| Aantekeningen |
- Krijn Claesz en Marritgen Brants
kinderen: Claes, Pieter, Pietertgen, Jannichgen en Marritgen
Bron: Hoofdgeld Reeuwijk 1622 (Ons Voorgeslacht, P.J. den Hoed)
---
14-4-1595: Quirijn Claesz transporteert aan Maerten Maertensz een boerderij met opstallen en 5 morgen 400 roe land op 's-Gravenbroek onder Reeuwijk. Het geheel ligt tussen de 's-Gravenbroeksedijk en de Grote Ree en wordt ten oosten belend door Gerrit Gerritsz, schout van Sluipwijk, en ten westen door Jan Adriaensz. Het land is belast met een jaarlijkse uitgang van 9 schilden ten behoeve van Claes Aertsz te Gouda en van 2 stuivers en een oortje huispacht ten behoeve van de vrouwe van Brederode.
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 16v
14-4-1595: Maerten Maertenz leent 937 gulden van Quirijn Claesz. Als hypotheek stelt hij een boerderij met opstallen en 5 morgen 400 roe land op 's-Gravenbroek onder Reeuwijk. Het geheel ligt tussen de 's-Gravenbroeksedijk en de Grote Ree en wordt ten oosten belend door Gerrit Gerritsz, schout van Sluipwijk, en ten westen door Jan Adriaensz.
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 18
4-1595: Quirijn Claesz te Reeuwijk verklaart een jaarlijkse rente ten bedrage van zes gulden te zullen betalen aan de minderjarige kinderen van Heijndrick Claesz, vertegenwoordigd door hun voogden Schrevel Claesz en Bouwen Pietersz. Als hypotheek stelt hij: a) een boerderij met opstallen en 7 morgen 250 roe land op Alysambacht onder Reeuwijk. Het geheel ligt tussen de 's-Gravenbroeksedijk en de Oudeweg en wordt ten oosten belend door Schrevel Claesz en ten westen door Cors Boeijensz, en b) 4 morgen 150 roe land op 's-Gravenbroek onder Reeuwijk. Het land ligt tussen de 's-Gravenbroekseweg en de Grote Ree en wordt ten oosten en westen belend door Schrevel Claesz.
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 24
15-4-1595: De gezamenlijke erfgenamen van Claes Heijndricxz transporteren aan hun mede-erfgenaam Quirijn Claesz: a) een boerderij met opstallen en 7 morgen 250 roe land op Alysambacht onder Reeuwijk. Het geheel ligt tussen de 's-Gravenbroeksedijk en de Oudeweg en wordt ten oosten belend door Schrevel Claesz en ten westen door Cors Boeijensz, en b) 4 morgen 150 roe land op 's-Gravenbroek onder Reeuwijk. Het land ligt tussen de 's-Gravenbroekseweg en de Grote Ree en wordt ten oosten en westen belend door Schrevel Claesz. De huurder is Jacop Cornelisz Blois. De verkopers zijn: 1) Heijndrick Joosten, gehuwd met Maertgen Jacopsdr, eerder weduwe van Claes Heijndricksz; 2) Schrevel Claesz; 3) Mees Dircx, gehuwd met Elijzabeth Claesdr; 4) Jan Jansz, secretaris, gehuwd met Cornelia Claesdr; 5) Pieter Jansz, gehuwd met Claertgen Claesdr; 6) de minderjarige Neeltgen en Pietertgen Heijndricksz, kinderen van wijlen Heijndrick Claesz, vertegenwoordigd door hun voogden Bouwen Pietersz en Schrevel Claesz voornoemd, e
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 25
15-4-1595: De gezamenlijke erfgenamen van Claes Heijndricxz transporteren aan hun mede-erfgenaam Quirijn Claesz: 1 morgen 100 roe land onder Reeuwijk, waarvan verder geen bijzonderheden worden vermeld. De verkopers zijn: 1) Heijndrick Joosten, gehuwd met Maertgen Jacopsdr, eerder weduwe van Claes Heijndricksz; 2) Schrevel Claesz; 3) Mees Dircx, gehuwd met Elijzabeth Claesdr; 4) Jan Jansz, secretaris, gehuwd met Cornelia Claesdr; 5) Pieter Jansz, gehuwd met Claertgen Claesdr; 6) de minderjarige Neeltgen en Pietertgen Heijndricksz, kinderen van wijlen Heijndrick Claesz, vertegenwoordigd door hun voogden Bouwen Pietersz en Schrevel Claesz voornoemd, en 7) de minderjarige Pietertgen Claes, dochter van Claes Heinricksz, vertegenwoordigd door haar voogden Sijmen Jacopsz en Schrevel Claesz voornoemd.. Het land wordt voor dezelfde prijs verkocht als Claes Heijndricxz eertijds heeft betaald toen hij het aankocht van Jop Arijensz en Barbara Arijens, gehuwd met Dirck Willemsz van Dam.
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 26
14-7-1596: Schrevel Claesz verkoopt zijn deel van de nalatenschap van zijn vader Claes Heijndricx aan zijn broer Quirijn Claesz. De aard van de nalatenschap en de koopsom worden niet vermeld.
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 57v
19-9-1598: Quirijn Claesz te Reeuwijk leent 176 gulden en 2 stuivers 1 oortje van Pietertgen Claesdr, dochter van Claes Heijndricxz. Als hypotheek stelt hij: a) een boerderij met opstallen en 7 morgen 250 roe land op Alijsambacht onder Reeuwijk. Het geheel ligt tussen de 's-Gravenbroeksedijk en de Oudeweg en wordt ten oosten belend door Quirijn Claesz en ten westen door de weduwe van Kors Boeijensz, en b) 4 morgen 50 roe land op 's-Gravenbroek onder Reeuwijk. Het land ligt tussen de 's-Gravenbroeksedijk en de Grote Ree en wordt aan beide zijden belend door Otte van Steenssel, dat gehuurd wordt door Jacop Cornelisz Bloes.
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 57v
27-8-1605: Neeltgen Heijndricx, gehuwd met Jan Anthonisz, en Pietertgen Heijndricx, erfgenamen van wijlen Heijndrick Claesz, vertegenwoordigd door hun voogden Quijrijn Claesz en Bouwen Pietersz, transporteren aan Aert Jansz, alias Aert in de Belle, te Gouda een hypotheek ten bedrage van 200 gulden tegen 6%, ten laste van jonge Jan Arijensz en gevvestigd op 5 morgen 300 roe land onder Reeuwijk.
RHCRL, ora Reeuwijk 1, fol. 133
17-10-1612: Claertgien Claesdr, weduwe van Pieter Jan Maertsz, bijgestaan door haar broer Quirijn Claesz en haar oom Jan Jansz, secretaris van Reeuwijk, voor zichzelf en als voogdes over haar minderjarige kind, leent 200 gulden tegen 6% van Pieter Jacopsz Stolwijck, poorter van Gouda. Als hypotheek stelt ze een boerderij met opstallen en 21 morgen 400 roe op Nieuwdorp onder Reeuwijk. Het geheel ligt tussen de Nieuwdorperwetering en de dwarssloot van Jan Gerritsz en wordt ten oosten belend door Jacop Dircxz en Jan Jansz en ten westen door Jan Gerritsz Snijder en oude Jan Heijndricxz.
RHCRL, ora Reeuwijk 2, fol. 17v
22-2-1617: Quirijn Claesz te Reeuwijk leent 200 gulden tegen 6% van Hermen Dircxz, houtkoper te Gouda. Als hypotheek stelt hij: a) een boerderij met opstallen en 7 morgen 250 roe land op Alijsambacht onder Reeuwijk. Het land ligt tussen de 's-Gravenbroekse wetering en de Oudewegswetering en wordt ten oosten belend door Quirijn Claesz en ten westen door Pau Cornelisz, en b) 4 morgen 150 roe land op 's-Gravenbroek. Het land ligt tussen de 's-Gravenbroekse buitenwetering en de Grote Ree en wordt aan beide zijden belend door Ruth Jansz.
RHCRL, ora Reeuwijk 2, fol. 115
6-3-1618: Claertgen Claesdr, weduwe van Jan Leendertsz, deken, met Crijn Claesz als voogd, voor een helft. Lenert Jansz, Jan Jansz, Heijndrick Jansz, Commer Jansz en Dirck Jansz, getrouwd met Swaentgen Jansz, Wouter Dircxsz en Ingetgen Jansdr, Cors Jacopsz, getrouwd met Swaentgen (!) Jansdr. Wouter Dircxsz als grootvader en Leendert Jansz voornoemd als oom, voogden van Dirck Jans, onmondig weeskind, allen kinderen en erfgenamen van voornoemde Jan Leendertsz. Zij verkopen aan Pieter Gerritsz Craen 6 1/2 morgen land in het Broekveld, strekkend uit de Schinkelwetering tot het land van Antonis Dammisz, belend ten oosten de dochter van Arent van Rietwijck, ten westen Cornelis Jacobsz. Belast met een hoofdsom van 300 gulden. Koopsom 1800 gulden.
Bron: GAAR, ora Zwammerdam 17, fol. 1
26-3-1618: Claertgien Claesdr, weduwe van Jan Leendertsz Deecken, bijgestaan door haar broer en voogd Quirijn Claesz, leent 2600 gulden tegen 5% van Dirck Thijmensz Verhorst, brouwer te Gouda. Als hypotheek stelt ze een boerderij met opstallen en 21 morgen 400 roe land op Nieuwdorp. Het geheel ligt tussen de Nieuwdorper binnenwetering en het land van Jan Gerritsz Snijder, Leendert Stevensz en Pieter Cornelisz enerzijds en de kleine Ree anderzijds en wordt aan beide zijden belend door Jan Jansz, secretaris van Reeuwijk, en Jacop Dircxsz. In de marge staat aangetekend dat de geldlening op 12 november 1654 door Cornelis Huijbertsz is afgelost.
RHCRL, ora Reeuwijk 2, fol. 137v
7-10-1627: De erfgenamen van Jan Jansz Hoflant en Neeltgen Claesdr transporteren aan hun mede-erfgenaam Maerten Jansz Hoflant 10 morgen 200 roe land, genaamd het Hofland, op Oud-Reeuwijk. De erfgenamen zijn: 1) Maartgen Jansdr Hoflant, gehuwd met Gerit Pietersz Weijlander; 2) Jan Jansz Hoflant; 3) Heijndirck Jansz Hoflant; 4) Jacop Claesz van der Sloot, gehuwd met Pietertgen Jansdr Hoflant; 5) Wouter Jansz Hoflant en 6) de minderjarige Neeltgen Jansdr Hoflant, bijgestaan door haar oom en voogd Crijn Claesz. Het land ligt tussen de Nieuwdorper buitenwatering en de dwarssloot van de landerijen van Jacop Dircxsz en Jan Geritsz en wordt aan de oost- en westzijde belend door Jan Geritsz. Het land is bezwaard met een hypotheek van 500 gulden ten behoeve van Hermen Dirckxz, houtkoper en poorter van Gouda, en een hypotheek van 500 gulden ten behoeve van Jan Jansz.
RHCRL, ora Reeuwijk 4, fol. 36
13-5-1632: Crijn Claesz te Reeuwijk leent 300 gulden tegen 6,25% van Pieter van Stompwijck, poorter van Gouda. Als hypotheek stelt hij 11 morgen land op 's-Gravenbroek. Het land ligt tussen de 's-Gravenbroekse buitenwetering en de Grote Ree en wordt ten oosten en westen belend door Rudt Jansz.
RHCRL, ora Reeuwijk 4, fol. 165
23-5-1639: De erfgenamen van Crijn Claessen transporteren aan hun mede-erfgenaam Claas Crijnensz: a) een boerderij met opstallen en 6 morgen 550 roe land op Alijsambacht. Het geheel ligt tussen de wetering en de Oudewegwetering en wordt ten oosten beleid door de scheisloot en ten westen door de weduwe en erfgenamen van Claes Cornelisz Blonck; b) 4 morgen 300 roe land op 's-Gravenbroek. Het land ligt tussen de wetering en de Grote Ree en wordt aan beide zijden belend door het land, dat Pieter Ruttensz gehuurd heeft. De verkopers zijn: 1) Merritgen Brantsdr, weduwe van Crijn Claessen, bijgestaan door haar voogd Heijndirck Jansz Hofflant, secretaris van Reeuwijk; 2) Pieter Crijnensz, voor zichzelf en als voogd van 3) de minderjarige kinderen van wijlen Cornelis Crijnensz; 4) Jan Cornelisz, gehuwd met Pietertgen Crijnendr; 5) Jannitgen Crijnendr; 6) Merritgen Crijnendr en 7) Beelitgen Cornelisdr, weduwe van Heijndrick Crijnensz, en haar minderjarige kinderen.
Bron: RHCRL, ora Reeuwijk 5, fol. 84v
---
Zwammerdam
107. 2½ morgen land te Swadenburgherdamme (1603: op ‘t Brouckvelt), die vroeger van Wiliaem Teden waren, belend ten oosten: Willaem Ghisenz. (1568: Gerwaert Dircxsz., 1594: Willem Ghijsbrechtsz. backer, 1653: Bruyn Willemsz., 1662: Beuckel Jacopsz.), ten westen: de uitweg (1568: de Slupickse uitweg), ten noorden (1594: Willem Ghijsbrechtsz. backer, 1653: Willem Cornelisz. Cleyn) en ten zuiden: (1594: de oude weg).
21-12-1568: Claes Heyndricxsz. bij dode van zijn broer Pieter Heyndricxz. (II, fol. 165, het leen is verbeurd geweest ten tijde van de grootvader van de leenheer jonkheer Gerrit van Poelgheest etc.).
26-12-1594: Crijn Claesz. bij dode van zijn vader Claes Heyndricxz. (II, fol. 165).
30-6-1596: Jacob Cornelisz. Bloes na overdracht door Crijn Claesz. (II, fol. 165).
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstad Poelgeest te Koudekerk, 1307-1690 door C. Hoek (Ons Voorgeslacht)
|