| Aantekeningen |
- 16-6-1558: Voor Jacob Ghisbertsz Ruijss, schout, en Mijnert Ghisbertsz en Oostrum Willemsz, schepenen van Kamerik, compareerde Willem Hagensz, inwoner van Kamerik, die schuldig is aan gemene vicarissen van de Sint Salvatorskerk te Utrecht een losrente van 5 gulden per jaar. Als onderpand geldt 6 morgen land eigen land in Kamerik, strekkende van de Kameriker dijkwetering tot de landscheiding, de eerste 3 morgen belend boven de griffier te Utrecht en beneden Aechte Cornelis Reijersz weduwe en de andere 3 morgen boven Willem Henricsz c.s. en beneden Willem Gheritsz.
Bron: HUA, Kapittel van Oudmunster 2017 (bestand 41/58).
8-7-1558: Willecore. Jacob Gijsbertsz Rhuijs schout tot Camerijck bekende schuldich te wesen heer Niclaes van Amolenberch vicarius t'Oudemunster de somme van zes ende dertich carolus gulden ende xvij st., heercomende van verschenen pachte te betaelen de voorsz. alinge somme, teenemael Ste. Mattheus dach toecomende ofte veerthien dagen daer nae onbegrepen. Tot versekerheijt etc. versouckende etc. Gehoirt etc. Actum den viijen julij 1558.
Bron: Hof van Utrecht 227-2 (bestand 273/400).
|