| Aantekeningen |
- Trijntje Maartens Butter, ged. Bodegraven 1661; dochter van Maarten Jans Butterboer, huw. Bodegraven 1660; zoon van Jan Pieters Butter(boer), weesmeester te Bodegraven 1661; zoon van Pieter Willems Butterboer [Slootweg-1997, p 38].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
---
Gerrit Dammisz van Duijseldorp, wonend te Bodegraven, verkoopt aan Jan Pieterse Butterboer 5 morgen 2 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot in de Wonnewetering, belend ten zuiden Gijs Fredericxsz en ten noorden Jonker Soutelande.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 20, p. 100, d.d. 16-10-1649
---
Op vrijdag ca. 4 uur 's middags, compareerden Pieter Willemsz Butterboer en zijn vrouw Gerrichgen Claesdr, wonende op de Noordzijde van Bodegraven, beiden gezond, testeren op de langstlevende. De langstlevende moet uitkeren aan Ghijsbert Pietersz Butterboer, Jan Pietersz Butterboer en Geertgen Pietersdr Butterboer, hun drie kinderen, of hun nakomelingen, bovenop de 1500 gulden die de testateuren zelf bij hun huwelijk hebben gehad, nog eens 1500 gulden aan elk van de kinderen, dat in plaats van hun legitieme portie. Indien de langstlevende hertrouwt, dan zal het bezit voor de helft moeten worden gedeeld met de kinderen. Gedaan ten huize van Sijmen Gijsbertsz Plemper op het Rodezand, in het bijzijn van Gijsbert Jansz Butterboer, wonende op het Zuidzijde van Bodegraven, en voornoemde Sijmen Gijsbertsz Plemper.
Bron: RHC RL, ONA Oudewater (beheersnr. O063), inv.nr. 1879, aktenr. 147, d.d. 22-07-1650
---
Jan Pietersz Butterboer heeft getekend, maar wordt niet genoemd. Op de vorige pagina worden genoemd Willem Jansz en Bouwen Anthonisz van Dijemen, die voogden zijn over Pieter Gerritsz van Dijemen.
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheesnr. B068), inv.nr. 2, fol. 133v, d.d. 02-08-1661
---
"d'eerbaere Annitgen Martensdr weduwe van sa. Jan Pietersz Butterboer woonende inde Zuijtsijde van Bodegraven (...) eenichsints sieckelijck van lichaeme (...) tot haere eenige ende universele erffgenamen genoemt, gestelt, ende geinstitueert te hebben Jannichgen Roelen Ramp, ende Gerrichgen Roelen Ramp kinderen van sa. Jannichgen Jansdr Butter haer testatrices overleden dochter, midtsgaders Trijntgen Martensdr Butter naergelaten dochter van sa. Maerten Jansz Butter haer testatrices overleden soon"
Naam: Marten Jansz Butterboer
Woonplaats: Woerden
Hoedanigheid: erfgenaam, erflater, bloedverwant
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8543, aktenr. 36, d.d. 23-12-1661
---
Annitgen Maertensdr, weduwe van Jan Pietersz Butterboer, wonende in het zuidzijde van Bodegraven, ziek op bed liggende, heeft op 24-12-1661 haar testament opgemaakt. Ze heeft nagelaten om een testamentaire voogd na te laten. Ze benoemt Roeloff Jansz Ramp, vader, en Hendrick Albertsz van Nes, grootvader van een van haar kleinkinderen en erfgenamen als voogd. Op 10-11-1661 had ze Gijsbert Pietersz Butterboer en Warnaer Jacobsz van den Engh als voogden benoemt, maar dat moet ongedaan worden gemaakt.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8544, aktenr. 2, d.d. 14-01-1662
---
Ick ondergesz. landt meter hebbe gemeten het landt van de erfgenamen van Jan Pietersz Butterboer salr. daer de groote schans op leijt, daer gaet of voorde schans, ofte het water, te samen een morgen een hondert en vier en tnegentigh roede Rhijn-landtse maet, actum den 15 febrewaris 1675. Bij mijn geadtm. landtmr. Floris Damen van Outshoorn 1675
Bron: Morgenboek 1676 Bodegraven Zuidzijderpolder
---
Compareerden Roeloff Jansz Ramp en Maerten Verhoeff als testamentaire voogden over de nagelaten weeskinderen van Jannitje Jans en Maerten Jansz Butterboer, als erfgenamen van de inventaris van Annitgen Maertens, laatst weduwe van Claes Jansz Verlaen. Ze hebben verkocht aan de heer Adriaen Loeff, raad en vroedschap van Gouda, ca. 7m 5h 25r land, gelegen in de Zuidzijderpolder onder Bodegraven, aan de Rijn bij de grote schans, die er ten dele op ligt, strekkend van het Jaagpad tot achter aan de bovenste landscheiding, belend ten oosten de verkoper zelf en ten westen de heer van Berkenwoude. De koopsom is 1.500 gulden contant geld.
Op 10-05-1715 is aan mij, de secretaris van Bodegraven, gebleken dat dit land door de heer Paulus Loeff is overgegeven aan zijn twee dochters, juffr. Maria en Adriana Paulus Loeff, vanwege hun moederlijke erfenis, gepasseerd voor notaris Andries Timmer en getuigen te Gouda d.d. 04-02-1715, mij getoond. Dit is verwerkt in de kohieren, verpondingen, e.d. Akte dato uts.
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 2, aktenr. 50, fol. 28v, d.d. 12-03-1678
---
Op heden 23-11-1683 compareerde voor de schout en weesmeesters van Bodegraven Jannitje en Gerritje Roele Ramp, meerderjarige kinderen van Jannitje Jans Butterboer, verwekt bij Roeloff Jansz Ramp. Ze geven aan dat Gijsbert Pietersz Butter en Maerten Verhoeff, hun voormalige voogden, hun hebben gegeven de uiteindelijke rekening, bewijs en reliqua van de inkomsten en uitgaven, vanwege de administratie van hun goederen, die hun zijn nagelaten door Jan Pietersz Butterboer, hun overleden grootvader. Ze ontheffen de voogden van hun taak en bedanken hen voor hun administratie en bewind.
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheesnr. B068), inv.nr. 2, fol. 195v, d.d. 23-11-1683
---
Op heden 06-12-1685 is door de schout in de weeskist gelegd een bedrag van 592 gld. 9 st., wat overgebleven is van de koopsom van 9 morgen land, per veiling verkocht, toebehorend aan de kinderen van Roeloff Jansz Ramp en het kind van Maerten Janse Butterboer. Het geld is door Jan Pietersz Butterboer en Annitje Maertens, beiden overleden, volgens hun testament fideï-commis nagelaten aan de voornoemde kinderen en hun kinderen, dus het zal in de weeskist aanwezig moet blijven of op rente gesteld moet worden. Akte Bodegraven dato uts.
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 204v, d.d. 06-12-1685
|