| Aantekeningen |
- 55. Een huis, berg en werf met bijbehorende avelingen, zich uitstrekkende westwaarts tot 3 voet vanuit de drop van het huis van Hende Beykens, (1435: van het huis van de weduwe en de kinderen, van Gherijt Kozen), oostwaarts tot 10 roeden buiten de voorste deurpost, noordwaarts tot de Eijfelse watering. 10 gemet land, belend ten oost: de kinderen van Jacob Pietersz. (1607: Adriaen 20 Cornelisz.), ten zuiden: Gillijs de Marsman (1607: de heer van Putte) en ten westen:
Walraven Pietersz. (1607: de karthuizers buiten Utrecht).
1-5-1384: Arnt van Riede Arntsz. van Riede, te versterven in gelijke delen op zijn zoons Gerijt Coze en Jan van Riede (144, fol. 222v).
23-9-1397: Gherijt Coze en Jan van Riede bij dode van hun vader Arnt van Riede (64, fol. 21v).
26-8-1409: Coesen Aerntsz. en Jan van Riede, broers met ledige hand (65, fol. 14).
9-9-1435: Dirc Gherijt Kozenz. van Riede bij dode van zijn vader Gherijt Kozen met de helft, de andere helft houdt Jan van Riede (66, fol. 3v en 144, fol. 272v).
23-2-1455: Koosse Dircxz. bij dode van zijn vader Dirc Gerit Koessens met de helft van het leen (67, fol. 14).
27-4-1467: Koesse Dircxz. van Riede met ledige hand met het hele leen (L.H. 117, 2, fol. 62v).
8-12-1475: Anthoenis Koes Dircxz., onmondig, hulde door Cornelis Ottenz., bij dode van zijn vader Koes Dircxz. (L.H. 118, cap. Arckel, fol. 25).
3-5-1504: Pieter Theunisz., onmondig, oom: Dieric Koes, bij dode van zijn vader Anthoenis Koes Dircxz. (L.H. 122, cap. Arckel, fol. 30).
Bron: Repertorium op de lenen van Putten, gelegen in het land van Poortugaal en in de Riederwaard, 1304-1648 door C. Hoek
|