvader, reeckeningen int cort hebben gedaen, resepctive van haerluijder administratie, ontfangh ende vuijtgeeff gehadt, tsedert den 4e februarij 1664 volgende de reeckeningh, hem vertoont, ende dat ten overstaen van schout ende weesmren. van Bodegraven volgende de respective quitantien daer van sijnde, hem gebleecken ende overgelevert, bij welcke reeckeninge ende liquidatie Claes Claesz Plemper suijvers schuldich ende ten achteren blijft, aen den selve Aert Jansz de somme van negenthien hondert xlv gl. achtien stuij. viij pen. ende Dirck Claesz Lelijesteijn de somme van drije duijsent twee hondert xliiij gl. viij stuij. viij pennin. daer onder begrepen is van Claes Cla
1-6-1669: Bekenne ick ondergesz. ontfangen te hebben wt handen eerste van Claes Claasz Plemper ende Dirck Claasz van Lelijensteijn de sommens inde boven staende acte van quitinge vermelt welcke sijluijden respectivelijck bij sloth van reecken. mij waeren schuldigh gebleven, quiterende haer oversulcx bij desen met bedanckinge van haere goede betalinge. Acten ter overstaen ende in presentie van schoud en weesmrs. van Bodegraven, hebbe ick dese onderteijckent huijden den je junij 1669. Aert Jansen van Lelisteijn
Bron: RHCRL, WK Bodegraven (beh.nr. B068), inv.nr. 2, fol. 123 (FS scan 133)
---
Dirck Claesz Leliesteijn aan de Meije is 1.325 gulden schuldig aan de weduwe en kinderen van Pieter Claesz Leliesteijn. Gesteld onderpand: een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de oude Meije tot het land van de nazaten van Jacob Gerritsz Vermij, belend ten oosten de heer van Rijswijck en ten westen Cornelis Pietersz; nog een perceel land aldaar, strekkend van genoemde nazaten tot het land van Jacob Evertsz, belend ten oosten Cornelis Jan Floren en ten westen deze nazaten; nog een perceel land aldaar, strekkend van de landen van de nazaten tot aan de Masloot, belend ten oosten en westen genoemde nazaten; nog een huis, erf, berg, schuur en hofstede aan de oude Meije onder Nieuwkoop.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 65, fol. 152, d.d. 10-11-1652 (Prins)
---
Dirck Claesz Leliesteijn aan de Meije is 2.000 gulden schuldig aan Aert Jansz Leliesteijn, kind van de overleden Jan Claesz Leliesteijn. Gesteld onderpand: een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de oude Meije tot het land van de nazaten van Jacob Gerritsz Vermij, belend ten oosten de heer van Rijswijck en ten westen Cornelis Pietersz; nog een perceel land aldaar, strekkend van genoemde nazaten tot het land van Jacob Evertsz, belend ten oosten Cornelis Jan Floren en ten westen deze nazaten; nog een perceel land aldaar, strekkend van de landen van de nazaten tot aan de Masloot, belend ten oosten en westen genoemde nazaten; nog een huis, erf, berg, schuur en hofstede aan de oude Meije onder Nieuwkoop. Geroijeerd d.d. 00-05-1669.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 65, fol. 151v, d.d. 10-11-1652 (Prins)
---
Dirck Claesz Lelijesteijn aan de Meije is 2.400 gulden schuldig aan Adrianus van Waerder, minderjarige zoon van de overleden Cornelis van Waerder en Grietgen Adriaensdr van Sevenhoven. Voogd van het kind is Aelbert van Wieringen. Gesteld onderpand: 16 morgen wei-, hooi- of hennepland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, bestaande uit een perceel weiland, strekkend uit de oude Meije tot het land van de nazaten van Jacob Gertsz Vermij, belend ten oosten de kinderen van de heer van Rijswijck en ten westen Pieter Cornelis Pietersz; mede een perceel hooiland strekkend van genoemde nazaten tot het land van Gert Jacob Evertsz, belend ten oosten Cornelis Cornelis Jan Floren en ten westen genoemde nazaten; nog een perceel hooiland, strekkend van het land van de nazaten tot de Masloot, belend ten oosten en westen de nazaten; nog de helft van een huis, erf, berg en schuur gelegen over het houten bruggetje. Geroijeerd d.d. 31-05-1668.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, fol. 251, d.d. 10-11-1652 (Prins)
---
Dirck Claesz Lelijesteijn te Nieuwkoop verkoopt aan Leentgen Pieters, minderjarige kind van de overleden Pieter Claesz Lelijesteijn, geboren bij Maeritgen Bouwensdr van Diemen, een perceel wei- als hooiland in het Zuideinde in de polder, verongeld voor 3 morgen, strekkend van het land van Pieter Dircksz Coij tot dat van Grietgen Luijten, weduwe van Jacob Willemsz, bakker, belend ten oosten de erfgenamen van Jan Dircksz van Swieten en ten westen de Uitwetering. Koopsom 2.200 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, fol. 256v, d.d. 10-05-1662 (Prins)
---
Huijden hebben wij Cornelis Bouwensz van Dijemen ende Dirck Claesz van lelijen.. uit de weeskist geligt de obligatie van Willem Dirck Huijgen, competerende Leentgien Pietersdr, gecomen uit de boedel van Marrichgien Pieters weduwe, haere oudt moeije, gedateert den iije meije 1642, belovende wij volgens ordre. van de heeren staten de pen. ter somme van 500 gl. daerinne verhaelt, weder te verantwoorden, als naer behoort, te .. vant weeskint vernt., toirconde get. bij vernt. voogden.
Bron: RHCRL, WK Bodegraven (beh.nr. B068), inv.nr. 2, fol. 134, d.d. 02-06-1662
---
Compareerde ter weeskamer van Bodegraven Leentje Pietersdr meerderjaarige weeskint van za. Pieter Claasz Lelijensteijn welke verclaarde ende bekende wt de weeskiste gelicht ende door handen van schoud ende weesmrn. van Bodegraven vernt. ontfangen te hebben int bij wesen van Dirck Claasz van Lelijensteijn, Cornelis Bouwensz van Diemen ende Jan Cornelis Roeloffsz, welke int geene versz. staet waaren consenteerende, als namentlijck een copie wtte acts van scheijdinge gepasst. voor gerechte van Nieuwcoop in dato den 15 novemb. 1650 ende der auteurisatie den 4 julij 1651, item een huijrcedulle van Dirck Claasz vernt. in dato den 5 meij 1662 als mede een inventaris vande goederen van Fijtgien Andries de 1e octob. 1660 inde weeskist gebracht, seecker verlijde obligatie ende acte van aenneming.
Bron: RHCRL, WK Bodegraven (beh.nr. B068), inv.nr. 2, fol. 134, d.d. 05-05-1662
---
Gerrit Jacobsz van der Horst te Aarlanderveen ruilt met Dirck Claesz Lelijesteijn een henneptuin in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 36 roeden, belend ten oosten de koper, ten zuiden Pieter Egbertsz en ten westen en noorden genoemde van der Horst. Dirck Claesz Lelijesteijn stond daarvoor af een sniep weiland aldaar, groot 100 roeden, belend ten oosten de Uitwetering, ten zuiden hijzelf, ten westen van der Horst. Lelijesteijn ontvangt nog 30 gulden van Van der Horst.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 150, d.d. 31-05-1668 (Prins)
---
Dirck Claesz Lelijesteijn in de Lagewaard onder Oudshoorn verkoopt aan Pieter Egbertsz van Pijlen de helft van een huis en erf met twee bergen en een schuur in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 11 morgen 5 hond, strekkend van het huis van Pieter Cornelisz tot het volgende land; nog een perceel weiland, strekkend uit de oude Meije en genoemd erf tot het land van de kinderen van de heer van Rijswijk, belend ten oosten deze kinderen en Michiel Pietersz de Bruijn, ten zuiden de andere helft van het huis en erf en ten westen Pieter Cornelis Pietersz; nog een perceel hooiland met henneptuin, strekkend van het land van de nazaten van Jacob Gerritsz Vermij tot het land van Gerrit Jacobsz van der Horst, belend ten oosten de kinderen van de heer van Rijswijck en de verkoper en ten westen de nazaten van genoemde Vermij; nog een perceel hooiland aldaar, belend ten oosten, westen en zuiden de genoemde nazaten Vermij en ten noorden de korte Masloot. Koopsom 10.200 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 150v, d.d. 31-05-1668 (Prins)
---
Cornelis Cornelisz van Dorpen te Alphen draagt over aan Dirck Claesz Lelijesteijn, nu wonend in de Lagewaard onder Oudshoorn, een perceeltje weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 2 morgen, belend ten oosten de Uitwetering, ten zuiden en westen de kinderen van de heer van Rijswijck en Jan Tonisz en ten noorden Gerrit Jacobsz van der Horst. Koopsom 1.600 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 149v, d.d. 31-05-1668 (Prins)
---
Dirck Claesz Lelisteijn onder Oudshoorn draagt over aan Rijck Maertensz Binck aan de Meije drie percelen veenland naast elkaar gelegen in het Zuideinde van Nieuwkoop in de Wouden, groot 18 roeden, belend ten oosten Jan Pietersz Schuijlenburg, ten zuiden Pieter Cornelisz Vermij, ten westen Crijn van Dijck en ten noorden de weduwe van Jan Dirck Jannen. Koopsom 16 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 169v, d.d. 19-11-1668 (Prins)
---
Gerrit Jacobsz van der Horst draagt over aan Dirck Claesz Lelijesteijn te Oudshoorn een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 1 1/2 morgen, strekkend van Jan Theusz Crijger of de korte Masloot tot het land van genoemde Lelijesteijn, belend ten oosten de Uitwetering en ten westen de verkoper. Koopsom 866 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 186, d.d. 08-04-1669 (Prins)
---
Hendrick Jansz Cleijnen, weduwnaar en boedelhouder van Elisabet Claes Leliesteijn, aan de ene, en Dirck Claesz Leliesteijn als oom en bloedvoogd van Aeltgen Hendricx Cleijnen, onmondige dochter van voornoemde Hendrick Jansz Cleijnen, verwekt bij voornoelde Elisabet Claes Leliesteijn, aan de andere zijde. Uikoop.
Bron: RHCRL, ORA Zegveld (beh.nr. W180), inv.nr. 2376, aktenr. 176, d.d. 13-12-1671 (OS)
---
Willempje Bouwens, weduwe en boedelhoudster van Dirck Claesz Leliesteijn, mitsgaders nog als moeder en voogdesse over haar minderjarige kinderen verwekt bij voornoemde Lelisteijn, idem nog Claes Dircxse Leliesteijn, mitsgaders Grietie Claes Leliesteijn, beiden meerderjarige kinderen en mede erfgenamen van voornoemde Dirck Claesz Lelisteijn, allen wonende te Oudshoorn aan 's Molenaarsbrug, zijn schuldig aan mr. Jacob van Varik 1.600 gulden vanwege vier jaar aan landpacht van diens woning en landen aan 's Molenaarsbrug, van 1676 t/m 1679. In mindering van de schuld hebben ze overgedragen aan de heer Varick een aantal koebeesten, bouwgereedschap en huisraad.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1154, aktenr. 165, d.d. 14-12-1679 (scan 344)
|