| Aantekeningen |
- Ruth Jansz en Marritgen Pieters (won. in het huis van Josua van Steensel)
Kinderen: Krijntgen, Jan, Ariaentgen, Jannichgen, Maertyntgen, Pieter, Cornelis, Lyntgen (gaat dienen) en Marritgen (gaat dienen).
Bron: Hoofdgeld Reeuwijk 1622 (Ons Voorgeslacht, P.J. den Hoed)
---
20-7-1633: Rudt Jansz, weduwnaar van Marritgen Pietersdr, aan de ene, Claes Jacopsz Prins, wonende te Stolwijk, als man en voogd van Jannitgen Ruttendr, Claes Maertensz Blonck als man en voogd van Arijaentgen Ruttendr, Jan Ruttensz voor zichzelf, mitsgaders Steven Sijmonsz als gestelde en Jan Maertensz gekozen en dus gerechte en administraterende voogden van Krijntgen en Martgen Ruttendr en Pieter Ruttensz, kinderen van voornoemde Rudt Jansz verwekt in zijn tweede huwelijk bij voornoemde Marritgen Pietersdr, hun overleden moeder, aan de andere zijde, ten overstaan van de schout en Dirck Govertsz en Jacop Heijndricxsz Tempelier, weesmeesters, komen tot een boedelscheiding. Rudt Jansz houdt al het vee, de huisraad en inboedel, inclusief alle schulden. Elk kind krijgt 36 gld. 19 st., te betalen bij mondigheid of een huwelijk.
Bron: RHCRL, ora Reeuwijk 4, fol. 190 (FS scan 348/665)
6-12-1638: Jan en Pieter Ruttensz, broers, elk voor henzelf, Pieter Cornelisz, getrouwd met Marritgen Ruttendr, Boudewijn Arijensz, getrouwd met Leentgen Ruttendr, Claes Jacopsz Prins, getrouwd met Jannitgen Ruttendr, Meerten Claessen Blonck, getrouwd met Arijaentgen Ruttendr, Leendert Jansz Decker, getrouwd met Martijntgen Ruttendr, mitsgaders Jacop Gerritsz Haegen, getrouwd met Crijntgen Ruttendr, allen kinderen en erfgenamen van Rut Jansz, hun overleden vader, delen de boedel en goederen die hun vader door zijn dood heeft achtergelaten. Ieder krijgt voor zijn deel van de erfenis 79 gld. 9 st. 8 pen.
Bron: RHCRL, ora Reeuwijk 5, fol. 62 (FS scan 477/665)
|