| Aantekeningen |
- NH dopen Bodegraven:
02-10-1652 Pieter; o. Jan Pancken in Willeschup
NH dopen Waarder:
09-12-1657 ...; o. Jan Pancke
27-02-1661 Aart; o. Jan Pancke
04-06-1662 Evert; o. Jan Pancken van Dijck
26-08-1663 Niesje; o. Jan Pancke
18-08-1665 Niesje; o. Jan Pancken van Dijk
NH dopen Woerden:
15-05-1667 Lijsbeth; o. Jan Pancken tot Linschoten en Geertjen Jans; g. Marritjen Aarts
te Kersmis [1663]
120 Jan Pancke van Dijck int oosteijn[de]
Bron: Waarder - Lidmatenboek
---
1-8-1656: Jan Pancken van Dijck is getuige.
Bron: RHCRL, ona Woerden 8538, aktenr. 79 (scan 146/199).
13-3-1662: Staat en inventaris gemaakt door Jan Pancken van Dijck, weduwnaar en boedelhouder van Niesgen Joosten, zijn overleden huisvrouw, van de gehele boedel in maart 1661 door haar dood nagelaten.
Onroerende goederen: ca. 5 morgen land gelegen in het Oosteinde van Waarder, belend ten oosten Dirck Ariensz Schuijff en ten westen de landen door de boedelhouder in huur gebruikt, strekkende van de Wetering tot de Broekerlandscheiding toe; een nieuw getimmerd voorhuis met berg staande op land van heer Nicolaes Dierout, welk land de boedelhouder in huur gebruikt.
Panck Evertsz des boedelhouders vader compt tot laste van desen boedel ses hondert gulden capitael daer van mede intrest tegens vier ten hondert int jaer betaelt moet worden 600-0-0.
Daer van meij deses jaers 1662 toecomende twee jaer intrest verschenen sal sijn bedragende 48-0-0.
[Schulden en lasten in de boedel: Sijmon Cool een obligatie van 1500-0-0 met 120-0-0 rente. Hendrick Evertsz te Diemerbroek een bedrag van 900-0-0 met 72-0-0 rente. Pieter Huijgen aan de Nieuwerbrug een bedrag van 400-0-0 met 32-0-0 rente. De weduwe van Gerrit Pietersz Groenendijck een bedrag van 500-0-0 met 20-0-0 rente. Panck Evertsz, vader van de boedelhouder, een bedrag van 600-0-0 met 48-0-0 rente. Te betalen aan het boelhuis van Dirck IJsbrantsz te Waarder 80-0-0 i.v.m. de aankoop van een koe. Te betalen aan het boelhuis van de weduwe en erfgenamen van Aert Pietersz op de Lange Weide vanwege de koop van een vaars? 48-0-0. De weduwe van Cornelis Coningen brouwster te Oudewater krijgt nog 12-0-0 vanwege geleverde bieren. 60-0-0 aan verpondingen en morgengeld over 1661 en 6-0-0 aan impost van het gemaal, slagerij- en bierenaccijns. Nicolaes Dierout heeft recht op 160-0-0 aan pachtgeld i.v.m. 13 morgen land. Gerrit Claesz op de Ruige Weide krijgt 80-0-0 voor het onderhoud van het jongste kind, bij w
Bron: RHCRL, ona Woerden 8544, aktenr. 81 (scan 155/224).
25-3-1662: "Panck Evertsen ende Merrichen Aerts echteluijden woonende in Willeskop, in den lande van Montfoort, mij notaris wel bekent, met ons gaende ende staende (...) verclaerden voorts tot haere eenige ende universele erfgenamen gestelt ende genoempt te hebben Jan, Cornelis, Henrick, Aert ende Cornelis haere soonen, met Willempken, Aeltgien ende Merriken haere dochteren (...) verclaerden de comparanten mede dat alsoo sij met Jan ende Cornelis Pancken haer soonen ende Willemken Pancken haer dochter die haer begeven hebben in den echten staet, gegeven hebben tot een mede gave seeckere somme van penn. aen elck den selven, waeromme sij bij expres bij desen mede beheerden dat de langstlevende van hen beijden als d'een of d'ander van haer voors. nu noch ongehouwelijckte kinderen komen te treden in den echten staet, dat de selve tot een mede gave gegeven sal worden gelijcke somme als elcx den uijtgehouwelijckte kinderen genooten hebben"
Bron: RHCRL, ona Montfoort 1447, fol. 209.
4-1-1663: Op 4 januari 1663 compareerde voor de schout en weesmeesters van Waarder Jan Pancken van Dijck, wonende in het Oosteinde van Waarder, weduwnaar en boedelhouder van za. Crijntjen Cornelis, zijn laatst overleden huisvrouw, ter eenre, en Cornelis Gijsbertsz in 't Holl vader van de voornoemde Crijntjen Cornelis za. en grootvader en oppervoogd van het nagelaten weeskind van Crijntjen Cornelis voornoemd, ter andere zijde. In overweging van de staat van de boedel en ten overstaan en met goedkeuring van de schout Cornelis Willemsz Loij en de weesmeesters Jan Gerritsz den Oudsten en Cornelis Geerlofsz Berchshoeff is men gekomen tot een finale schifting en scheiding van de boedel. Jan Pancken weduwenaar en boedelhouder blijft in het bezit van alles wat door Crijntjen Cornelis is nagelaten, dus het huis, land, have, bouwgereedschap en verdere zaken. Hij neemt ook alle schaden en baten van de boedel op zich. Daartegenover zal Jan Pancken het weeskind genaamd Evert Jansz alimenteren en onderhouden in ete
20-2-1692: Het bedrag van 500 gulden staat op de 5 morgen land dat nu aan Gerrit Jansen Hoogendoorn behoort. "aan Evert Jans voldaan sulx het voors. land".
Bron: RHCRL, wk Waarder 1, fol. 56v (FS scan 51/125).
20-4-1665: Compareerden Marrichjen Aerts weduwe ende boedelhoudster van Panck Evertsz woonende in Willeschop, en Ghijsbert Jansz Hogenes woonende inde Langeweyde mitsgaders Willem Willemsz mede aldaer, ende Cornelis Pancken woonende inde Ruygeweyde, te kennen gevende dat vern. Panck Evertsz sich voor Jan Pancken sijnen soone woonende int Oosteynde van Waerder, borge als principael had geconstitueert ten behoeve van Sijmon Leendertsz Cool mede zaliger gewoont hebbende in Heeckendorp, voor een capitael van eenduysent ende vijffhondert gulden volgens obligatie dd 13 mey 1653 gepaseert voor notaris Johannes Bredius. Zij allen stellen zich nu borg. Getuigen: Jan Coenen de Weldige ende Cornelis Spriering.
Bron: RHCRL, ona Oudewater 1887, aktenr. 22 (Coen van Wijngaarden).
1-3-1667: Compareerden Claes Jansz Spruijt woonende aende Suytsijde vande Langelinschoten, ter eenre, ende Jan Pancken voor desen gewoont hebbende tot Weerder [Waarder] en jegenwoordich woonachtich opde naergenoemde hoffstede ende landen gelegen op de Linschoter Haer, ter andere sijde, verclaerde de eerste comparant verhuert te hebben aan de tweede eerstelijck twee weeren lants groot ontrent achtien mergen, met huys, berch, schuer ende boomgaert daerbij, staende ende gelegen aende Linschoterhaer, streckende ten oosten vande Hogepolder aff tot den halver sloot over den Haerdijck toe, ende voorts ten westen ter halver slooth toe inde lantscheydinge vande Noortsijde vande Langelinschoten, belent ten suyden het Capittel van Oudemunster tot Utrecht, en ten noorden Thijs Tonisz Hol bruycker, ende noch ontrent twaelff mergen soo hooch, wey als joylant mede aldaer gelegen, streckende ten oosten uyt de halve slooth over den Haerdijck vande Hooge Polder aff, totter halver slooth vant lant van de Heeren fiscael
Bron: RHCRL, ona Oudewater 1889, aktenr. 15 (Coen van Wijngaarden).
9-2-1675: Jan Pancken van Dijck, tegenwoordig weduwnaar en boedelhouder van de overleden Geertjen Jansdr van der Mij, wonende in Tappersheul, verkoopt aan Jacob Jansz van der Mij, zijn zwager, de helft van een huis en erf, met beplanting, gelegen aan de Meije onder Bodegraven, strekkende in het geheel uit de halfsloot van Jan Cornelis Roeloffsz tot in de Oude diepe Meije, belend ten oosten Roeloff Claesz Verhaer en ten westen voornoemde Jan Cornelis Roeloffsz. De andere helft is eigendom van Isaack Jansz van der Mij. Als onderpand van vrijwaring stelt de comparant zijn roerende en onroerende goederen. De koopsom is 140 gulden.
Bron: RHCRL, ora Bodegraven 1, fol. 109.
25-7-1691: Elbert Jacobsz van der Meij, voogd over de drie minderjarige kinderen van Jan Pancken van Dijck en Geertje Jans Vermeij, naast de koper en Dirck Ariensz getrouwd met Niesje Jans van Dijck samen erfgenamen voor de ene helft van Jacob Jansz Vermeij, verkopen aan Isack Janse Vermeij een vierde deel van een huis en erf, waarvan de overige drie delen al eigendom zijn van de koper, gelegen in de Meijpolder, belend ten oosten mr. Gerrit Verwoert c.s., ten noorden de Meijevaart, ten zuiden en westen de kinderen en erven van Adriaen Rottevil. Als onderpand voor vrijwaring gelden de roerende en onroerende goederen van de comparanten.
Bron: RHCRL, ora Bodegraven 3, fol. 73.
29-5-1712: Marrigjen Panken, huisvrouw van Pieter Hogenboom, wonende in het Laageinde, wil dat na het eindigen van haar gemaakte lijftocht met haar man Pieter Hogenboom de volgende bedragen worden gelegateerd. Panck Cornelisz de Jonge, enige zoon van haar jongste broer Cornelis Panken de Jonge, tegenwoordig wonende te Willeskop, krijgt 500 gulden. Marrigjen Jans van Dijk, weduwe van Cornelis ..., nu wonende onder Oumade, dochter van haar oudste broer Jan Panken, krijgt 200 gulden.
Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 2, aktenr. 121 (FS scan 183/540).
|