| Aantekeningen |
- Sr. Gijsbert van den Ven dijkmeester te Vreeswijk ook wel De Vaart genoemd, niet helemaal gezond, maakt zijn gestament op. Hij laat na aan zijn stiefdochter Neeltje Both en haar man Gerrit van Velthuijsen de helft van een huis en herberg "de Domstoorn" gelegen te Vreeswijk. De andere helft komt Neeltje Both toe samen met haar broers en zussen, onder voorwaarde dat ze hun innocente zus Cornelia Both bij hun laten inwonen. Tevens mag gedurende haar leven het huis "de Domstoren" niet worden verkocht. Zijn zoon Jacobus van der Ven secretaris van Lopik wordt ook genoemd.
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 1442, aktenr. 148-1, d.d. 25-09-1774
---
"d'eersaame Jan Bot, Neeltje Bot en haar man Gerit van Velthuijsen, Wernard van Spengen als man en voogd van Lijsje Bot, waar hij blijkende geboorte heeft, Jacobus van der Ven, als speciaal gemagtigden van Klaas Bouwman, die d'eenigsch soon en erfgenaam is van wijle sijne ouders Klaas Bouwman en Mensje Bot, in hun tijd egtelieden vermogens procuratie den 21 april 1777 voor den notaris Petrus Constantinus van Rijp en getuijgen binnen Rotterdam gepasseert, en dan nog de gen. Jan Bot en Wernard van Spengen, in qualite als momboirs en curateuren over Cornelia Bot sijnde innocent, item de voorn. item Jacobus van der Veen, voor sig selfs en eenigste erfgenaam van wijlen sijn vader Gijsbert van der Ven, in leven dijkmeester aan de vaart ende gaven de samentlijke comparanten te kennen dat int leven waren geweest Jan Jacobsen Bot en Thoontje van den Ham in hun tijd egtelieden dat deselven bij den ander verscheijde kinderen hadden procreƫert, dat eerst in het jaar ... was overleden deselve Jan Jacobsen Bot end
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 1442, aktenr. 233, d.d. 09-05-1778
|