| Aantekeningen |
- Hier na volghen die wooningen ende landen die 'tsij in huyere ofte eygendomme gebruyct worden
Jacob Claeszn Dwalinck heeft een quaet wooninckgen mit 10 hont quaet landts geëstimeert voor 2 gulden 'sjaers: 4 st.
Bron: Kohier 10e penning van Zegwaart, 1543
---
Den Ruckeveen
Jacob Claeszn Dwalinck zijn huys erf getaxeert tsiaers 20 s. facit: 2 s.
Heeft noch 8 hont weylants getaxeert tsiaers 2 £ facit 4 s.; compt den 10en penninck 6 s.
Bron: Kohier 10e penning van Zegwaart, 1557
---
Ruckeveen
Jacob Claesz Dwalinck heeft een huys mit zijn erff mit acht hondt weylants mit noch 3 margen 1 hondt griente ende verdolven lant getaxeert 6 £; compt den 10en penninck facit 12 s.
Bron: Kohier 10e penning van Zegwaart, 1562
---
[113] Jacob Claesz. Dwalinck 4 h.
[134] Jacob Claesz. Dwalinck 10 h.
Bron: Morgenboek Zegwaart, 1550 (binnenweg/bovenweg)
---
[113] Jacob Claesz. Dwalinck 4 h. (doorgestreept)
[116] Claes Jacopsz. Dwalinck [en] Jacob Claesz. Dwalinck 2 h.
[118] Jacob Claesz. Dwalinck 2 (h.)
[134] Jacob Claesz. Dwalinck 2 m.
[136+137+138] Jacob Claesz. Dwalinck 5 7 h. (doorgestreept)
Bron: Morgenboek Zegwaart, 1564 (binnenweg/bovenweg)
---
[118] Jacob Claesz. Dwalinck 2 h. (doorgestreept)
Bron: Morgenboek Zegwaart, 1580 (binnenweg/bovenweg)
---
Nr. 63 folio 46v. d.d. 24-05-1579.
Cornelis Jansz. Robol is schuldig aan Jan Jacob Jannen en Belitgen Jacobsdr. weduwe Jan Wouter Joesten, tezamen de somme van £ 13 vlaams, spruitende uit de koop van een huis en erf eertijds toebehoord hebbende Claes Jacobsz. Dwalinck zaliger en hijcomparant nu op wonende is, strekkende van de Rokkeveense weg tot Wouter Joesten, belend ten NO: Cornelis Eggertsz. en ten ZW: Adriaen Jansz. te betalen op 6 jaren.
Bron: Rechterlijk archief Zegwaart, 1574-1581 (Hogenda)
---
f. 10 Gerryt Danielsz 2,5 morgen lants, oost Jacop Claesz Dwalinck, west Jan Gerrytz Berckel, borch Martijn Meesz. [1545]
f. 15v Diezelve in twe morgen, oost Pieter Cuyper ende Arent Claesz, west Jacop Claesz Dwalinck. [1545]
f. 18 Diezelve in 4 hont lants, oost Pieter Jacopz Suet, west Claes Heynrickz, borge Jacop Claesz Dwalinck. [1545]
f. 19v Diezelve in 25 hont lants, oost Dierck Claesz selver, west Daem Jansz erfgenamen, borge Jacop Claesz Dwalinck. [1545]
f. 19v Jacop Claesz Dwalinck 10 hont lants, oost Eggert Vranckez, west Gerryt Danielsz, borge Dierck Claesz Scout. [1545]
f. 22 Dirck Cornelisz upt Eynde 3 morgen Binnenwnech "eensdeels weylant", van Ruckeveenssewech tot Gronewech, oost Jacob Claesz Dwalinck, west weduwe Symon Jorysz. [1564]
f. 22v Nog in een morgen weiland Binnenwech, van Ruckeveensewech tot Gronewech, oost Egert Vranckez, west Jacob Claesz Dwalinck, borg voor "poten ende noten": het ene land voor het andere. [1564]
f. 24 Jacob Claesz Dwalinck 10 hont Binnenwech, van Ruckeveensewech tot Gronewech, oost Adriaen Jansz, west Neel Cornelisz met zijn ingelanden. Nog in 2 morgen, van Ruckeveensewech tot Gronewech, oost Eggert Vranckez, west Adriaen Jansz, borg: hetene land voor het andere. [1564]
f. 1v Jacob Claesz Dwalinck 250 1000 [1564]
f. 1v e.v. Claes Jacopsz Dwalinck of zijn vader 800 [1564]
Bron: Verveningskohier van Zegwaart, 1520-1567
---
Dwaling, Jacob Claess
RA 40, 34v 4- 3-1614
“ 40, 35v 4- 3-1614
“ 40, 36 4- 3-1614
Bron: Transporten en hypotheken Zoetermeer, 1601-1650
|