| Aantekeningen |
- NB. Ik betwijfel of het huwelijk in 1663 heeft plaatsgevonden. Het is logisch dat Geertje Jansdr, de eerste vrouw van Cornelis Duharling is overleden tussen juni en september 1666.
---
NA ’s-Gravenhage (540:605 dd 15-5-1682) Cornelis du Harlingh, chirurg; aan mr Johan van der Heijde, een schuld van fl.200 met (kennelijk) bezit van zijn overleden ouders als pand; toestemming van Hester du Harlin, meerderjarige dochter, ook namens haar broer Hendrick du Harlijn tot Haerlem.
Bron: http://www.siskens-van-heijst.nl
---
mr. Cornelis [Duharling], Chirurgijn te Rijswijk en later Oudekerk a/d Amstel, poorter tot Oudewater (1670).
Bron: M. van Wensveen
---
1670 14 februari
Mr. Cornelis Herlingh, chirurgijn, geboortich in 's-Gravenhage, lest gewoont tot Nieuwerkerck.
Bron: Oudewater - Poortersboek
---
Cornelis du Harlingh, chirurgijn te Nieuwerkerk op de IJssel, Jan Jan Mattijsz en Adriaen Jans Vermeul, beiden oud-schepenen te Nieuwerkerk op de IJssel, leggen een verklaring af op verzoek van Maritge Jans, eerst weduwe van Claes Willems de Jongh en nu weduwe van Pieter Jorisz Fuijck. Zij verklaren dat zij niet zonder de hulp van haar dochter, Adrijaentge Claesdr, kan.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 703, aktenr. 35, d.d. 18-01-1661
---
Meester Cornelis du Harlijngh (Haerlingh) te Nieuwerkerk machtigt Leonardt van Zijl, procureur, om te procederen tegen Isack de Roij.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 719, aktenr. 89, d.d. 22-05-1663
---
Jan Cornelis Kniep (Cnijp), wonend in het Cortland in de jurisdictie van Nieuwerkerk aan de IJssel, ontslaat Gijsbert van der Bijl, grutter, van de borgtocht, op heden aangegaan ten profijte van Isaacq de Rooij, notaris, om alles te voldoen waartoe meester Cornelis Duharling zou worden veroordeeld.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 723, aktenr. 74, d.d. 06-09-1663
---
Gijsbert van der Bijl, grutter, stelt zich borg voor meester Cornelis Duharlingh, chirurgijn, wonend te Nieuwerkerk, ten profijte van Isaacq de Roij, notaris, om alles te voldoen waartoe deze zal worden veroordeeld.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 723, aktenr. 75, d.d. 06-09-1663
---
Meester Cornelis Duharling (du Haerlingh), chirurgijn, te Ouwerkerck op de IJssel, laat een insinuatie overhandigen aan Hartman de Custer, notaris, ter zake van een copie van een protest over een insinuatie van de Custer aan hem.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 722, aktenr. 99, d.d. 25-09-1663
---
Cornelis Duharling, chirurgijn, en Geertge Jansdr, echtelieden, wonende te Nieuwerkerk, maken hun testament op. Als erfgenaam wordt de langstlevende benoemd. Indien ze beiden overlijden zonder kinderen na te laten, dan zal de 1.000 gulden, die Geertge bij haar huwelijk van haar ouders heeft gekregen, gaan naar Trijntge Thomasdr, en Frans Jansz krijgt zijn kleding. Indien Duharling later overlijdt dan Geertge Jansdr, dan zal alles behalve de 1.000 gulden gaan naar de erfgenamen van Duharling. De weeskamer en het gerecht van Nieuwerkerk worden uitgesloten van bemoeienis. Getuigen: Gerrit Baerthoutsz Ridderlaen en Gijsbert Jacobsz.
Bron: SAMH, ONA Moordrecht (toegangsnr. 48), inv.nr. 6105, aktenr. 193, d.d. 04-06-1666
---
Jan Cornelisz [Cuijp], biersteker, wonende in Kortland onder Nieuwerkerk, machtigt Thomas Dircxsz Vrijhoovensteijn, zijn schoonzoon, om een staat en inventaris te eisen van mr. Cornelis Duharlingh van de boedel en goederen die Geertjen Jans, zijn overleden dochter, door haar dood heeft nagelaten, en om te komen tot een eerlijke boedelscheiding.
Bron: SAMH, ONA Capelle aan den IJssel (toegangsnr. ??), inv.nr. 3081, aktenr. 255, d.d. 03-09-1666
---
7-3-1668: Jan Dircxsz Overrijnder, onze inwoner, getrouwd met Trijntgen Jansdr, weduwe van Michiel Dircxsz Vermeer, is schuldig aan Marijtgen Michiels, Annitgen Michiels en Crijntgen Michiels 471 gulden met 4% rente vanwege de cassatie van een uitkoopbrief op 7-6-1654 gepasseerd voor het gerecht van Zevenhuizen, nog twee jaar aan landhuur van 1666 en 1667, en nog vier jaar aan rente van 700 gulden. Als onderpand gelden zijn woning en landen gelegen in de Swanlapolder, strekkende van de Binnenwegsloot westwaarts tot Jan Ariensz van Bleijswijck, belend ten zuiden Dirck Willemsz en ten noorden Jan Jacobsz.
Bron: SMH, ora Zevenhuizen 62, fol. 4 (FS scan 17/572)
---
12-9-1679: Jan Dircksz Overrijnder, onze inwoner, verkoopt aan mr. Cornelis Duharlingh, chirurgijn te Capelle aan den IJssel een woning met huis, erf, berg en schuren met het naastgelegen wei- en hooiland gelegen in de Swanlapolder onder Zevenhuizen, strekkende van de Swanlascheweg westwaarts tot de kinderen van Jan Ploonen, belend ten noorden dezelfde en ten zuiden Cornelis Jansz van Alphen c.s., nog een stuk slagturfland gelegen in de Swanlapolder strekkende van Goris Ariensz westwaarts tot de wetering, belend ten noorden Jan Jansz van Alphen molenaar c.s. en ten zuiden Goris Ariensz, laatst nog een partij hooiland met een slagturfakker gelegen als voren, strekkende van Cornelis oude Vuijck oostwaarts tot de Boswetering, belend ten noorden de weduwe van Jan Ockersz en ten zuiden Cornelis oude Vuijck c.s. De koopsom is 1.200 gulden.
Bron: SMH, ora Zevenhuizen 63, fol. 42v (FS scan 337/572)
---
Arij Cornelisz Kruijt, 32 jaar oud, Cors Cornelisz Kruijt, 30 jaar oud, beide alhier wonende, en Sijmon Ariensz Hollander, wonende te Hillegersberg, 27 jaar oud, verklaren op verzoek van Cornelis Duharlingh, chirurgijn, wonende alhier in Swanla. Ze hebben in de zomers van 1690 en 1694 gezien dat Cornelis en Willem Ariensz van Alfen, zonen van Arij Cornelisz van Alfen, mede wonende in Swanla, naar schatting 18 en 16 jaren oud, met een praam of schuit vlak langs de kant van het land van de requirant voeren en daarbij verschillende malen per dat het slijk of veen, dat van de requirant was, meenamen. Enz.
Bron: SAMH, ONA Zevenhuizen (toegangsnr. 46), inv.nr. 8928, aktenr. 214, d.d. 18-04-1694
---
Mr. Cornelis du Harlingh, aan de ene, en Arij Cornelisz van Alphen en Gangert Janse Backer, aan de andere zijde, allen wonende te Zevenhuizen. Er was onenigheid ontstaan over het venen, moeren en slagturven van enkele partijen land, gelegen in de Swanlasche polder van Zevenhuizen, strekkende van Pieter Dircksz Conijn oostwaarts tot de werf van Du Harlingh en het eigendom van Backer. Het venen, moeren en slagturven mag tot een breedte van veertien roede voeten. Du Harlingh en Backer mogen echter hun partij land ook uitvenen zonder dat de andere partij het ermee oneens kan zijn. Dit staat los van de zaak van Du Harlingh tegen Willem en Cornelis van Alphen, beiden zonen van de comparant Aij Cornelisz van Alphen, die slijk of veen van het land van Du Harlingh hadden getrokken en gebaggerd.
Bron: SA Rotterdam, ONA Berkel (toegangsnr. 1250), inv.nr. 13, aktenr. 73, d.d. 06-06-1694
|