| Aantekeningen |
- NH dopen Bodegraven:
05-01-1687 Maarten; o. Willem Heijndricksz Ramp en Trijntie Meertens Butter
05-10-1692 Willem; o. Willem Hendrickse Ramp en Trijntje Meertense Butter
26-12-1694 Marrighje; o. Jan Maartense Bos en Trijntje Meertense Butter
29-11-1722 Pieter; o. Jan Maartense van den Bos en Wijntje Pietersdr Verseijl
---
"d'eerbaere Annitgen Martensdr weduwe van sa. Jan Pietersz Butterboer woonende inde Zuijtsijde van Bodegraven (...) eenichsints sieckelijck van lichaeme (...) tot haere eenige ende universele erffgenamen genoemt, gestelt, ende geinstitueert te hebben Jannichgen Roelen Ramp, ende Gerrichgen Roelen Ramp kinderen van sa. Jannichgen Jansdr Butter haer testatrices overleden dochter, midtsgaders Trijntgen Martensdr Butter naergelaten dochter van sa. Maerten Jansz Butter haer testatrices overleden soon"
Naam: Marten Jansz Butterboer
Woonplaats: Woerden
Hoedanigheid: erfgenaam, erflater, bloedverwant
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8543, aktenr. 36, d.d. 23-12-1661
---
Compareerde Willem Hendericxsz Ramp, getrouwd met Trijntje Maertense Butter, die heeft uit de weeskist gelicht een vertichtingsbrief met het bedrag van 2.700 gulden, staande bevesticht op haar moeders woning en landen, d.d. 28-12-1662. Daarnaast is haar, door haar voogd Gijsbert Pietersz Butter, nog een obligatie overhandigd op naam van Jan Teuwisz Vermij te Aarlanderveen d.d. 20-01-1670 met een bedrag van 340 gulden, waarvan nog 30 gulden openstaat, en oude rekeningen, kwitanties en papieren. Haar voogden Gijsbert Pietersz Butter en Maerten Verhoeff worden bedankt, evenals de schout en weesmeesters, voor hun goede voorzorgen en administratie. Akte Bodegraven door ons getekend heden 23-02-1685. Willem Heindricksen Ramp, Trijntie Maertens Butter
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 204v, d.d. 23-02-1685
---
Trijntgien Hend. weduwe van Marten Jansz Butterboer, heeft van harentwege een schuldbrief in de weeskist gelegd, d.d. 09-05-1663.
Op 23-02-1685 is deze vertichtingsbrief gelicht uit de weeskist door Willem Hendericxsz Ramp, getrouwd met Trijntje Maertens.
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 148, d.d. 23-03-1685
---
Compareerde voor schout en weesmeesters van Bodegraven Hendrick Cornelisz Plooij, die op verzoek van Jan Maartensz Bos de voogdij aanneemt van diens minderjarige kind, genaamt Marigje Jans Bos, aanstaande kerstmis 1696 ca. 2 jaar oud, verwekt bij Trijntje Maarten Butter, zonder testament of uitsluiting van de weeskamer alhier overleden. De voornoemde Henderick Cornelisz belooft goede voorzorgen en toezicht te nemen over het weeskind, en zal doen rekening, bewijs en reliqua, zoals door de schout en weesmeesters is voorgesteld. Akte d.d. 05-11-1696.
Compareerde nog Jan Maartense Bos, die heeft aangeeft te hebben ontvangen 140-9-6, zijn een aanbedeeld portie van zijn voornoemde kind, volgens een akte van akkoord. Hij neemt dit bedrag aan met de belofte dit uit te keren, zonder rente, aan zijn kind als het meerderjarig wordt of trouwt. Hij belooft, zoals het een trouwe vader betaamt, dit bedrag uit te keren bij een huwelijk of meerderjarigheid, met 3 gld. 3 st. extra. Akte dato uts.
Compareerde voor de weeskamer van Bodegraven Marigje Jans Bos, weduwe van Cornelis Willems van Dam, die aangeeft bij haar huwelijk met haar voornoemde overleden man te hebben gekregen van haar vader het bedrag van 146-9-6, zoals het haar toekwam uit de boedel van haar moeder, hierboven gemeld, evenals van de 3 gld. 3 st. voldaan te zijn. Ze vraagt verder niks meer van haar vader en bedankt de schout en weesmeesters voor hun goede zorgen en bevrijdt ze van hun taak. Akte 05-04-1725.
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 210v, d.d. 05-11-1696
---
"Cornelis Willemsz van Eijk woonende onder Boxhol dewelke verklaerde bij desen te cedeeren, transporteeren ende in volkomen eijgendom op te dragen aen ende ten behoeve van Jan Maertensz Bosch woonende aen den Rijn onder Boodegraven den huijsinge ende erve met alle t geene daar in aert ende nagelvast is, met de bepootinge ende beplantinge daer op staende ende geleegen aende Segvelder Mije"
Naam: Jan Meertensz Bosch
Woonplaats: Bodegraven
Hoedanigheid: koper, belending
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2378, aktenr. 209, d.d. 09-06-1710
---
Weijntje Pietersdr Versijl, weduwe van Pieter Cornelisz Loendersloot en Jacob Cornelisz Loendersloot, wonend te Bodegraven, verkopen aan Jan en Thijsch Maartensz Bos, mede te Bodegraven, 9 morgen 450 roeden hooiland, belend ten oosten de Armen van Bodegraven, ten westen de heer van Zuidwijk, ten zuiden de Sloen en ten noorden de Oud Bodegraafsedijk. Laatste koopbrief van 03-03-1718. Koopsom 100 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 26, p. 139v, d.d. 08-09-1719
---
"Mathijs Maertensz Bosch ende Jacobje Hendricx de Jongh echtel. wonende onder den gereghte van Bodegraven beijde mijn notaris bekent, de welke tot vooghden over haer naer te laeten minderjarige kinderen verclaerden gestelt te hebben gelijck sij stellen bij desen Jan Maertensz Bosch sijn eerste compts. broeder en Reijer Jansz Zuijtdam haer tweede compts. halve broeder"
Naam: Jan Maertensz Bosch
Woonplaats: Bodegraven
Hoedanigheid: voogd, bloedverwant
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8558, aktenr. 12, d.d. 10-02-1720
---
"Leendert Sijmonsz van Eijk woonende in Segveld midsgrs. Gerrit Peters Bendervoet in huwelijk hebbende Niesje Sijmonsz van Eijk, woonende tot Hermelen, ende verklaarden de comparanten (...) te transporteren ende met vollen regt van eijgendom over te geven aan Jan Meertensz Bosch wonende onder Boodegraven, dewelke deselve vessie accepteerende, eerstelijk seekere helfte van een huijsinge erve berg en schuur met alle t geene in deselve aard en nagelvast is, midsgaders de helfte van drie mergen weijland staande ende gelegen aan de Segvelder Mije"
Naam: Jan Meertensz Bosch
Woonplaats: Bodegraven
Hoedanigheid: koper
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2379, aktenr. 76, d.d. 26-01-1722
---
"Jan Maartensz Bosche woonende onder Bodegraven heeft verkogt aen Hannes de Jong woonende in Bodegraver Mije, seekere huijs erve bepotinge met ses mergen weij en hooij land alle op Segvelderbroek aende Mije waar van de huijsze met drie mergen"
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2395, aktenr. 72, d.d. 09-03-1722
---
Gecompareerd zijn Annigje Louwe Paauw, weduwe van Maarten Tijsse Bos, mitsgaders Tijs Maartens en Jan Maartens Bos, voor hun zelf als voor hun andere broers en zussen, die hebben verkocht aan Abraham Jansen Mik een huis en erf, gelegen in de Zuidzijderpolder onder Bodegraven, strekkend uit de dijk tot de Rijn, belend ten oosten de uiterdijk van Jan Cornelisse Verhoeff en ten westen de Molenvliet van de Zuidzijderpolder. Compareerde mede Tijs Maartenz en Jan Maartensz Bos, haar zonen, voor hen zelf en de rato caverende voor haar andere broers en zussen, die aangeven hun vaderlijke erfenis volledig te hebben ontvangen, en dus geen actie en pretentie meer hebben op hun moeder of het verkochte huis. De koopsom bedraag 525 gulden contant geld.
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 4, aktenr. 183, fol. 260, d.d. 17-01-1725
---
Compareerde voor de weeskamer Jan Maartense Bos, weduwnaar van Weijntie Pieters Versijl, met de akte van voogdij over de na te laten kinderen. De langstlevende heeft van iedere kant nog een mede-voogd met uitsluiting van de weeskamer alhier. Gepasseerd voor notaris D. van Beke en getuigen alhier d.d. 25-04-1723, waarmee de schout en weesmeesters genoegen nemen. Akte 04-03-1727.
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 3, fol. 20, d.d. 04-03-1727
---
Hendrik Cornelisz Plooij en Cornelis Jacobsz van Eijk, beiden wonende te Barwoutswaarder, maken hun testament op. Als eerste benoemen de halfbroers elkaar als erfgenamen. Cornelis Jacobsz van Eijk benoemt tot verdere erfgenamen zijn zus Weijntje Jacobs van Eijk voor de helft, de kinderen van Marritje Cornelis Ploij voor een vierde en de kinderen van Trijntje Maartens Butter voor het laatste vierde gedeelte. Als voogden benoemde hij Maarten Willemsz Ramp en Gijsbert Cornelisz den Haan.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8601, aktenr. 21, d.d. 29-02-1728
---
Jacob Loendersloot verkoopt aan Jan Maartensz Bos de helft van 9 morgen 1 hond 50 roeden wei- als hooiland in de Bodegraverkampen, strekkend uit de Achterwetering tot de Oud Bodegraafsedijk, belend ten oosten de weduwe De Zitter en, ten westen de heer Lambregts; nog de helft van 2 morgen 2 hond land, strekkend als het vorige, belend ten oosten de weduwe van dominee Van Breemen en ten westen de weduwe De Zitter; nog de helft van 6 morgen 3 1/2 hond hooiland in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot aan de Sloen, belend ten oosten Dirk van Roijen en ten westen Klaas Vreem en Klaas Landsgeloof, waarvan de wederhelft toekomt aan de koper vanwege diens vrouw. Laatste eigendomsbrief van 03-03-1718. Koopsom 1400 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 27, p. 149v, d.d. 12-01-1730
---
Gecompareerd is Jacob Loendersloot, die heeft verkocht aan Jan Maertense Bos de helft van een hofstede "Vrijburg" met een huis, berg en schuur met ca. 14m 178r wei- en teelland, gelegen in de Zuidzijderpolder onder Bodegraven, strekkend van de Rijn tot over de Zuidzijderkade, belend ten oosten juffr. Margaretha Both weduwe van Thomas de Zitter en ten westen de heer Jacob Lambregts (die de andere helft van deze hofstede in bezit heeft). De koopsom bedraagt 1.000 gulden contant geld.
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 5, aktenr. 123, fol. 168, d.d. 29-04-1730
---
Gecompareerd is Jan Maertense Bos, die schuldig is aan Pieter Aelberts Groeneveld, Hendrik Hendriks Wiltenburg en Maria Hendriks Wiltenburg een bedrag van 1.500 gulden contant geld met 3,25% rente. Als onderpand geldt de hofstede "Vrijburg" met bijbehorende landen. Afgelost op 01-05-1771 en geroijeerd 11-05-1771.
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 5, aktenr. 124, fol. 169, d.d. 29-04-1730
---
Jacob Cornelisz Loendersloot verkoopt aan Jan Maartensz Bos de eeuwige erfhuur van de helft van een perceel erfpachtland, ca. 1 morgen 3 hond groot, waarvan de andere helft eigendom is van Jan Maartensz Bos, gelegen te Vromade onder Sluipwijk, strekkende van de Zuidzijderkade tot de Aafwetering, belend ten oosten de erfgenamen van de weduwe van Thomas de Zitter en ten westen Jacob Lambrechts. Jaarlijks moet aan de heer van Vromade of zijn rentmeester te Bodegraven de helft van de erfhuur van 4 gld. 14 st. 8 pen. worden betaald. De koopsom is 15 gld. 15 st.
Bron: RHCRL, ORA Sluipwijk (beh.nr. R068), inv.nr. 8, fol. 52v, d.d. 01-06-1730
---
Jaapje Hendriksdr de Jongh, weduwe van Tijs Maartensz Bos en Jan Maartensz Bos en Reijer Jansz Suijdam, als voogden over Maarten Tijsz Bos, Catrijntje Tijsdr Bos en Annigje Tijsdr Bos, minderjarige kinderen van voorn. echtpaar, zijn schuldigaan Goris van der Kust, wonend te Bodegraven, een bedrag van 700 gulden. Gesteld onderpand: 3 1/2 morgen land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Oudeweg, belend ten oosten Leendert Snel en ten westen Pieter Brunt; nog 2 morgen 1hond land in de Bodegraverkampen, strekkend van de Wetering tot de Oud Bodegraafsedijk, belend ten oosten en westen de weduwe van Abraham van Lier; nog 2 morgen 1 hond land, gelegen, strekkend en belend ten westen als het vorige en ten oosten Jacob Loendersloot. Geroijeerd 27-05-1740.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 27, p. 168v, d.d. 30-03-1731
---
Jan Vermij verkoopt aan Jan Maartensz Bos 4 morgen 4 hond land, waarin een vogelkooi, in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot Pieter Dirksz Landsgelooft, belend ten oosten en westen de koper. Koopsom 465 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 28, p. 8v, d.d. 26-09-1738
---
Jan Maartensz Bos verkoopt aan Jan Vermij de helft van 9 morgen 4 1/2 hond land in het Broekveld, belend ten oosten de armen van Bodegraven. De jongste koopbrief is van 08-09-1719. Koopsom 200 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 28, p. 9v, d.d. 26-09-1738
---
Compareerde Pieter Jansz Bosch, jongman wonende in de Zuidzijderpolder onder Bodegraven, zeer bekend bij de getuigen, goed bij zijn verstand. Hij maakt zijn testament op. Zijn enige en universele erfgenaam is zijn vader Jan Maartensz Bosch. Getuigen zijn Willem Teunisz de Graaf en Johannes Soeter.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8634, aktenr. 21, d.d. 19-06-1740
---
Compareerden de eerzame Jan Maartensz Bosch en de eerbare Folkje Cornelis Boer, echtlieden wonende in de Zuidzijderpolder onder Bodegraven, mij notaris bekend, gezond van lichaam en hun verstand in orde. Ze maken een nieuw testament op. De testateur laat ieder kind, zowel uit zijn vorige huwelijken als dit huwelijk, een even grote legitieme portie na. Hij laat zijn vrouw een even grote portie na als zijn kinderen. Als zijn voordochter de laatste wijziging aan het testament niet wil opvolgen, stelt de testateur in als enige en universele erfgenamen de kinderen uit zijn huidige huwelijk. De testateur verklaarde dat hij zijn dochter, Marritje Jans Bosch uit een eerder huwelijk, in plaats van de normale erfportie een bedrag wil nalaten van 800 gulden, wat veel meer is dan een normale erfportie. De testateurs beschikt ook dat zijn voornoemde huisvrouw gedurende haar leven de goederen zal blijven bezitten en beheren, met de voorwaarden dat het voornoemde bedrag wordt uitgekeerd aan zijn voordochter en dat a
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8635, aktenr. 10, d.d. 27-04-1742
---
Jan Maartensz van den Bos, wonend te Bodegraven, verkoopt aan Lena Gerritsz Verzee, eerder getrouwd met Warbout Jansz van Leeuwen, nu met Jan Claare, wonend in Zwammerdam, 3 1/2 morgen hooiland in het Broekveld, belend ten oosten de koper, ten westen Floris Dirksz Blom, ten zuiden de Sluipwijkse Sloene en ten noorden Jan van den Bos. Koopsom 5 gulden 5 stuivers (?) N.B. 40e penning is 2 gulden 10 stuivers.(!)
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 28, p. 265v, d.d. 19-02-1759
|