| Aantekeningen |
- 28-6-1614: Gerrit Crijnensz, voor zichzelf, aan de ene, en Ghijsbert Claesz als naaste bloedvoogd van Anthonis Cornelisz, onmondig weeskind van Cornelis Crijnen en Cunera Claesdr, beiden overleden, met assistentie van Pieter Daemsz van Outshooren schout, oppervoogd van alle wezen te Kortenhoef, aan de andere zijde, verklaren dat zij beiden, als erfgenamen van Crijn Cornelisz, de vader van Gerrit Crijnen en grootvader van Anthonis Cornelisz, tot een akkoord gekomen vanwege de scheiding van diens nagelaten goederen. Door loting verkrijgt Gerrit Crijnen twee stukjes land gelegen in Loosdrecht, een kampje en een akkertje gelegen in Kortenhoef voor de woning van Cornelis Cornelisz lakenkoper, samen ca. 1 morgen groot, met de turf staande op een van de landen. Een stukje uiterdijk blijft gemeenschappelijk bezit. Gerrit Crijnen betaalt hiervoor aan het weeskind 1.950 gulden in vier termijnen. Gerrit Crijnen houdt ook alle roerende goederen, waarvoor hij het kind 300 gulden betaalt in vier termijnen.
Bron: SGV, ora Kortenhoef 3407, fol. 3 (FS scan 1265/2857).
21-1-1623: Aeltgen Dircxdr, weduwe van Gerrit Crijnen Bosman, als boedelhoudster geassisteerd door Dirck Jacobsz en Jacob Dircxsz Schimmel, haar vader en broer, als gekozen voogden, en "tot adjunct hebbende" Peter Ghijsbertsz advocaat, haar neef, aan de ene, Thonis Cornelisz Bosman als zusterling en naaste bloedvoogd van de vier onmondige nagelaten weeskinderen van voornoemde Gerrit Bosman, zijn oom, verwekt bij voornoemde Aeltgen Dircxdr, met namen Elsgen ca. 9 jaar, Claesgen ca. 7 jaar, Weijntgen ca. 4 jaar, en Crijn Gerritsz Bosman ca. 2 jaar oud, versterkt met Thijs Bos, wonende in de buurt van Harmelen aan de Breudijk, en Jan Philipsz, wonende in de buurt van Woerden, neven van voornoemde kinderen, geassisteerd door Willem Pauw, schout van Kortenhoef, als oppervoogd van de wesen te Kortenhoef, aan de andere zijde. Ze komen tot een boedelscheiding. De weduwe houdt alle goederen in de boedel, zowel roerende als onroerende. Ze zal haar kinderen opvoeden en onderhouden tot ze 18 jaar oud zijn. Dan kr
Bron: SGV, ora Kortenhoef 3407, fol. 18 (FS scan 1280/2857).
[Jan Philipsz Geestdorp is onderdeel van deze kwartierstaat, net als Bos Mathijsz, de vader van Thijs Bosch.]
9-5-1641: Abraham IJsaacxsz, jongman wonende te Gerverscop in het gerecht van Moersbergen, toekomende bruidegom, geassisteerd door Dirck IJsaacxsz, zijn broer, wonende te Kockengen, aan de ene, en Claesgen Gerrits, jonge dochter, toekomende bruid, geassisteerd door Aeltgen Dirx, haar moeder, en Phillips Jansz van Geestdorp, wonende te Woerden, haar voogd, aan de andere zijde. Huwelijkscontract. Abraham IJsaacxsz brengt in zijn goederen ter waarde van 1.000 gulden. De bruid brengt in het vierde deel van 4,5 morgen land gelegen te Kortenhoef en 700 gulden aan contant geld.
Bron: HUA, ona Utrecht 213, aktenr. 77.
6-6-1647: Marten Jansz, wonende te Bussum, getrouwd met Elsgen Gerrits, voor een vijfde deel, Abraham IJsacksen, getrouwd met Claesgen Gerrits, mede voor een vijfde deel, Willem Gijsbertsz, geassisteerd door Dirck Abrahamsz, zijn neef, mede voor een vijfde deel, en voornoemde Dirck Abrahamsz als gerechtelijke voogd van Gijsbert Gijsbertsz, geassisteerd door de schout en weesmeesters van Kortenhoef, voor het vierde vijfde deel, samen kinderen van Gerrit Crijnen Bosman en van Ghijsbert Willemsen, verwekt bij Aeltgen Dircx, hun overleden moeder en schoonmoeder, toonden aan dat ze, samen met Sweer Cornelisz, getrouwd met Weijntgen Gerrits, hun zwager, van hun overleden moeder en schoonmoeder hadden geërfd o.a. een huis, erf en naastgelegen landen, gelegen in dit gerecht, strekkende van de dijk tot de Hollandse bodem, belend ten zuiden Ghijsbert Jan Claesz c.s. en ten noorden de weduwe van Gerrit Jansz Dorlant. De comparanten doen afstand van dit huis en land ten behoeve van voornoemde Sweer Cornelisz, hu
Bron: SGV, ora Kortenhoef 3383, fol. 200 (FS scan 498).
5-5-1649: Abraham Isaacxsz, wonende te Gerverscop, als man en voogd van Claesgen Gerrits, en daarom mede erfgenaam voor een vijfde deel van Aeltgen Dirx, zijn overleden schoonmoeder, machtig Cornelis Nijsz, wonende te Kortenhoef, weduwnaar en boedelhouder van voornoemde Aeltgen Dirx, om te vorderen en ontvangen de opbrengst van de verkochte goederen, de inschulden en alles wat Dirck Spijcker aan de boedel schuldig is.
Bron: HUA, ona Utrecht 220, aktenr. 71.
22-10-1657: Sweer Cornelisz Backer, getrouwd met Weijntgen Gerrits, Abraham IJsacxsz, getrouwd met Claesgen Gerrits, en Marten Jan Rijcxsz als vader en voogd van de nagelaten weeskinderen verwekt bij Elsgen Gerrits, voor drie vierde delen erfgenamen van Gijsbert Gijsbertsz, hun schoonbroer, alhier overleden, machtigen Willem Gijsbertsz, hun zwager, om te vorderen van Dirck Abrahamsz te Nieuwkoop de 104 gulden die ze samen met de geconstitueerde tegoed hebben.
Bron: SGV, ora Kortenhoef 3383, fol. 491 (FS scan 601).
|