| Aantekeningen |
- Op 3-5-1592 gaan te Oudewater in ondertrouw Gijs Jansz wt Ouwatersebrouck ende Nellichie Bastiaens wt Papecop. Nelligje is de dochter van Bastiaen Claesz uit Diemerbroek/Papekop (o.a. genoemd in het Oudschildgeld in 1599 als Sebastiaen Claesz). Bastiaan Claasz uit Papekop (21-5-1624) en Nelinchgen Basteaensen uit Papekop (30-3-1645) zijn in hetzelfde graf begraven (Van de dorpel van 't Vrouwen Choor, regel 6, graf 1). Op 29-10-1645 wordt in dit graf een dochter van Luijt Dircksz van Dam en Hilligje Gijsen uit Papekop begraven (een kleindochter van Gijsbert Jansz). Op 1-12-1646 wordt een kind van Pieter Luijten uit de Broek in dit graf begraven (een achterkleinkind van Gijsbert Jansz).
---
31-1-1604: Op huyden heeft Baerte Jansdr, weduwe wijlen Willem Claes Jacobszn, met Claes ende Ghijsbert Janszoonen hare broeders en gecoren voochden in desen, verticht, bewesen ende vuytgecoft hare drie onmundige kinderen met namen Jan, Marritgen ende Aechtgen aen haer bij dvoorsz. Willem Claeszn geprocreert, ten overstaen van Lenart Claeszn als oom en gerechte bloetvoocht vande voorsz. kinderen, geassisteert zijnde met Pieter Gerritszn Paemburch en Sebastiaen Adriaenszn weesmeesteren als oppervoochden, In navolgende manieren, Te weten dat dvoorsz. weduwe sal behouden alle alsulcke goederen t’zij lant, sant, have, actien, crediten, gelt, gout, silver, gemunt ende ongemunt, huysen, clederen, cleynodien, niet vuytgesondert, als zij met dvoorsz. Willem Claeszn te samen beseten ende gepossedeert heeft, oock alle inschulden ende alle vuytschulden ende lasten des boedels tot haren last behouden ende dvoorsz. hare kinderen in recompenisie ende voldoeninge van haerluyder vaderlijke erffenisse opbrengen, ali
Bron: RHCRL, wk Oudewater 67, fol. 150 (Coen van Wijngaarden).
5-7-1627: Compareerden Claes Jansz woonende in Papecoop, Gijsbert Jansz woonende in Diemerbroeck, elck voor haer selven, Cent Joppensz als man ende voocht van Bartgen Jansdr sijn huysvrouw, Cors Maertensz woonende aende Langeweyde vervangende ende hem selven sterck maeckende voor sijne broeders ende susters, kinderen van Annichgen Jansdr, ende Jan Heijndricksz ende Marrichgen Heijndricksdr woonende in Maeswael geassisteert met den voorn. Claes Jansz heuren oom ende gerechte bloetvoocht, haer oock sterck maeckende voor Grietgen ende Aechgen Heijndricksdr haere susters, kinderen van Heijndrick Jansz, in dier qualite alle te saemen erffgenamen van Neeltgen Jansdr heurluyder respective suster ende moeye zaliger, dewelcken bekenden in alle minne ende vrientschap met malcanderen overgcomen ende veraccordeert te wesen nopende de erffenisse ende besterffenisse henluyden door doode ende overlijden vande voorn. Neeltgen Jansdr aengecomen, Te weten alsoo deselve Neeltgen Jansdr voor notaris ende getuygen gemaeck
Bron: RHCRL, ona Oudewater 1878, aktenr. 1 (Coen van Wijngaarden).
5-6-1637: Allen den genen die desen brieff sullen sien ofte horen lesen doe ick verstaen Gijsbert Jansz wonende in Diemerbroeck dat ick door vercopinge ende opdrachte van Aert van Huesden schout der kercke naebenoemt als speciale gemachtichde van Geertgen Gerritsdr wede. van wijlen Willem Jacobsz wonende in Diemerbroeck volgens proe. voor Gerrit Vastert notaris bijden Hove van Utrecht geadmitteeert ende seeckere getuijgen opten 13en maij 1637 gepasseert van den eerw. ed. heren Deken ende Caple. der kercke van Oudemunster t'Utrecht in eenen ewigen erffpacht ongescheijden aen eenen erffgente. blijven ontfangen hebbe vijff mrn. landts so die van oudts gelegen sijn inden Broeck binnen die parochie van Oudewater welcke vijff mrn. landts te vorens onverscheijden ende onverdeijlt gelegen hebben. Ende mit der voorsz. heren consent volgende de deijlinge daer van bij Gerrit Cornelisz inden name van Stijntgen Jansdr moeder van Geergen Gerritsdr versz. ende mit Gijsbert Jansz so voor hem selven als t'recht hebben
Bron: HUA, Kapittel van Oudmunster 1475-9.
30-3-1654: Compareerde Aert Ghijsbertsz woonende inden Brouck onder de jurisdictie van Montfoort, verklaart op verzoek van de Eerwaerdige Heeren Deeckens vanden Cappittele van Oudemunster tot Utrecht, hoe waer is dat Ghijsbert Jansz sijn attestants vader vande voorsz heeren in erfpacht hebbende besten de nombre van ontrent vijff mergen lants met een jaarlijkse pacht van dertien gulden tien stuyvers ofte daeromtrent, en in 1639 in erfpacht gegeven, en dat zijn broeder het noch als vrij eygen lant is besittende.
Bron: RHCRL, ona Oudewater 1884, aktenr. 20 (Coen van Wijngaarden).
|