| Aantekeningen |
- In het dorp Wassenaar:
Den ouden Pieter van Caveij, ende Joosge Moij sijn huijsvrouwe, met Maritgen haer dochter – 3 hoofden [onvermogent]
Bron: Wassenaar en Zuidwijk - Hoofdgeld 1623
---
Otr. 22-07-1635 te Leiderdorp: Sijdrag Pieterse Vankeveij, weduwnaar van Maartge Leenders, met Luentge Jans, weduwe van Jacop Franse, beiden won. te Leiderdorp.
[Sijdrecht Pietersz en Maritgen Lenaertsdr wonen in 1623 te Hazerswoude en hebben dan twee kinderen. Woont volgens RA Wassenaar 1616 te Valkenburg en 1632 te Haarlem.]
Otr. 30-07-1637 te Leiden: Sijdrach Pietersz van Caveij, weduwnaar van Leuntgen Jansdr, won. op de steenplaats te Hazerswoude vergezelschapt met Jan Abrahamsz van Boxel kleermaker, aangetrouwde oom, met Maertgen Stevensdr, weduwe van Cornelis van Haverbeeck, won. te Leiden op de Middelweg, vergezelschapt met Anna Stevensdr, haar zus.
Otr. 16-10-1649 te Leiderdorp: Hendrick Jacobsen de Gaeij weduwnaar van Maertgen Oestlant, won. te Leiderdorp, met Maertjen Pieters van Coveij weduwe van Bartholomeus Pieterssen won. te Leiderdorp, getr. te Zoeterwoude.
Otr. 13-12-1653 te Leiderdorp: Sijdrach Pietersz van Cavij weduwnaar van Maertgen Stevens met Marijtgen Bastiaens won. te Leiden.
Otr. 03-10-1664 te Leiderdorp: Cijdrach Pietersen van Coveij weduwnaar van Maertje Bastiaens met Annetje Jans weduwe van Jacop Cornelisse van Barendrecht, beiden won. alhier.
NH dopen Leiderdorp:
02-05-1632 Theunis; o. Bartholomeus Pietersz en Maertge Pieters; g. Cors Heijndricx
20-07-1636 ...; o. Bartholomeij Pieterse en Maartge Pieters
05-12-1637 Maartge; o. Bartholomees Pieterse en Maartge Pieters; g. Jan Tuenisse, Jacob Borges en Annetge Jans
11-05-1641 Sadrach; o. Bartholomeus Pietersz; g. Frans Jacobsz
04-09-1644 Lea; o. Batholomeus Pietersen en Maertge Pieters
30-12-1646 Sedrach; o. Bartholomeus Pieterssen en Maertge Pieters
---
Pieter van Kaveije wordt genoemd in het haardstedengeld van Wassenaar van 1604 en 1606. Hij bruikt een huis van Goris Willemsz. In 1627 worden de haardsteden van de oude en jonge Caveij samen geteld.
Bron: A.W. Bredero, Ons Voorgeslacht
---
Adriaen Angier saeijwercker van Wormont [= Wormhout] in Vlaenderen weduenaer van Maijcken Minnes, vergeselschapt met Pieter Pietersz van Kaveije zijn zwager ende Henrick Bocheljoen zijn cosijn, met Judick Rogiers jonge dochter van Middelburch in Zeelandt, vergeselschapt met Susanna Rogiers haer zuster.
Datum: 31-10-1608
Bron: Leiden - NH ondertrouw
---
16-12-1616: Judith Reijniersdr, weduwe van Adriaen Angier, geauthoriseerd door Reijer Arentsz als haar bijstaande voogd, aan de ene, en Pieter Pietersz van de Caveij de oude, mitsgaders Henrick Verbocheljoen als bloedvrienden van voornoemde Adriaen Angier, mitsgaders van Maijken Minne, voornoemde Adriaens eerste huisvrouw, en dus van rechtswege voogden van Bossardijne Angiers, weeskind van Adriaen Angier en Maijken Minne, tegenwoordig 19 jaar oud, zijn tot een akkoord gekomen. Het weeskind zal bij mondigheid of huwelijk 10 gulden uitgekeerd krijgen. Ze heeft al een oude kist met een Bijbel gehad. Hiermee is haar erfenis voldaan.
Bron: ELO, ona Leiden 178, aktenr. 132 (pagina 511).
---
Bussaert Angier saeijwercker jongman van Bambeeck [= Bambeke] vergeselschapt met Pieter Pietersz van den Caveije zijn oom met Maijcken Droochbroots jonge dochter van Belle in Vlaenderen vergeselschapt met Christijna Rijcx haer nichte.
Datum: 01-09-1617
Bron: Leiden - NH ondertrouw
---
vertrocken Pieter van de Kaveijen ende
idem Joosgen sijn huijsvr. doot
Bron: Een lidmatenlijst van Voorschoten van circa 1620, Teun van der Vorm, Ons Voorgeslacht 2022 nr. 752
---
156v. 15-3-1612. Pieter Pietersz. van Caneye [= Caveye] de oude wonende Wassenaar verkoopt Goris Willemsz. passementwerker wonende Wassenaar de helft van een boomgaard onder Zuidwijk genaamd de Morschboomgaard, belend O, W en N Gijsbert Meyster en Jan van Berendrecht, weeskind van Jan van Berendrecht en Eva Meyster en Z de verkoper, belast met 16 gulden per jr (de helft van 32 gulden).
Bron: RA Wassenaar, inv.nr. 7 (Ons Voorgeslacht/H.J. van der Waag).
20v. 29-1-1626. Pieter Pieterszn. Cavey de jonge passementier wonende Wassenaar omtrent de Kerk schuldig aan Floris Joostenzn. van Bleyswijk 54 gulden daarvoor hij jaarlijks zal betalen 6 gulden, met hypotheek op zijn huis en erf gelegen aan de Kerk, belend O de Morschwei, Z de Caswatering, W Goris met bruikwaar en N de vader van de schuldenaar. Borg Pieter Pieterszn. van Cavey de oude met waarborg een huis en erf, belend O de Morschwei, Z jonge Pieter voorsz. en de Caswatering, W de Morschwei voorsz. en N Goris Willemszn. Acte doorgehaald. Zie folio 57v.
57v. Ongedateerd en ongetekend. Pieter Pieterszn. Cavey de jonge passementier wonende alhier achter de Kerk schuldig aan Floris Joostenzn. van Bleyswijck 3 gulden 7 1/2 st per jr met hypotheek op zijn huis en erf gelegen achter de kerk, belend O de Morschwei, Z de Caswatering, W Goris Willemszn. met bruikwaar en N Pieter Pieterszn. Cavey den ouden zijn vader. Borg zijn voorsz. vader.
Bron: RA Wassenaar, inv.nr. 9 (Ons Voorgeslacht/H.J. van der Waag).
43v. 11-7-1631. Pieter Pieterszn. de oude Cavey verkoopt Maarten Janszn. van de Vijvere een laan genaamd de Morschlaan gelegen achter de Kerk van Wassenaar, belend O de koper en de weduwe van Jan Janszn. kuiper den oude, Z de Achter- of Buurweg, W Pieter Janszn. Houckhuys en N de Kaswatering. Voldaan met een custingbrief.
44. 11-7-1631. Volgt schuldbrief van 86 gulden tbv Pieter of Sydracht Pieterszn. Cavey zijn zoon met hypotheek op het gekochte.
Bron: RA Wassenaar, inv.nr. 11 (Ons Voorgeslacht/H.J. van der Waag).
18-1-1650: Josijas Pietersz van Koveij vlasser en Henrick Jacobsz de Gaeij linnenwever, met Maritgen Pietersdr van Koveij, zijn huijsvrouw, die weduwe en boedelhoudster was van Bartholomees Pietersz, in zijn leven mede linnenwever, voornoemde Maritgen Pietersdr geassisteerd door haar man, allen wonende te Leiderdorp, bekennen dat Sijdrach Pietersdr van Koveij, mede wonende te Leiderdorp, hun broer en zwager, aan Josijas Pietersz en Bartholomeus Pietersz heeft betaald wat hen toekwam uit de erfenis van Pieter Pietersz van Koveij, in zijn leven hovenier, en Joosgen Maeljaerts Osiers [Angier?], gewezen echtelieden, hun overleden vader en moeder.
Bron: ELO, ona Leiden 512, aktenr. 15 (pagina 33).
|