| Aantekeningen |
- 24-5-1591 (o.s.): Gerrit Jacobsz, aan de ene, en de kinderen en erfgenamen van Sophia Dircksdr, Marten Aertsz weduwe en naderhand huisvrouw van voorn. Gerrit, met namen Gerrit Anthonisz als man en voogd van Beertgen, Claes Willemsz als man en voogd van Ingentgen, Jan Mathijsz Bosch als man en voogd van Leentgen, Gerrit Jan Daemsz als man en voogd van Adriana, Jacob Adriaen Egbertsz als man en voogd van Martentgen, elk voor hun huisvrouw, zussen en Marten Aertsz dochters, en Daem Adriaensz als man en voogd van Heijltgen, voorn. Gerrits dochter, aan de andere zijde, scheiden de boedel die Sophia heeft nagelaten. Gerrit Jacobsz krijgt het gebruik van de hofstede van 14 morgen met hof, berg en getimmerte, toebehorende mr. Dirck van der Koock, waar voorn. Gerrit op woont, en 6 morgen eigen land, gelegen in de Zuidzijde van Benschop boven de kerk, belend boven Aert Jansz met 6 morgen boven en Daem Franckensz schout met 5 morgen 2 hond land onder. De zes kinderen en erfgenamen van voorn. Sophia krij
Bron: RHCRL, ora Benschop 255, blz. 170 (Hofoda scan 341/502).
24-5-1591 (o.s.): Gerrit Anthonisz als man en voogd van Beertgen Martensdr, Jan Mathijsz Bosch als man en voogd van Leentgen Martensdr, zussen, verkopen aan Daem Adriaensz en Jacob Adriaen Egbertsz, hun zwagers, het kindsdeel dat hen is aanbestorven door het overlijden van Sophia Dircksdr, weduwe van Marten Aertsz, naderhand Gerrit Jacobsz huisvrouw, moeder van de huisvrouwen van de comparanten. Het gaat om hun deel van 4 morgen land in een weer van 8 morgen en 2 morgen eigen land [in de vorige akte inclusief belendingen].
Bron: RHCRL, ora Benschop 255, blz. 171v (Hofoda scan 344/502).
|