| Aantekeningen |
- Mogelijke vader:
Jan Lenaertsz uit Hekendorp wordt op 29-6-1599 poorter van Oudewater.
3-4-1641: Jan Leendertsz Decker, wonende in Hekendorp, is getuige.
RHCRL, ona Oudewater 1879, aktenr. 4
---
20-7-1633: Rudt Jansz, weduwnaar van Marritgen Pietersdr, aan de ene, Claes Jacopsz Prins, wonende te Stolwijk, als man en voogd van Jannitgen Ruttendr, Claes Maertensz Blonck als man en voogd van Arijaentgen Ruttendr, Jan Ruttensz voor zichzelf, mitsgaders Steven Sijmonsz als gestelde en Jan Maertensz gekozen en dus gerechte en administraterende voogden van Krijntgen en Martijntgen Ruttendr en Pieter Ruttensz, kinderen van voornoemde Rudt Jansz verwekt in zijn tweede huwelijk bij voornoemde Marritgen Pietersdr, hun overleden moeder, aan de andere zijde, ten overstaan van de schout en Dirck Govertsz en Jacop Heijndricxsz Tempelier, weesmeesters, komen tot een boedelscheiding. Rudt Jansz houdt al het vee, de huisraad en inboedel, inclusief alle schulden. Elk kind krijgt 36 gld. 19 st., te betalen bij mondigheid of een huwelijk.
Bron: RHCRL, ora Reeuwijk 4, fol. 190 (FS scan 348/665)
6-12-1638: Jan en Pieter Ruttensz, broers, elk voor henzelf, Pieter Cornelisz, getrouwd met Marritgen Ruttendr, Boudewijn Arijensz, getrouwd met Leentgen Ruttendr, Claes Jacopsz Prins, getrouwd met Jannitgen Ruttendr, Meerten Claessen Blonck, getrouwd met Arijaentgen Ruttendr, Leendert Jansz Decker, getrouwd met Martijntgen Ruttendr, mitsgaders Jacop Gerritsz Haegen, getrouwd met Crijntgen Ruttendr, allen kinderen en erfgenamen van Rut Jansz, hun overleden vader, delen de boedel en goederen die hun vader door zijn dood heeft achtergelaten. Ieder krijgt voor zijn deel van de erfenis 79 gld. 9 st. 8 pen.
Bron: RHCRL, ora Reeuwijk 5, fol. 62 (FS scan 477/665)
25-2-1642: Leendert Jansz Decker en Martijntgen Ruttendr, echtelieden wonende te Reeuwijk, beiden gezond, testeren. De langstlevende zal alle goederen in de boedel behouden en de kinderen moeten opvoeden en onderhouden. Uitsluiting van het gerecht en de weeskamer. De langstlevende wordt voogd.
Bron: RHCRL, ona Oudewater 1879, aktenr. 22
25-8-1642: Maerten Maertensz Blonck, wonende te Reeuwijk, verkoopt aan Leendert Jansz scheepmaker, zijn buurman, een stuk land genaamd De Kooi gelegen in Ravensberg onder Sluipwijk, ca. 4 hond groot, belend ten oosten en zuiden de verkoper, ten noorden deels de verkoper en verder Dirck Aelbertsz en de kinderen van Pieter Aelbertsz en ten westen Jan Maertensz Blonck. De koopsom was 200 gulden.
Bron: RHCRL, ora Sluipwijk 3, fol. 51v (FS scan 60/582)
Naam: Leendert Jansz Decker
Bedrag: 4 gulden, 7 stuivers
Inhoud: Geleverde pektonnen en teer.
Bron: RHCRL, Schoutambacht Reeuwijk 31, 1643
29-3-1647: Leendert Jansz Decker verkoopt aan Huijbert Stevensz van der Sloot een erf met huis gelegen op 's-Gravenbroek, strekkende van Belitgen Cornelisdr weduwe noordwaarts tot Marritgen Meertensdr weduwe, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz Lantsgelooff en ten westen de gemene vaarwetering. De verkoper mag de helling met het gereedschap houden, net als een schoorbalk voor het scheepmakersambt en de berg. De koper mag de eerstvolgende 50 jaar geen scheepsmakerij beginnen, behalve als de zoon of zonen van de koper scheepmaker willen worden.
RHCRL, ora Reeuwijk 6, fol. 7v (FS scan 13/598)
19-2-1649: Jan Heijndricksz in der Hoven, bakker te Reeuwijk, verkoopt aan Leendert Jansz Decker een korenwindmolen met gereedschap en toebehoren, staande op De Zaten op het land van de koper, aankomende de Grafelijkheid, belast met een verponding van 8 gulden per jaar en een windrecht van 3 gulden per jaar. De koopsom is 700 gulden. Er volgt een rentebrief aan Adrijaen Huijbertsz van Eijck, schout van Reeuwijk, vanwege een hoofdsom van 700 met een jaarlijkse losrente van 37 gulden. Als onderpand stelt Leendert Jansz Decker zijn woning met huis, berg, schuur en een korenwindmolen en gereedschap, gelegen in De Zaten, strekkende van Jan Heijndricxsz in der Hoven noordwaarts tot Cornelis Dircxsz, belend ten oosten de gemene vaarwetering en ten westen Cornelis Dirck Govertsz. Afgelost op 2-11-1653.
RHCRL, ora Reeuwijk 6, fol. 54 (FS scan 59/598)
Op 27-6-1601 koopt Cornelis Jansz van Boskoop bij de Grafelijkheidskamer voor 3 gulden het windrecht vanwege een korenmolen in Reeuwijk. Op de website van RHC Rijnstreek en Lopikerwaard staat een stukje over Korenmolen De Windlust (De naam van een nieuwe molen, 20 meter van de plek van de oude molen.)
7-5-1649: Leendert Jansz Decker scheepmaker, wonende te Reeuwijk, verkoopt aan Huijbert Stevensz van der Sloot, ook wonende te Reeuwijk, een vogelkooi gelegen in Ravensberg onder Sluipwijk, strekkende van Maerten Maertensz Blonck en voornoemde Huijbert Stevensz tot Cornelis Albertus de Jager, belend ten oosten voornoemde Maerten Maertensz en ten westen de koper zelf, zowel met water als land, te verongelden voor 4 hond land. De koopsom is 250 gulden.
Bron: RHCRL, ora Sluipwijk 3, fol. 132 (FS scan 143/582)
26-5-1650: Leendert Jansz Decker, onze inwonende buurman, is schuldig aan Adrijaen Huijbertsz van Eijck, schout van Reeuwijk, een hoofdsom van 500 gulden met een jaarlijkse losrente van 25 gulden. Als onderpand stelt hij zijn woning en hofstede met huis, berg, schuur en een korenwindmolen en gereedschap, gelegen in De Zaten, strekkende van Jan Heijndricxsz in der Hoven noordwaarts tot Cornelis Dirck Jansz, belend ten oosten de gemene vaarwetering en ten westen Cornelis Dirck Govertsz. Geroyeerd op 16-11-1680.
RHCRL, ora Reeuwijk 6, fol. 87v (FS scan 94/598)
27-5-1651: Leendert Jansz Decker heeft in het openbaar verkocht aan Jan Jansz Blonck, timmerman te Reeuwijk, een huis, een schuur en een scheepmakershelling, gelegen in De Zaten, strekkende van de verkoper zuidwaarts tot de "glindinge" van Jan Heijndricksz in der Hoven, belend ten oosten de gemene vaarwetering en ten westen Cornelis Dirck Govertsz. De verkoper krijgt het recht van overpad van zijn 3 morgen land met korenwindmolen ten noorden van dit huiserf. De koopsom is 1.131 gulden.
RHCRL, ora Reeuwijk 7, fol. 4v (FS scan 115/598)
19-8-1658: Leendert Jansz Decker molenaar en Martijntgen Rutten, echtelieden wonende bij de Reeuwijkse brug onder Reeuwijk, Martijntgen ziek, testeren. De langstlevende is erfgenaam en moet de kinderen opvoeden en onderhouden. De kinderen krijgen 100 gulden uitgekeerd. De langstlevende is voogd. Seclusie van de weeskamer.
Bron: SMH, ona Gouda 365II, fol. 109, 19-8-1658
6-5-1669: Jan Pietersz Kleijn, getrouwd met Jaepje Leenderts, heeft uit de weeskist gelicht de kopieën van de inventaris van de boedel van za. Marritjen Rutten en een obligatie ten behoeve van voornoemde Jaepje Leenderts, ten laste van Leendert Jansz korenmolenaar van 91 gld. 7 st., haar erfdeel uit de boedel van Marritje Rutten.
Bron: RHCRL, wk Sluipwijk 1 (FS scan 9/87)
29-6-1677: Mr. Joris de Vries, getrouwd met Annitien Leenderts Decker, Lourens Jansz Robbaert, getrouwd met Maria Leenderts Decker, en Jan Pietersz Cleijn, getrouwd met Jaepie Leenderts Decker, kinderen en erfgenamen van Leendert Jansz Decker za., verkopen aan Jan Leendertsz Decker, mede-erfgenaam van voornoemde Leendert Jansz Decker, drie vierde delen van een korenwindmolen met gereedschap, mitsgaders een huis, berg, schuur en erf met een naastgelegen partij land, te verongelden voor 3 morgen, gelegen in het blok De Zaten onder Reeuwijk, belend ten oosten de gemene vaarwetering, ten westen Jan Pietersz Goutcade, ten noorden Adriaen van Eijck schout en ten zuiden Jacob Dircksz Boij, waarvan het resterende vierde deel in het bezit van de koper is. Het is recht van overpad over de erven van Boij. Het land is belast met 12 stuivers per jaar aan Gravenpacht en 3 gulden per jaar aan windrecht toekomende de Grafelijkheid. Tevens is het land onderpand van een rentebrief van 400 gulden toekomende Adriaen van
RHCRL, ora Reeuwijk 9, fol. 116 (FS scan 128/440)
[Jan Leendertsz Decker verkoopt op 13-5-1697 de korenwindmolen aan Jelis Ariensz Penhart.]
|