| Aantekeningen |
- Bertgen Andrijs Hugensz weduwe in Willeskop bewijst aan haar drie kinderen, verwekt bij Andrijs Hugensz, haar man zaliger, met namen Neeltgen, Meritgen en Anna Andrijs Hugensz dochters, samen voor hun vaderlijke erfdeel 250 Hollandse schilden; nog samen een 5 Hollandse schilden i.p.v. een koe gekomen van Margriete Hugens, haar oude moeder. De weduwe zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun mondige dagen. Als onderpand geldt haar huis, hof, schuur en bruikweer in Willeskop, belend ten oosten Dirck Gheerlofsz en ten westen Willem Cornelisz. Borg is Gherrit Gherritsz, haar broer, in Willeskop.
Op heden 17-06-1551 hebben Jacop Cornelisz als man en voogd van Cornelia Andriesdr, Harman Adriaensz als man en voogd van Merriken Andriesdr en Cornelis Henricsz Snell als man en voogd van Anna Andriesdr, hun huisvrouwen, ontvangen van Meerten Gerritsz, hun stiefvader, de erfenis hen aangekomen door het overlijden van Andries Hugensz en Beerte, hun moeder zaliger.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 107, fol. 110, d.d. 18-10-1526
---
De twee nagelaten weeskinderen van Herman Adriaensz op de Haar, met namen Elizabeth en Anna Hermans, dochters, verwekt bij Marrichgen Arisdr, zijn huisvrouw. Henrick Claesz Spruijt, de zwager van voornoemde weeskinderen, heeft aangenomen op rente 133 gld. 13 st. 2 pen.; nog een hoofdsom van 233 gulden met 6,25% rente ten behoeve van de weeskinderen vanwege hun vaderlijke erfenis. Als onderpand geldt 4,5 morgen erfpacht gelegen in de Lagepolder onder Linschoten, belend ten zuiden en noorden de baron van Montfoort. Voogden van de voornoemde weeskinderen zijn Cornelis Adriaensz en Goswijn Adriaensz. In de marge: Op 08-08-1593 zijn Henrick Jansz de Jonge te Barwoutswaarder, man en voogd van Lijsgen Hermanesdr, en Willem Jacob Claesz als voogd van Annichgen Hermansdr ontvangen van Hendrick Claesz Spruijt, hun zwager, 133 gulden 13 st. 2 pen. vanwege hun vaders erfenis.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 109, fol. 94, d.d. 04-02-1580
|