| Aantekeningen |
- NH dopen Katwijk aan den Rijn:
22-07-1618 Samuel; o. Josias Pietersz de Kaveij
NH dopen Leiden:
23-07-1623 Rachel; o. Josias Pietersse
NH dopen Leiderdorp:
25-01-1625 Maertgen; o. Josias Pieters en Neeltgen Dierix; g. Pieter Pietersz en Jannetge Dirixdr
31-08-1631 Dirick; o. Josias Pietersz en Neeltge Diricx
23-01-1633 Annetge; o. Josias Pietersz; g. Joost Bleeke
NH dopen Zoeterwoude:
09-05-1638 Neeltien; o. Josias Vanckeveij en Annetien Jans; g. Jan Pietersen Lathouder en Catelijntien Jans
NH dopen Leiderdorp:
15-04-1641 Maertie; o. Esaias Pietersz en Annetie Jans; g. Jan Masset en Maertie Stevens [vrouw van Sijdrach Pietersz van Coveij]
16-01-1656 Arij; o. Jesajas Pietersz en Annetgen Jans; g. Trijntgen Josijas
02-04-1657 Adriaen; o. Isack Pietersz van Koveij en Annetgen Jans; g. Jacop Erckelbout, Sara Angier en Bussardijne Angier
Otr. 04-08-1646 te Leiderdorp: Robbert Tock j.g. van Antingom [Antingham?] in Engeland met Rachel Josias van Coveij j.d. van Leiderdorp.
Otr. 26-08-1656 te Leiderdorp: Claes Eduwaertsen van Kijntsen j.m. van Leiderdorp met Trijntge Jesaias van Caveij j.d. van Leiderdorp won. aldaar.
Otr. 29-08-1658 te Leiderdorp: Teunis Eduwaertsz an Kinsen j.m. met Neeltge Jesias van Kaveij j.d. won. beiden te Leiderdorp.
Otr. 06-04-1663 te Leiderdorp: Lieve Carels Basin j.m. met Maertje Josias van Koveij j.d. won. beiden te Leiderdorp, getr. te Zoeterwoude.
Esaias Pietersen van Kaveij is doopgetuige bij de doop van Pieter, zoon van Mathijs Gilissen, op 20 maart 1644 in Leiderdorp.
---
10-07-1632: Juffr. Johanna Flesschiers, weduwe van mr. Johan Porcel [Jan Porcellis] in leven waterschilder, wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, met de schout als voogd, verkoopt aan Josias Pietersz van Geveij, ook wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, een erf of uiterdijk tussen de Rijn en de Rijndijk, ca. 69 roeden groot, belend ten oosten jonkheer Jacob van Berchem en ten noordwesten Cornelis Jansz Smetser, strekkende van voornoemde dijk tot de Rijn. Belast met 22 stuivers per jaar aan erfpacht en een hoofdsom van 500 gulden. Betaald met 25 gulden contant geld en een rentebrief van 12 gulden 10 stuivers per jaar.
Bron: ELO, ora Zoeterwoude 21, fol. 99 (FS scan 112/522).
25-4-1637: Josias Pietersz van Geveij, wonende aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude, verkoopt aan mr. Davidt des Prez, schaftmeester van het college der Heeren Staten te Leiden, een strookje land met een sloot, gelegen naast zijn huis aan de Hoge Rijndijk, van de Rijndijk tot de Rijn, belend aan de ene zijde de comparant en aan de andere zijde de koper zelf, belast met een erfpacht van 22 stuivers per jaar. Betaald met 50 gulden en een schuldbrief gepasseerd ten behoeve van Cornelis Jansz steenplaatser te Leiderdorp van 50 gulden.
Bron: ELO, ora Zoeterwoude 22, fol. 211 (FS scan 441/497).
21-6-1638: Steven Verhalle kleermaker, wonende buiten de Zijlpoort van Leiden, verkoopt aan Josijas Pietersz Coveij, wonende aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude, een huis en erf gelegen in Leiderdorp, belend ten zuiden de comparant zelf met een muur of schutting en ten noorden Dammas Henricxsz van der Gilden, strekkende van de Lage Rijndijk tot de Rijn, belast met een weesrente van 6 gld. 5 st. per jaar met een hoofdsom van 100 gulden schuldig aan het weeskind van Christoffel Pottier. De jongste waarbrief is van 2-3-1637. Betaald met het overnemen van de losrente en een custingbrief van 112 gulden. De custingbrief volgt.
Bron: ELO, ora Leiderdorp 25, fol. 15v (FS scan 42/504).
9-8-1644: Compareerde voor schoudt ende schepenen van Coudekerc Cornelis van Berendrecht gesubstitueert van Jan van Leeuwen gemachticht van den E. heere Daniel Schonck heere van Cleijn Poelgeest. Ende versocht dat daer een gerechtel. weet soude werde besteet om met consent van schoudt ende schepenen van Soeterwoude gedaen te werden aen den persoon ofte ter woonsteede van Josias Pietersz van Caveij woonende inden ambachte van Soeterwoude ten eijnde hij compareere voor de vern. vierschare van schoudt ende schepenen van Coudekerc jegens den eersten aenstaende rechtdach die weesen sal den 23en augusti toecomende 1644 omme sijne gearresteerde goederen te comen verantwoorden ende voorts te aenhooren soodanigen eijsch ende conde. [condemnatie?] als den vern. van Leeuwen in qualite versz. jegens hem sal willen doen ende nemen hem daer jegens te connen verantwoorden ende te procederen als naer behooren. Welcke weet aengenomen is bij den versz. Cornelis van Berendrecht voor een somme van eene gul. achtijen stuv
Bron: GAAR, ora Koudekerk 27 (FS scan 523/600).
1-3-1649: Pieter Dircxsz van Leeuwen scheepmaker, wonende aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude, verkoopt aan Josijas Pietersz van Koveij vlasser, wonende bij de Doesburg te Leiderdorp, een huis en erf gelegen over de Doesbrug aan de Rijn onder Leiderdorp, belend ten zuiden de Rijn, ten westen Maeijcken Jansdr, weduwe van Jan Cornelisz de Vries, ten noorden voornoemde Van Leeuwen met een muur en ten oosten de vaarsloot en daarover Jan Jansz de Rijck. Betaald met een custingbrief van 390 gulden.
Custingbrief volgt. Voldaan op 12-10-1669.
Bron: ELO, ora Leiderdorp 29, fol. 53v (FS scan 75/504).
7-6-1649: Pieter Dircxsz van Leeuwen scheepmaker verkoopt aan Josijas Pietersz van Koveij vlasser een huis en erf gelegen over de Doesbrug onder Leiderdorp, belend ten noorden Dirck Cornelisz van Leeuwen, met een perceeltje van de comparant gekocht, ten oosten een gemeenschappelijk gangpad en een sloot met daarover Jan Jansz de Rijck, ten zuiden Jacob Cornelisz van Berendrecht, met een perceeltje van de comparant gekocht, en ten westen Maeijken Henricxdr, weduwe van Jan Cornelisz de Vries. Betaald met een 40 gulden contant geld en een custingbrief van 285 gulden ten behoeve van Claes Claesz Moij secretaris. Custingbrief volgt. Voldaan op 12-10-1669.
Bron: ELO, ora Leiderdorp 29, fol. 83 (FS scan 110/504).
18-4-1649: Josijas Pijetersz van Coveij alias Mantgen, wonende te Leiderdorp, verkoopt aan Adrijaen Crijnen Ramerswael, wonende te Wassenaar, een bedrag van 71 gulden ten laste van de boedel van Cornelis Henrixsz van Leeuwen alias Schoft, overleden te Oegstgeest, als borg van Willem Phillipsz Hoochteijlingen.
Bron: ELO, ona Leiden 835, aktenr. 85 (scan 152).
18-1-1650: Josijas Pietersz van Koveij vlasser en Henrick Jacobsz de Gaeij linnenwever, met Maritgen Pietersdr van Koveij, zijn huijsvrouw, die weduwe en boedelhoudster was van Bartholomees Pietersz, in zijn leven mede linnenwever, voornoemde Maritgen Pietersdr geassisteerd door haar man, allen wonende te Leiderdorp, bekennen dat Sijdrach Pietersdr van Koveij, mede wonende te Leiderdorp, hun broer en zwager, aan Josijas Pietersz en Bartholomeus Pietersz heeft betaald wat hen toekwam uit de erfenis van Pieter Pietersz van Koveij, in zijn leven hovenier, en Joosgen Maeljaerts Osiers, gewezen echtelieden, hun overleden vader en moeder.
Bron: ELO, ona Leiden 512, aktenr. 15 (pagina 33).
[akte niet ingescand]
Bron: ELO, ona Leiden 837, aktenr. 213, d.d. 10-1651.
14-3-1662: "Samuel Josiasz van Corveij mitsgaders Jan Jansz van der Lingje in huwelijcke hebbende Joosjen Josiasdr van Corveij ende ten laetste Robbert Clemmentsz van Tuc getrout met Raechel Josiasdr van Corveij alle bejaerde kindren ende mede erfgenamen van Josias Pietersz van Corveij hare sa. vader ende behuwde vader overleden tot Leijderdorp ende bekenden sij compten. voornt. nae dat hem eerst ende alvoorens door Annetgen Jansdr van Nieuwenhuijse wedue van den voors. Josias Pietersz van Corveij den staet ende gelegentheijt van haren gemeenen boedel ende goedren bekent gemaect"
Bron: ELO, ona Leiden 455, aktenr. 90.
6-2-1664: Annetgen Jansdr van Nieuwenhuijsen, weduwe van Esaias Pietersz van Coveij, aan de ene, idem Claes Eduaertsz van Kintsen, man en voogd van Trijntgen Esaiasdr van Coveij, Teunis Eduaertsz van Kintsen, getrouwd met Neeltgen Esaias van Coveij en ten laatsten Lieven Caerlsz Bosijn, getrouwd met Maertgen Esaias van Coveij, allen o.a. nagelaten kinderen en mede erfgenamen van voornoemde Esaias Pietersz van Coveij, aan de andere zijde. Akkoord. Ze krijgen van hun schoonmoeder elk 6 gulden.
Bron: ELO, ona Leiden 458, aktenr. 24 (pagina 70).
8-1-1665: Daniel Adriaensz van der Made, weduwnaar van Aechgen Abrahamsdr van der Walle, wonende te Oegstgeest, toekomende bruidegom, aan de ene, en Annetgen Jansdr van Nieuwenhuijsen, weduwe van Esaias Pietersz van Coveij, wonende te Leiderdorp, toekomende bruid, aan de andere zijde, gaan trouwen. Ze heeft een huis en erf geleven aan het Utrechtse trekpad aan de Lage Rijndijk onder Leiderdorp, belend aan de ene zijde de gemene vaarsloot en aan de andere zijde Bouwen Joosten de Rijc, strekkende tot Maria Nults. Die blijft buiten de gemeenschap van goederen.
Bron: ELO, ona Leiden 459, aktenr. 7 (pagina 31).
13-1-1665: Annetgen Jansdr van Nieuwenhuijsen, weduwe van Esaias Pietersz van Coveij, geassisteerd door Daniel Adriaensz van der Made haar bruidegom en gekozen voogd, aan de ene, Claes Eduaertsz van Kintsen, man en voogd van Trijntgen Esaiasdr van Coveij, Teunis Eduaertsz van Kintsen, getrouwd met Neeltgen Esaiasdr van Coveij, en Lieven Caerlsz Basijn, getrouwd met Maertgen Esaiasdr van Coveij, zijnde hun huisvrouwe mede erfgenamen van Pieter en Jan Esaiasz van Coveij, overleden broers van hun huisvrouwen, aan de andere zijde. Esaias Pietersz heeft weinig nagelaten, maar om eventuele onderlinge problemen te voorkomen, zijn ze tot een akkoord gekomen. Ze krijgen elk een bedrag van 24 gulden, hen aangekomen door het overlijden van Pieter en Jan Esaiasz van Coveij.
Bron: ELO, ona Leiden 459, aktenr. 20 (pagina 55).
|