| Aantekeningen |
- Martijntgen Maertensdr, weduwe en boedelhoudster van Jacob Adriaen Egbertsz, geassisteerd door Gillis Jacobsz, haar oudste zoon en gecoren voogd, voor zichzelf voor de ene helft, mitsgaders dezelfde Gillis Jacobsz mede voor zichzelf en zich sterkmakende voor Aert Jacobsz, zijn absente broer, en voor Marrichgen en Heijltgen Jacobsdr, zijn ongetrouwde en absente zussen, naast Dammas Cornelisz (die de vader is van de volgende kinderen) als voogden van de nagelaten weeskinderen van Lijsgen Jacobsdr, waarvan Adriaen Dammasz, mitsgaders Thonis Harmansz als man en voogd van zijn huisvrouw, voor henzelf, en voornoemde Dammas Cornelisz zich sterkmakende voor Jan Dammasz en Gerridt Jansz van Homburch, zijn absente mondige zoon en schoonzoon, idem Egberdt en Adriaen Jacobsz, mitsgaders Claes Thonisz als man en voogd van Trijntgen Jacob Adriaen Egbertsdr, samen voor acht negende delen in de andere helft, dragen over aan Dirck Jacobsz, hun zoon, broer, zwager en oom (die het resterende negende deel in de
Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 02-06-1633 (FS scan 103)
---
Dezelfde personen als boven, met Dirck Jacobsz en zonder Claes Thonisz, dragen over aan Claes Thonisz, hun zwager en oom (die het resterende negende deel bezit), 1/2 morgen land in een weer van 6 morgen, gelegen in de zuidzijde van Benschop, beneden de kerk, strekkende de 6 morgen als boven, belend boven voornoemde Dirck Jacobsz volgens transport van vandaag en beneden Henrick Gerritsz met 13 morgen.
Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 02-06-1633 (FS scan 104)
---
Aert en Adriaen Jacobsz, broers, elk voor zichzelf, Claes Thonisz als man en voogd van zijn huisvrouw, Jan Dammasz voor zichzelf, Fijchgen Dammasdr met Dammas Cornelisz, haar vader, en dezelfde Dammas Cornelisz zich sterkmakende voor Gerridt van Homburch, getrouwd met Marrichgen Dammasdr, mitsgaders voor al zijn absente mondige en onmondige kinderen verwekt bij Lijsgen Jacobsdr, Neeltgen Cornelis, weduwe van Gillis Jacobs, die van haar kinderen verticht en meesteresse is van haar eigen goederen, met de schout als gecoren voogd, idem de voornoemde Adriaen Jacobsz en Gerridt Petersz uit Cappel als ooms en bloedvoogden van het nagelaten weeskind van Egberdt Jacobsz, verwekt bij Hillichgen Petersdr, mitsgaders dezelfde Adriaen Jacobsz nog als oom en voogd van het nagelaten weeskind van Dirck Jacobsz, verwekt bij Grietgen Henricxdr, samen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van zaliger Jacob Adriaen Egbertsz en Martijntgen Maertensdr, dragen over aan Cornelis Henrickxz Lange en Heijltgen Jacobsdr, echte
Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 13-06-1637 (FS scan 141)
---
Hillichgen Gerretsdr, weduwe van Giellis Dammisz neergeslagen, geassisteerd door Gerrit Crijnen, haar vader, en Crijn Gerritsz, haar broer, haar gecoren voogden, ook voor zichzelf en vervangende al haar vrienden en verwanten, voor het hen aangaat, Dammis Cornelisz als vaader, Jan, Thonis, Cornelis, Maerten en Aert Dammisz, broers, Gerret Jansz van Homburch, Arien Cornelis van den Uijtwech en Coen Saerssen, zwagers van voornoemde Giellis Dammisz neergeslagen, voor hen zelf en zich sterkmakende voor hun mede vrienden en verwachten, machtigen Cornelis van Hijselendoorn, Cornelis Boschman en Hijop Vos, procureurs voor het Hof van Holland, Cornelis van Portengen, Jan de Wijs en Floris van Eeuwick, procureurs voor het Hof van Utrecht, uit hun naam, als Pieter Daemensz een pardon verkrijgt betreffende het ongeluk. [Akte niet volledig.]
Bron: RHC RL, ONA Oudewater (beh.nr. O063), inv.nr. 1879, aktenr. 79, d.d. 00-03-1645 (FS scan 424)
---
Dammis Cornelisz, wonende te Benschop, als vader van Giellis Dammisz, zijn overleden zoon, en zich sterkmakende voor zijn andere kinderen, machtigt Gerrit van Lienden en Cornelis Coetsvelt, procureurs voor het Hof van Utrecht, in de zaak tegen Pieter Daemen Baggerman, vanwege de doodslag door hem op 28-02-1645 begaan van Giellis Dammisz, de zoon van de comparant.
Bron: RHC RL, ONA Oudewater (beh.nr. O063), inv.nr. 1879, aktenr. 97, d.d. 23-06-1647 (FS scan 451)
---
Jan Dammisse, voor zichzelf, Arien Cornelisse, getrouwd met Fijggie Dammisse, Coen Sandersse als man en voogd van Mensje Dammisse en Meerten Dammisse, mede voor zichzelf, hen samen sterkmakende voor Theunis en Aard Dammisse, allen kinderen van Dammis Cornelisse die "door hooge ouderdom tot swackheijt van sinnen gevallen is" en dus voor dezelfde Dammis Cornelisse compareerden, dragen over aan Claas Gorisse een hofstede en berg met 2,5 morgen land, gemeen liggende met 3,5 morgen huurland, toebehorende de Prins van Oranje, gelegen in het zuideinde beneden de kerk van Benschop, bij de nieuwe steenbrug, strekkende van de halve Benschopper voorwetering tot de halve landscheiding tussen Benschop en Lopik, belend ten oosten voornoemde Claas Gorisse zelf en ten westen Jan Bastiaense met hun hofsteden. [Schuldbrief van 3.200 gulden volgt.]
Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 258, fol. 48, d.d. 29-05-1660
|